In het Oosterpark lag een man in een mooi grijs trainingspak op een bankje te ontspannen. Voor het bankje stonden zijn schoenen en erachter een glimmende fatbike.
Daar kwam een politieauto aan. Het voertuig stopte voor het bankje, een raam ging open en er volgde een korte conversatie met de man op het bankje. De man ging rechtop zitten en trok zijn schoenen aan. Autoraampje dicht en de politieauto vervolgde zijn weg door het park. Waakzaam en dienstbaar als altijd.
Enkele momenten later kwam er een fietser aanslingeren met een in de war zittend rastakapsel, net iets te dik gekleed voor deze zomerse dag. Hij stopte en ging ook op het bankje zitten naast de man in het trainingspak.
Hij rolde met zijn ogen en keek schichtig om zich heen. Zonder elkaar aan te kijken wisselden ze wat woorden waarna ze opstonden, De man in het trainingspak haalde iets uit zijn tas en gaf het aan de rastaman, die hem geld in de handen drukte. Ze hadden een deal.
Toen ik enige tijd later richting de markt liep zag ik de rastaman weer. Hij zat te bedelen voor de supermarkt. Een paar meter verderop zat nog een bedelaar, een profi. Zo te zien onderdeel van een groep rondtrekkende bedelaars, straatmuzikanten en zakkenrollers die wel vaker in Amsterdam neerstrijken. Eeen ander lid van deze organisatie, een oudere vrouw, was een week eerder al opgevallen in winkelcentrum Oostpoort, waar op die dag ook nog twee Amsterdamse bedelaars, die al eerder in het park had gezien, rondliepen.
Zomaar een gewone zomerse dag in Oost.






