Home Dwars nieuws Hard tegen hard

Hard tegen hard

0

Melissa Plomp | Illustratie Ruud Meijer

1885. Jantje loopt aan moeders hand door de Dapperstraat. Hij kijkt zijn ogen uit. Groepjes kinderen lopen verkleed, met zwart gemaakte gezichten en papieren mutsen op, door de straten. Hun stemmetjes galmen:

Het is Hartjesdag!
Het is Hartjesdag!
Dan slacht m’n vader een bok
En danst m’n moeder
Dan danst m’n moeder
Al in der baaie rok.

Ze steken hun hand uit naar voorbijgangers en bedelen om geld voor vuurwerk. Wat zou Jantje graag meedoen! Helaas, moeder vindt hem nog te klein.

Het wordt steeds drukker. Mannen verkleed als vrouw en vrouwen verkleed als man, hangen lachend uit open karren. Een draaiorgel begint te spelen. Mensen beginnen te dansen. Een Haagse heer, speciaal uit de hofstad overgekomen voor dit Amsterdamse volksfeest, schrijft de volgende dag verontwaardigd een ingezonden brief aan de krant: ‘Men kan zich onmogelijk voorstellen wat een hurrie, spektakel en lawaai er in deze mindere buurt onzer hoofdstad heerscht. Een ware janboel! De feestvierders op onmogelijke wijze toegetakeld en uitgemonsterd. Karren volgepropt met de zotste figuren. Meiden onfatsoenlijk verkleed als matrozen…’

Lucifers

1920. De derde maandag van augustus. Jan en zijn zonen breken hun marktkraam af en maken haast met opruimen. Vanavond is het tijd om de bloemetjes flink buiten te zetten. Maar niet met een gezellig verkleedpartijtje. Al sinds het begin van deze eeuw is het karakter van Hartjesdag grimmiger geworden. De Dapperbuurt houdt er nu zijn eigen tradities op na. Jongetjes komen naar buiten met een smeulende oude veter, een stinkertje. Rotjes, gillende keukenmeiden, voetzoekers knallen door de straten. De kleinste kinderen hangen uit het raam met sterretjes en Bengaalse lucifers.

Gummiknuppel

Hordes mensen verzamelen zich. Ook Jan en zijn zonen zijn van de partij. Met strakke gezichten lopen ze heen en weer in de Dapperstraat. Geen draaiorgel te bekennen. Als het schemer valt, vlamt in de Wagenaarstraat de eerste brandstapel op. Ook in de andere zijstraten worden vuren ontstoken. Meubels, takken, straatvuil, petroleum, alles belandt in de vlammen. Soms laait het vuur hoog op, tot aan de derde etage. Jan en de andere buurtbewoners hinderen de toegesnelde brandweer. Wijkagenten kunnen niet veel anders dan wat zwaaien met hun sabel of gummiknuppel.

Gebutst

Plots stormt de bereden politie de Dapperstraat in. Op motoren met zijspan en briezende paarden voeren ze charges uit. De zonen van Jan vechten terug. Ze slaan en schoppen, gooien met vuurwerk en straatklinkers. Mensen vluchten de portieken en trappenhuizen in. Een groep mensen wordt door de etalageruiten van een winkel geduwd. De joelende menigte vlucht de zijstraten in. Die raken verstopt. Brandende kranten drijven over de hoofden. Politiepaarden steigeren met opengesperde neusvleugels, de vlammen weerschijnend in hun ogen. Het duurt tot in de vroege uurtjes voor Jan opgelucht adem durft te halen. Zijn zonen zijn wat gebutst, maar levend thuis gekomen.

Polizei

1940. Jan staat bezorgd voor het raam. Er zijn maar weinigen die zich vanavond op straat wagen. Toch durft een groep jongeren ook in bezettingstijd de wet nog uit te dagen. Joelend hebben ze zich verzameld rond een vuur op het Dapperplein. Maar tot hun grote schrik is het niet de bereden politie die hen komt verblijden. De Grüne Polizei komt met militaire wagens de straat in rijden. Nog nooit is het zo snel stil geworden op Hartjesdag in de Dapperstraat…

Kaarsenvlam zonder pit

1948. Jan en zijn vrouw staan voor hun deur met hun kleindochters aan de hand. In de Dapperstraat lopen muziekkorpsen en andere verenigingen. Hartjesdag is na de oorlog terug van weggeweest. Maar speeltuinvereniging Pontanus wil dat het feest samen met de politie in ‘goede banen’ geleid wordt. Er is nu een georganiseerd vreugdevuur en een fakkeldans, begeleid door een massazang en een optreden van een kinderkoor. ‘Nou,’ zegt Jans vrouw tegen een verslaggever, ‘Dat vuur is voor mij maar een kaarsenvlam zonder pit. Dit jaar is het alleen maar namaak!’

Hierna verdween de viering van Hartjesdag snel uit Oost. De brave versie was niet aan de bewoners besteed. 

Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen.
Bron: krantenarchief Delpher, stadsarchief Amsterdam