Marcel Levi schreef onlangs in Het Parool dat Amsterdam op het Marineterrein de kans heeft iets groots en bijzonders te maken, maar dat een duidelijke visie ontbreekt. In plaats daarvan dreigt de toekomst van deze unieke plek te worden bepaald door bestuurlijke traagheid, behoudzucht en wat hij onomwonden Amsterdamse truttigheid noemt. Geprikkeld door zijn column besloot ik er met mijn hondje weer eens heen te wandelen.
Patrick van den Hoven
Wie het Marineterrein bezoekt, ontkomt niet aan de Kattenburgerstraat. Veel schoonheid bezit die straat niet meer; haar voornaamste kwaliteit wordt gevormd door de rijen volwassen platanen. Aan de ene kant ligt het grindbetonnen arbeidersparadijs van Kattenburg: ongetwijfeld degelijke, betaalbare woningen waarin veel mensen naar tevredenheid wonen, maar bepaald geen prijswinnaar voor optisch geslaagde stadsvernieuwing uit de jaren zeventig.
Ook de overzijde nodigt niet overal uit. Bij de Dijksgracht begint het Marineterrein met een donker bastion met honderden kleine ramen. Verderop rijst achter de muur een ruimteschip van titanium op. Het zijn fraaie voorbeelden van de gesloten, introverte en afstotende architectuur waarmee Defensie zich kennelijk graag omringt.
Twee poorten, twee werelden
Wie vanaf het Scheepvaartmuseum door de monumentale zeventiende-eeuwse poort naar binnen gaat, betreedt bijna vanzelf een historische wereld. Maar wie vanaf de Dijksgracht komt, wacht een heel andere ontvangst. Ik ging naar binnen door de brede toegang die vanwege de kleur van het gebouw aan de rechterkant doorgaans de blauwe poort genoemd. Ook auto’s kunnen hier het terrein oprijden.

De poort zelf biedt kansen. Erfgoedvereniging Heemschut pleitte voor bescherming van het toegangscomplex van Benthem Crouwel uit 1983, maar een monumentenstatus bleef uit. Juist hier, bij de belangrijkste toegang tot het toekomstige Marineterrein, valt bij de herontwikkeling veel te winnen met een entree die recht doet aan de plek.
Defensie bouwt opnieuw
Eenmaal binnen ligt rechts het afgesloten Defensieterrein. Dat blijft ook in de toekomst besloten, maar wordt opnieuw ingericht rond een compactere kazerne. Daardoor komt elders grond vrij voor het gebied dat Het Dok wordt genoemd. De kazerne moet rond 2032 klaar zijn; een architect is nog niet gekozen.

Na het einde van de Koude Oorlog heeft Defensie dertig jaar lang vooral vastgoed afgestoten. Een van de zeldzame grote nieuwbouwprojecten was de Koningin Máximakazerne bij Schiphol: circa 40.000 vierkante meter, 145 miljoen euro en in architectuurkringen gewaardeerd. Toch oogt het complex van buiten vooral als een hermetisch modernistisch fort. Google maar eens. Hopelijk krijgt de nieuwe kazerne op het Marineterrein een opener en menselijker uitstraling.
Ook de relatie met de Dijksgracht aan de achterzijde verdient aandacht. Aan de overkant liggen woonboten langs de straat, met daarachter het spoor. De Dijksgracht is een geliefde wandelroute. Vanaf daar kijk je over het water naar de rand van het Marineterrein. Tussen de woonboten door zijn loodsen, geparkeerde auto’s en andere objecten van de marine te zien.
Schoonheid en tekst en uitleg

Terug bij de ingang sla ik linksaf. De sfeer verandert onmiddellijk. De monumentale gebouwen zijn fraai, evenals de fontein ervoor. Daaromheen ligt een lommerrijk park met volwassen bomen. Hier hoeft schoonheid niet met lange rapporten te worden uitgelegd; je ziet het meteen.
Dat laatste geldt minder vanzelfsprekend voor de drie naoorlogse gebouwen die op initiatief van Erfgoedvereniging Heemschut tot gemeentelijk monument zijn verklaard: het voormalige officiersgebouw, commandementsgebouw en de commandantswoning. Kenners zien er bijzondere voorbeelden van wederopbouwarchitectuur in. De gemiddelde wandelaar zal daar vermoedelijk wat meer tekst en uitleg voor nodig hebben. Gebouw 002, direct achter de fontein, kreeg geen bescherming en kan bij de herontwikkeling een nieuwe invulling krijgen.

Het officiersgebouw herbergt Pension Homeland en is zeer geliefd. Maar hoeveel van die liefde het gebouw geldt en hoeveel de plek, blijft de vraag. Met een terras in een lommerrijk park, aan de binnenhaven en naast een populaire zwemsteiger beschikt vrijwel iedere horecaondernemer hier over een flinke voorsprong.
Het Dok: kansen voor het oprapen
Bij mooi weer vormt het water het levendigste deel van het Marineterrein. Vanaf de steiger steek ik de binnenhaven over naar de plek waar straks Het Dok wordt ontwikkeld. Hier wordt duidelijk waar de grootste kansen liggen. Langs de kade staat een rij volwassen iepen. Over het water kijk je naar Nemo en de skyline van het oude Amsterdam. Veel mooier krijgt een ontwikkelaar zijn uitgangspositie niet cadeau.

Het Dok kan uitgroeien tot een echt Amsterdams buurtje, met wonen, werken, leren en recreëren naast en door elkaar. De geliefde kleinschalige bedrijven, ateliers en creatieve activiteiten hoeven daarbij niet te verdwijnen. Ze kunnen juist een volwaardige plaats krijgen in levendige plinten, aan straten, pleintjes en kades waar ook wordt gewoond en gerecreëerd.
De inspiratie hoeft niet te komen van een modernistisch industrieterrein of een doorsnee kantorenpark. Amsterdam heeft eeuwenlang laten zien hoe bebouwing, water, groen en bedrijvigheid samen een aantrekkelijke stad kunnen vormen. Menselijke schaal, goede materialen en een vanzelfsprekende verbinding tussen gebouwen en openbare ruimte zijn hier belangrijker dan architectonische spierballen. Op Het Dok liggen die kansen letterlijk voor het oprapen.

Aan het einde staat al een geslaagd voorproefje. In de historische rij gebouwen is restaurant Scheepskameel gevestigd en vanuit een grappig klein pandje aan het water verkoopt Kometen Brood Loket brood en koffie. Oud, kleinschalig en levendig blijkt hier zonder moeite samen te gaan. Voetgangers en fietsers kunnen het terrein vervolgens via de Commandantsbrug verlaten. Vanaf die plek opent zich een prachtig uitzicht over het water en het Oosterdokseiland.
Een boulevard langs de kazerne?
Ik keer om en loop terug naar de blauwe poort. Rechts aan de binnenhaven staat Kuuma, een kleine sauna die laat zien wat een bescheiden activiteit aan zo’n kade kan toevoegen. Aan de linkerzijde komt mogelijk de nieuwe kazerne.

Maar waarom zou de begane grond daarvan aan deze kant volledig militair en afgesloten moeten zijn? Een zelfstandig toegankelijke plint kan ruimte bieden aan kleine bedrijven, ateliers, horeca en andere activiteiten die het Marineterrein nu juist zo aantrekkelijk maken. Defensie kan daarboven en daarachter haar beveiligde wereld organiseren. Zo ontstaat langs het water misschien een zonnige openbare boulevard in plaats van opnieuw een hek met daarachter een gesloten kolos.
Met die gedachte verlaat ik het terrein weer door de blauwe poort. Na deze wandeling begrijp ik waarom zoveel Amsterdammers het huidige Marineterrein koesteren. Maar juist de kwaliteiten die er al zijn, laten ook zien hoeveel groter de mogelijkheden zijn.
Wie bewaakt het geheel?
Het Marineterrein heeft inmiddels plannen genoeg, maar nog geen PLAN! Defensie stelt haar eisen, Heemschut bewaakt het erfgoed en de gemeente probeert alle belangen met elkaar te verzoenen. Ieder belang is afzonderlijk te begrijpen. Het gevaar is dat iedere partij uiteindelijk een stukje van haar zin krijgt, terwijl niemand verantwoordelijkheid neemt voor het geheel.
Een eeuw geleden gaf Berlage Amsterdam-Zuid een ruimtelijke gedachte die groter was dan de afzonderlijke gebouwen. Het Marineterrein verdient diezelfde ambitie. Anders wordt deze unieke plek geen nieuw stuk Amsterdam, maar een verzameling historische toevalligheden, bestuurlijke compromissen en gemiste kansen. Precies het gevaar waarvoor Marcel Levi waarschuwde.







