Achter de feestelijke heropening van het ARTIS-Aquarium schuilt een ingewikkelde reddingsoperatie. Het rijksmonument uit 1882 was na ruim 140 jaar zout water ernstig aangetast. Muren, plafonds, staal en stucwerk hadden schade opgelopen. Alleen een ingrijpende restauratie kon het gebouw nog behouden voor de toekomst.

Arie Martijn Schenk | Foto’s Wiebe de Wolf

Een technisch wonder zonder elektriciteit
Het Aquarium behoort tot de oudste nog bestaande aquaria ter wereld. Toen het gebouw aan het eind van de negentiende eeuw openging, was het een technisch wonder. Architect Gerlof Salm ontwierp het gebouw op 1.740 houten palen. Die palen bleken tijdens de restauratie gelukkig nog goed. Boven die houten basis lag een gebouw waarin dagelijks enorme hoeveelheden water moesten circuleren, zonder de moderne technieken van nu.

Centraal stond het waterfiltersysteem van William Alford Lloyd, een pionier in de aquariumwereld. Het systeem maakte het mogelijk om een groot publiek aquarium draaiende te houden in een tijd zonder elektriciteit. In het vernieuwde Aquarium is dit monumentale Lloyd-waterfiltersysteem behouden. Bezoekers kunnen het nu ook zien, omdat de historische ruimtes onder het gebouw onderdeel zijn geworden van de route.

Verborgen ruimtes worden zichtbaar
Dat is een van de grote verschillen met vroeger. Lange tijd zagen bezoekers maar een beperkt deel van het Aquarium. Nu is ongeveer negentig procent van het monument zichtbaar. Ook de catacomben, filters en ruimtes achter de schermen zijn in het verhaal opgenomen. Wie beneden loopt, ziet niet alleen dieren, maar ook de techniek die nodig is om al dat leven mogelijk te maken.

Volgens Artis-directeur Rembrandt Sutorius werkte het team vijf jaar lang aan ‘de restauratie én heruitvinding’ van het Aquarium. De coronaperiode speelde daarbij een rol: in die tijd ging het Aquarium dicht. Daarna volgde een omvangrijke operatie die intern soms een “logistieke visnachtmerrie” werd genoemd. Dieren moesten tijdelijk elders worden ondergebracht, installaties moesten worden vernieuwd en het historische gebouw moest tegelijk worden beschermd.

Sutorius vertelde dat eerdere generaties Amsterdammers in ditzelfde Aquarium al zeepaardjes of haaien kunnen hebben gezien. Dat maakt het gebouw bijzonder: het is niet alleen een plek van nu, maar ook een plek waar familieherinneringen door generaties heen kunnen lopen.

Zout als grootste vijand
De grootste vijand van het monument was zout. Het water had zich in de constructie gevreten. Bij de restauratie zijn gevels, zalen, ornamenten en oorspronkelijke zichtlijnen hersteld. Latere toevoegingen, zoals verlaagde plafonds en verflagen, zijn verwijderd. Daardoor voelt het gebouw opener en lichter dan voorheen. Waar het oude Aquarium op sommige plekken besloten en donker kon zijn, zijn nu meer doorzichten gemaakt.

Tegelijk moest het gebouw opnieuw geschikt worden gemaakt voor dierenzorg van deze tijd. De aquaria zijn vergroot, verdiept en opnieuw opgebouwd. Schotten zijn weggehaald, waardoor vissen meer ruimte hebben. Volgens de rondleiders tonen de dieren geen afwijkend gedrag en maken ze een rustige indruk. Dat is belangrijk, omdat het nieuwe Aquarium nadrukkelijk vanuit dierenwelzijn is ontworpen.

Een monument met zonnepanelen
De restauratie bood ook de kans om het monument duurzamer te maken. Het historische Lloyd-systeem bleef behouden, maar kreeg ondersteuning van moderne, energiezuinige installaties. Het gebouw heeft monumentaal isolatieglas, lage temperatuur-vloerverwarming en 118 zonnepanelen gekregen. Een deel van de aquariumbakken is gemaakt met zelfhelend beton en basaltvezelwapening, materialen die beter bestand zijn tegen zoutbelasting.

Ook is het Aquarium voorbereid op aquathermie. Daarbij wordt warmte uit water gebruikt om een gebouw te verwarmen. Daarmee kan het Aquarium in de toekomst zonder fossiele brandstoffen worden verwarmd. De vernieuwing past bij de bredere ambitie van Artyis om duurzamer te worden.

Een miljoen liter water
Het water zelf blijft een verhaal apart. In totaal stroomt er een miljoen liter water door het Aquarium. Ongeveer een derde daarvan bevindt zich beneden bij de filters, de rest in de aquaria. Het zoute water komt grotendeels uit de Oosterschelde en wordt met tankwagens aangevoerd. Voor sommige bassins maakt Artis het water zelf op maat, afhankelijk van zoutgehalte, temperatuur en leefgebied.

Kunstenaar Jan Rothuizen maakte een tekening over het water en de processen achter het Aquarium. Daarmee wordt de techniek niet weggestopt, maar onderdeel van de beleving. Dat past bij de nieuwe koers: bezoekers moeten niet alleen zien wát er leeft, maar ook begrijpen wat daarvoor nodig is.

Nieuw hoofdstuk in een oud gebouw
De restauratie kostte ongeveer 50 miljoen euro en kwam tot stand met steun van onder meer overheden, fondsen, particuliere schenkers, bedrijven en partners. Voor Artis was het de grootste en meest complexe restauratie ooit.

Het resultaat is geen terugkeer naar het oude Aquarium, maar een nieuw hoofdstuk in een oud gebouw. Het monument is gered, de techniek is zichtbaar gemaakt en het verhaal is verbreed. Waar het Aquarium in 1882 een venster bood op een onbekende onderwaterwereld, laat het nu zien hoe kwetsbaar en onmisbaar water is.