Geveltuinen zijn populair en leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de buurt. Tegelijk klagen eigenaren over afval en overlast. Honden en katten gebruiken het groen als wc, rokers als asbak. Bij werkzaamheden gaat de schop erin, en ligt je tuin naast een kroeg, dan kun je er resten aantreffen van spuitende, plassende en kotsende cafébezoekers. Hoe erg is de overlast en hoe houden we de geveltuinen schoon?
Tekst en foto Henk Leenaers
Niet lang nadat ik op deze plek tevreden had geconcludeerd dat het groen in de buurt snel terrein wint, schoot een geveltuinhouder me aan: of ik een keer aandacht wilde besteden aan hondenpoep. Het liep wat haar betreft de spuigaten uit. Elke week schept ze een emmer poep uit haar omvangrijke tuin: “Zo neemt de lol van het tuinieren snel af. Realiseren hondenbezitters zich wel dat wij met onze handen in die viezigheid moeten zitten?” Aanvankelijk kwam ik niet ver met dit verzoek. Navraag bij de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente leverde niets op: “Bij meldingen van overlast houden we niet bij of dit in geveltuinen gebeurt.” En toen ik een oproep wilde plaatsen in het wekelijkse wijkbericht, was de verbaasde reactie: “Nooit iets over gehoord.”
Geen fris verhaal
Misschien denkt u nu: gelukkig, het valt wel mee met die viezigheid. Maar wees gewaarschuwd: alleen doorlezen als u een sterke maag heeft en tegen een stootje kan, want dit wordt geen fris verhaal. We schatten hoeveel poep, pis en peuken in het groen van 1018 belanden. We staan stil bij de effecten van stikstof en medicijnresten op groen, mens en grondwater. En er klinkt kritiek op honden- en kattenbezitters, rokers, cafébezoekers en werklui.
Bent u er nog? Mooi. We bouwen het langzaam op. Een van de eerste klachten die ik ontving, ging over een geveltuin langs de Nieuwe Achtergracht, die tot voor kort werd gebruikt als stortplaats voor grofvuil. De eigenaar: “Ik trof in mijn tuin de raarste zaken aan, van een paardenzadel tot een tas met lege make-upverpakkingen.” Dat is minder sinds ze de tuin en de directe omgeving samen met enkele buren intensiever verzorgt. Een bordje met een poepverbod en een sterk geurende plant houden honden enigszins op afstand.
In postcodegebied 1018 belanden elk jaar 200.000 hondendrollen in het groen langs wandelroutes
Een tuinier aan de Plantage Middellaan heeft minder succes, ondanks haar bordjes met een plasverbod: “Ik heb last van piesende honden tegen de potten bij mijn voordeur. En dan die hondenbezitters die rustig staan te wachten tot hun hondje klaar is. En een verachtelijke blik als je er wat van zegt.”
Enorme lading diarree
In de Rapenburgerstraat heeft iemand niet alleen een bordje in zijn tuin gezet, maar ook een verdedigingslinie ervóór: een rij forse plantenbakken. Dat was hard nodig: “Er lopen hier veel honden en dat is gezellig, maar die baasjes laten hun honden poepen in het groen. Ik heb wel eens een enorme lading diarree over een plant zien gaan, dat was verschrikkelijk.”
Een bewoner van de Hoogte Kadijk verontschuldigt zich voor haar klaagzang, onder meer over poepende katten: “Maar mijn grootste ergernis zijn de vele glasvezelaanbieders. Bijna elke week een ander bedrijf dat mijn plantenbakken verplaatst en mijn planten doodt door ernaast of eronder te graven. Van mijn borderrand is niets meer over.”
De ernstigste klacht was kort en krachtig: “Kots en urine van cafébezoekers, telt dat ook?”. Aan het woord is een van de bewoners van de Roetersstraat. Reden genoeg: “Naast peuken, hondendrollen, afval, glasscherven van bierglazen en resten van drugsgebruik (zilverpapier, naalden, etc.), zijn er mensen die na een avondje stappen in onze geveltuinen kotsen of plassen.” Toen hij zo’n wildplasser aansprak, reageerde die laconiek: “Even de plantjes water geven”.
Om moedeloos van te worden, zou je zeggen. Maar nog steeds niet duidelijk of het om incidenten gaat of om een trend. Wel zag ik op het NOS Journaal een item over een bos in Ulvenhout waar honden niet meer welkom zijn vanwege schade aan de natuur. En ik las wat weggegooide sigarettenpeuken kunnen aanrichten. Met de informatie uit deze berichten sloeg ik zelf aan het rekenen.
Zwembad vol urine
Wie denkt dat het wel meevalt met de hoeveelheid poep, pis en peuken komt bedrogen uit. Rekent u mee? Van de naar schatting 37.000 tot 40.000 Amsterdamse honden wonen er ongeveer 600 in 1018. Samen produceren die jaarlijks 7 tot 8 volle vrachtwagens poep en een voor driekwart met urine gevuld zwembad. Uit onderzoek blijkt dat zo’n 40 procent van de hondendrollen niet wordt opgeruimd (in 1018 zijn dat er 200.000); van de hondenplas zelfs 100 procent. Een Gentse studie laat zien dat dit bij een aanlijnplicht vrijwel allemaal terechtkomt in de eerste twee meter groen langs de wandelroutes. Conclusie voor 1018: samen met de stikstof uit de lucht, is dat zes tot tien keer zoveel als de natuur aankan. Minstens zo erg is de penetrante pisgeur die je als tuinier mag opsnuiven terwijl je met je handen in de poepresten woelt, waar – geen fris verhaal, u was gewaarschuwd – parasieten, bacteriën en resten van vlooien- en ontwormingsmiddelen in zitten.
Ook aan het aantal sigarettenpeuken is gerekend. Naar schatting belanden elk jaar een miljoen peuken in het groen van 1018. De effecten daarvan zijn veel groter dan van ander afval, zoals plastic. Eén peuk bevat meer dan 7.000 chemische stoffen, waaronder het giftige arseen en lood. Die stoffen komen uiteindelijk in het grondwater terecht, waar één peuk tot wel 1.000 liter grondwater kan vervuilen. Ook planten hebben eronder te lijden: de chemische stoffen tasten het DNA van organismen aan en remmen de groei. En om het allemaal nog iets erger te maken: pas na tien tot vijftien jaar is een filter afgebroken; de gifstoffen blijven nóg langer in de bodem.
Boosheid en ontkenning
Hoe sluit je een verhaal als dit hoopvol af? Handhavers kunnen zich laten inspireren door de Spaanse aanpak. Daar zijn hondenbezitters verplicht om het DNA van hun hond te registreren. Komt het DNA in een achtergelaten drol overeen met dat van jouw hond, dan ontvang je een flinke boete. Uit Ulvenhout komt de boodschap dat je vervuilers kunt meenemen in een leerproces. Na hun eerste ontkenning en boosheid leidt dit mogelijk tot begrip en acceptatie, waarna voorlichting zijn werk kan doen. Bijvoorbeeld met stukjes op het internet en in de krant. Zoals dit.





