Zijn kapperszaak in de Helmholtzstraat had hij ingericht als een kijkdoos. Dit voorjaar ging Hugo de Vries met pensioen. ‘Beetje gekkigheid, daar houd ik wel van.’

Tekst Jaap Stam Foto Frank Schoevaart

Nee, de Hugo de Vrieslaan, nog geen kilometer verderop, is niet naar hem vernoemd, al had zijn clientèle hem dat van harte gegund. Deze Hugo de Vries is kapper en heeft 43 jaar geknipt in de Helmholtzstraat, waarvan de laatste 23 jaar in een pijpenla van 22 vierkante meter tussen de apotheek en de rugpoli. Dit voorjaar is hij met pensioen gegaan.

De Vries (67) had een trouwe klantenkring. Van meerdere klanten knipte hij de zonen en kleinzonen. ‘Soms kwamen ze met z’n drieën. Hartstikke leuk.’ Met de Watergraafsmeer (‘een gemoedelijk dorp’) zag De Vries zijn clientèle verjongen. Klanten werden mondiger, wisten wat ze wilden, maar de wensen waren vooral doorsnee. Extreme kapsels als hanenkammen heeft hij nooit onderhanden gehad, ‘daar is het de buurt en de zaak niet naar’. Zelf heeft De Vries ooit een Haags matje tot over zijn schouders gehad. Hij deed er ook nog een permanentje in.

Klanten die (veel) te laat kwamen of helemaal niet kwamen opdagen en een nieuwe afspraak wilden maken konden op veel begrip rekenen. Dan offerde De Vries zijn lunch op. ‘Uitgangspunt was dat ze tevreden naar huis gingen.’ Een enkele keer is dat niet gelukt. Met afgrijzen denkt hij aan de keer dat hij uitschoot met zijn tondeuse en een hap haar per ongeluk meenam. ‘Dat was niet meer te redden. Het enige dat ik kon doen was kaal scheren. Verschrikkelijk.’

Ajax was een dankbaar gespreksonderwerp. ‘Mensen hebben altijd wel wat te zeiken over Ajax. Erg grappig.’ De enkele Feyenoorder die hij in zijn stoel had mocht hij graag een beetje sarren. Vakanties kwamen ook vaak aan bod. ‘En soms privé dingetjes. Mondje dicht, die hield ik voor me.’ Politiek meed De Vries. ‘Dat geeft alleen maar rottigheid.’ De Vries bood een luisterend oor en was eerlijk. ‘Niet pleasen om maar iets te zeggen, daar prikken ze snel doorheen.’

De Vries is een gevatte Amsterdammer, geboren in de Pijp.
Tegen een klant: ‘Hoe wil je het hebben?’
Klant: ‘Jij bent kapper.’
De Vries: ‘Tja, ik doe ook maar wat.’
En tegen een jongen wiens haar hij met wax en enige moeite in de gevraagde vorm had gemodelleerd: ‘Ik zou maar rechtop slapen.’

De kapperszaak is een lust voor het oog. Aan de muur een reuzefoto van New York met de Twin Towers in aanbouw, elpees en foto’s van Frank Sinatra, Marilyn Monroe, James Dean en Elvis Presley. Bolhoeden als lampenkap, twee bioscoopstoelen uit de huisbioscoop van Jan Smit (‘Dat zei de verkoper’) en snuisterijen als een waterpompje met balletje, oude scheermessen die je op een wetsteen moet slijpen en een antieke Duitse gokkast. ‘Beetje gekkigheid, daar houd ik wel van.’

Zijn opvolger, Badir Jasim (41), heeft de inrichting goeddeels intact gelaten. Buiten verraden een bescheiden lichtreclame en een nieuw banier op de stoep dat er een nieuwe eigenaar is. Jasim, een in Duitsland geboren lrakees met een stevig gewaxte, gitzwarte kuif, knipt twintig jaar, waarvan de laatste acht jaar in een kapperszaak aan de Kinkerstraat. Hij voelt zich al thuis in de Watergraafsmeer, het meest moet hij wennen aan de vele klanten die Kees heten.