Amsterdam is een ouwe stad. Amsterdam is ook een nauwe stad. Wie weleens een kinderwagen heeft geduwd door de buurt, weet er alles van. Wie met een rolstoel of rollator op weg gaat naar een winkel, museum of concert, weet het dubbel zo goed. Tien jaar na de bekrachtiging van het VN-verdrag over de rechten van mensen met een handicap, maakte 1018-Magazine een rondje door de buurt om de toegankelijkheid voor mindervaliden te testen.
Bertjan ter Braak | Foto’s Alexander Achilles
Plantenbakken, fietsen, steigers, terrasjes: de stoepen van de Amsterdamse binnenstad liggen vol obstakels die je dwingen uit te wijken naar de rijweg. Bepaald niet altijd veilig, en een verwensing van een gehaaste bakfietsouder ligt al gauw op de loer. Het is een inventarisatie geworden van wat je zoal kunt tegenkomen – niet als klaagzang, maar als momentopname van een stad die nog lang niet voor iedereen even goed begaanbaar is.
We beginnen aan de Amstel. Bezoekers van Carré weten het al jaren. Het nieuwe hotel A111, dat op de hoek met de Nieuwe Prinsengracht wordt gebouwd, verspert het trottoir compleet. Voor aanvang van de voorstelling is het dan ook een gekrioel midden op straat, waar fietsers zich ook nog eens luid bellend tussendoor wurmen. Denkt u eens in wat dit voor de mindervalide medemens betekent. Hier is eigenlijk niets geregeld.

Heel anders is dat om de hoek, bij de Magere Brug de Nieuwe Kerkstraat in. Dit stuk van de weg tot aan de Weesperstraat heeft lang opengelegen, maar dan heb je ook wat. Rechts zijn nog wat parkeerplaatsen voor auto’s overgebleven, maar de linkerstoep is zo breed gemaakt dat er overdwars fietsenrekken over vrijwel de hele lengte zijn geplaatst, terwijl het trottoir heel goed begaanbaar is. Goed werk van de herinrichters.
De Nieuwe Keizersgracht – parallel – heeft smalle voetgangersstrookjes. Als we erlangs lopen met de rollator staan er vooral scooters en bakfietsen de zaak te blokkeren. Eenmaal op de Weesperstraat zien we links de voorbeeldig aangelegde omgeving van het Namenmonument – maar ja, hier is ook alle ruimte.
We praten erover met stadsdeelcommissieleden Lotte Wilmink (PRO) en Esmeralde van Vliet (D66) in het café van Soop. “Vreemd genoeg zijn er geen cijfers over de toegankelijkheid van de stad”, vertellen ze. “Maar de stadsdeelcommissie Centrum is wel een aanspreekpunt voor bewoners die (letterlijk) tegen problemen in de openbare ruimte aanlopen.” Een stuk dichter bij de bewoners dan de gemeenteraad. De dames kunnen in de commissie agenderen en adviseren aan het bestuur van het stadsdeel. Ze zijn bereikbaar via het contactformulier op de website van de gemeente.
Een dag later, we zijn gaan zitten op het terras van Café Koosje. Glorieus zonnetje. Rollator zo’n beetje opgeklapt. En daar komt nog een meneer met zo’n karretje. Hij nestelt zich naast ons. “Kees is de naam.” Op de vraag of hij hier wel vaker komt, antwoordt hij bevestigend. “M’n vaste loopje vanuit de Dapperbuurt.” Kees kijkt zorgelijk. “Alleen is dit zo’n ingewikkeld kruispunt geworden. Kijk, ik begrijp dat het Holocaustmuseum en de Hollandsche Schouwburg moeten worden beschermd, maar nu is het een chaos door die zwerfkeien. Kijk maar: je ziet het gebeuren.” En inderdaad: de fietsers moeten de rijweg op en negeren volledig de witte strepen op de weg die we een zebrapad noemen. Net zoals rode stoplichten overigens. “Maar het ergste”, vervolgt Kees, “is het oversteken hier. Met mijn rollertje die tramrails kruisen, da’s traag gehobbeldebobbel, een heel gedoe. En dan staan die stoplichten amper op groen, ik raak er gestrest van, het is eigenlijk geen doen.”
Even eerder hebben we ons langs een auto gewrongen die veel te ver op de stoep stond. Niet eens zo’n dikke bak, maar gewoon een toonbeeld van achteloosheid en desinteresse. Een meter verder zit een mevrouw op haar trapje in de zon te genieten van een mok muntthee. “Het is verschrikkelijk, dat parkeren hier. Laatst kwam er een man met zijn zoontje op de schouders langslopen en zelfs die kon er nauwelijks langs, hij struikelde zowat over mijn potten. Dus die heb ik maar wat meer naar binnen gezet. Weet u, gaf de gemeente maar stickers uit om op de voorruit van zulke wanparkeerders te plakken!”
Nog even een kijkje op de Kadijken. De Hoogte Kadijk heeft lang opengelegen, met schots en scheef neergegooide planken voor voetgangers. Niet te doen voor een rollatormens. Maar het moet gezegd worden, de inrichting is een stuk ruimtelijker en veel beter begaanbaar. Een stukje verderop, langs het Entrepotdok, is dat anders. Een rommeltje van bakken en versmallingen, met als dieptepunt een stuk stoep dat geheel geannexeerd is tot een soort voortuintje. En dat juist op een vrij drukke plek.
Kwetsbare mensen wonen natuurlijk ook in het Dr. Sarphatihuis. Daar valt te noteren dat alleen al het oversteken van de voordeur naar het parkje ertegenover heel gevaarlijk kan zijn. Er is geen zebrapad of een op- en afrit, een euvel dat op verbazingwekkend veel plekken nog steeds niet is verholpen. Je staat dan toch enorm te hannesen bij zo’n rechte stoeprand. En, er is recent al op gewezen, de Roetersstraat is een racebaan, ondanks een 30-kilometerbeperking.
Een mooi verhaal ten slotte laat Miriam de Wit van Ontmoetingscentrum De Keyzer in de Czaar Peterstraat optekenen. ‘De straat ligt al sinds oktober open en dat was best een probleem voor onze bezoekers. Mensen met dementie, bijvoorbeeld, die de straat niet meer herkenden. Het kon zomaar eens desastreus worden. Maar samenwerken, met z’n allen, dan kan er veel. Zoals met Walter, de coördinator van de verkeersregelaars, die de mensen naar ons toe begeleidt. Dat is goud waard. Met de omgevingsmanager. Maar ook even praten met de buren, die meer mensen langs zien komen omdat een andere ingang moest worden gebruikt.’
De ruimte is beperkt, dat weten we, maar wat aandacht voor passanten met een rollator of rolstoel zou een goede zaak zijn. En voor de gemeente ligt er de schone taak om wat van die horden weg te nemen.






