Na zestien jaar Amsterdamse politiek neemt Jan-Bert Vroege afscheid van Oost. De afgelopen vier jaar was hij dagelijks bestuurder in het stadsdeel waar hij al bijna dertig jaar woont. Nu vertrekt hij naar Almere, waar hij wethouder wordt. Hij doet dat met nieuwe ambitie, maar ook met verdriet over de manier waarop Amsterdam volgens hem met de stadsdelen en hun bestuurders omgaat.
Arie Martijn Schenk
‘Het was soms pittig, het was soms hard werken, maar je bent iedere dag letterlijk bezig met echte problemen van echte mensen’, zegt Vroege. ‘In de diversiteit van wat ik nog altijd het leukste stukje van Amsterdam vind. Het was mij echt een eer om te doen.’
Parken als huiskamers van de wijk
Als Vroege terugkijkt op vier jaar bestuur in Oost, komt hij al snel uit bij de parken. Hij noemt ze de plekken waar de stad nog echt samenkomt. ‘Ik heb ontdekt hoe waardevol parken zijn in Oost en eigenlijk in heel Amsterdam. Het zijn letterlijk nog de enige plekken waar iedereen elkaar ontmoet, ongeacht rang, stand, leeftijd, inkomen of achtergrond.’

Volgens Vroege raakt dat aan iets groters. Veel delen van de stad zijn gesegregeerd geraakt, zegt hij. Mensen komen niet vanzelfsprekend meer op dezelfde plekken. Sportscholen, horeca en andere voorzieningen trekken vaak eigen groepen aan. ‘Maar een park is nog van en voor iedereen.’
Daarom is volgens hem de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de parken van Oost. In het Oosterpark kwamen onder meer extra sport- en speelmogelijkheden, toiletvoorzieningen en horeca. Ook bij het Flevopark en het Nieuwe Diep ligt de nadruk op groen, water en meer gebruik van de openbare ruimte. ‘Overal hebben we geïnvesteerd in die parken, juist omdat het zulke belangrijke plekken zijn.’
Ook sportparken ziet hij als plekken waar de samenleving elkaar tegenkomt. Vooral voetbal noemt hij daarbij. Op IJburg speelde dat mee bij de inzet voor extra sportvelden in het Diemerpark. ‘Dat is eigenlijk de enige plek waar jongeren van IJburg elkaar via voetbal ontmoeten.’
Groen vraagt geduld
De waarde van groen merkt Vroege niet alleen als bestuurder, maar ook als bewoner. Tijdens warme dagen voelt hij hoe stenig de stad is. ‘Dan merk je pas hoeveel steen er in de stad zit’, zegt hij. Bomen zijn volgens hem daarom onmisbaar. Niet alleen vanwege schaduw, maar ook vanwege verkoeling.
Tegelijk vraagt groen om geduld. ‘Bomen zijn wezens die tijd nodig hebben’, zegt hij. Rond het Oosterpark kwamen volgens Vroege bijna honderd bomen bij. Die zijn nu nog klein, maar zo werkt een park nu eenmaal. Hij verwijst naar Leonard Springer, die het Oosterpark in de negentiende eeuw ontwierp met een blik op de lange termijn. ‘Sommige bomen zijn nu pas zoals Springer ze had bedacht. Meer groen in de openbare ruimte kost nu eenmaal tijd.’ Die tijd past slecht bij een periode waarin veel mensen snel resultaat willen zien. ‘Alles moet morgen klaar zijn. Dat maakt het een lastig onderwerp.’
Bij zijn afscheid kreeg hij een kunstwerk mee dat is gemaakt uit hout van de rode beuk van De Nieuwe Ooster. De boom was ziek en werd eerder met veel aandacht weggehaald. Voor Vroege krijgt het kunstwerk een plek in zijn nieuwe werkkamer in Almere. Zo reist een stukje Oost met hem mee.
Het Joodse verhaal van Oost
Een ander onderwerp dat Vroege bijblijft, is het zichtbaar maken van de Joodse geschiedenis van Oost. Dat begon voor hem deels onverwacht, vertelt hij. Hij werd uitgenodigd bij de onthulling van een bordje bij een vergeten Joodse school en bezocht op 4 mei een herdenking bij het Swammerdamplein. ‘Ik woon al bijna dertig jaar in Oost en ik wist grotendeels van dit Joodse verhaal van Oost niet. En ik denk met mij bijna niemand.’
Volgens Vroege hoort dat verhaal nadrukkelijk bij de identiteit van het stadsdeel. De Joodse gemeenschappen waren niet uniform, benadrukt hij. Ze liepen uiteen van zeer links tot streng ortodox. Wat zij gemeen hadden, was dat zij op enige afstand van het centrum leefden en hun eigen weg gingen. ‘Een beetje dat eigenzinnige wat Oost heeft, is toen ontstaan, en bestaat nog steeds.’
Daarom vindt hij het belangrijk dat die geschiedenis zichtbaar blijft. Niet alleen om het verleden te kennen, maar ook om het heden beter te begrijpen. ‘Diversiteit en inclusie gaan voor mij niet alleen over wat je wel of niet mag zeggen’, zegt hij. ‘Het gaat erom dat we elkaar beter leren kennen door naar elkaars verhalen te luisteren.’
In die verhalen ziet hij veel overeenkomsten. Amsterdam is een stad van migratie, zegt Vroege. Veel mensen komen zelf van elders, of hun ouders of voorouders. ‘In al die verhalen zitten pijn en hoop. Als we elkaars verhalen beter kennen, zien we dat we veel meer op elkaar lijken dan we in eerste instantie denken.’
Kunst in de openbare ruimte
Vroege keek de afgelopen jaren ook vaak terug op openingen van kunstwerken in Oost. Een kunstwerk dat hem bijzonder bijblijft, staat op Cruquiuseiland: de vijf rietstengels. ‘In eerste instantie denk je: wat is dat? Maar als je je erin verdiept, zie je de symboliek van wat er ooit was en wat er nu is.’
Cruquiuseiland noemt hij een geslaagde hoogstedelijke wijk. Dicht bebouwd, maar volgens hem toch prettig om doorheen te lopen. Het water is dichtbij, de openbare ruimte is zichtbaar en de kunstwerken geven straten en plekken een eigen identiteit. ‘Dat is de magie van goede stedenbouw. Er zijn plekken waar je je niet fijn voelt en plekken waar je je wel fijn voelt. Waar dat precies in zit, is niet altijd grijpbaar.’
Juist daarom vindt hij het belangrijk dat stedenbouwkundigen ruimte krijgen. Niet alleen kijken naar losse gebouwen, maar naar het geheel. ‘Niet alleen het financieel rendement moet leidend zijn’, zegt hij. ‘Anders krijg je maximaal vierkante meters op de grond.’
Bouwen met voorzieningen
Oost blijft de komende jaren groeien. Voor Vroege ligt daar een voortdurende opgave: bouwen, maar wel met oog voor leefbaarheid en voorzieningen. In nieuwe gebieden tekent de gemeente aan de voorkant ruimte in voor functies als supermarkten, drogisterijen en scholen. Maar de invulling ligt niet volledig bij de gemeente.
‘De gemeente gaat geen supermarkt beginnen’, zegt Vroege. Ondernemers en organisaties stappen vaak pas in wanneer hun businesscase klopt. Daardoor ontstaat spanning. Nieuwe bewoners willen voorzieningen, terwijl aanbieders soms wachten tot er genoeg bewoners zijn. ‘Als je in een nieuwe wijk gaat wonen die nog niet af is, heeft dat ook charme. Maar het is nog niet af.’
Hij leerde de afgelopen jaren ook veel over woningcorporaties. Die doen volgens hem meer dan woningen bouwen en huren innen. Ze zijn maatschappelijke partners, maar moeten financieel gezond blijven. Volgens Vroege hoort de lokale overheid daar ruimte voor te bieden, ook als dat soms schuurt. ‘Zo krijg je extra woningen en houd je corporaties gezond die ook maatschappelijke dingen kunnen doen.’
Schoonhouden doe je samen
Een concreet onderwerp waar veel bewoners dagelijks iets van merken, is afval. Vroege noemt de aanpak rond containeradoptanten een belangrijk voorbeeld. De stad schoonhouden is volgens hem nooit klaar. ‘Er moet iedere dag hard gewerkt worden om de stad schoon te houden. Alles wat er niet meer ligt, zie je niet. Maar alles wat er nog wel ligt, zie je wel.’
In Oost zijn inmiddels 982 containeradoptanten actief. Zijn ambitie was om de duizend te halen. Dat lukte net niet, maar Oost telt volgens Vroege wel veruit de meeste containeradoptanten van alle stadsdelen. Ook zijn er steeds meer bewoners en groepen die afval prikken. Daar spreekt hij met waardering over. Afval prikken blijkt volgens hem zelfs verrassend leuk. ‘Je bent zo geconcentreerd bezig met dingen pakken, dat je nergens anders aan kunt denken. Na een uurtje prikken ben je helemaal opgeladen. Het is ontspannend!’
Maar bewoners kunnen het niet alleen. Ook ondernemers hebben een taak, zegt Vroege. Zeker in woonwinkelstraten zoals de Javastraat moeten ondernemers hun afval goed regelen en zich aan de regels houden. Bedrijfsafval hoort niet in containers voor bewoners. ‘Ondernemers moeten hun eigen rotzooi beheren en oplossen en niet afwentelen op de openbare ruimte.’
Verdriet om stadsdeelpolitiek
Vroege vertrekt met trots, maar ook met zorgen over de positie van de stadsdelen. Hij vindt dat Amsterdam de afgelopen maanden te gemakkelijk heeft gesleuteld aan het stadsdeelbestuur. In het verleden werd het bestuurlijk stelsel eens in de vier jaar uitgebreid geëvalueerd, zegt hij. Met inbreng van de stad, politieke partijen en de stadsdelen zelf.
Nu is volgens hem in korte tijd veel veranderd, zonder voldoende openheid. ‘Bij het plaatsen van een afvalcontainer of prullenbak hebben we uitgebreid beleid, met procedures en stappen. Bij bestuurders vond men dat deze keer blijkbaar overbodig.’
Vroege gelooft nog altijd in sterke stadsdelen. Niet als losse eilandjes in de stad, benadrukt hij, maar omdat nabij bestuur belangrijk is in een complexe stad als Amsterdam. Bewoners en ondernemers moeten ergens terechtkunnen met signalen uit hun buurt.
Ook voor de stadsdeelcommissie ziet hij daarin een rol. Volgens Vroege begrijpt de nieuwe commissie haar taak goed en is zij politiek gedreven. Dat vindt hij positief. ‘Laat de stadsdeelcommissie luisteren in de wijk. En laat het dagelijks bestuur dat weer meenemen richting gemeenteraad en college.’
Het gaat volgens hem niet om ‘zeuren om het zeuren’, maar om lokale kennis die anders gemakkelijk verdwijnt. De afstand tussen een bewoner en de Stopera is groot. Juist daarom blijft een stadsdeel belangrijk.
Met Oost in zijn bagage naar Almere
In Almere krijgt Vroege een brede portefeuille met onder meer economie, werkgelegenheid, innovatie, onderwijs, duurzaamheid, klimaat, energie, kunst, cultuur en diversiteit. Ook de herontwikkeling van het stadscentrum hoort daarbij. ‘Uiteindelijk neem je heel veel dingen mee’, zegt hij. ‘De wereld buiten laat zich nooit helemaal opdelen in de hokjes die wij als gemeente bedenken.’
Hij wil Almere leren kennen zoals hij Oost kent: niet alleen via stukken en vergaderingen, maar door er te wonen en rond te lopen. ‘Besturen is niet alleen tussen negen en vijf stukken lezen en beleid maken. Het is ook rondlopen, boodschappen doen, naar de sportschool gaan. Dan snap je wat er echt speelt in een stad.’
Of hij Oost gaat missen? Natuurlijk, maar de afstand tussen Almere en Amsterdam is niet ver. Ook zijn kennis van Oost neemt hij mee. Vroege won eerder met zijn D66 teamgenoten de oost-online Oost-Quiz, naar eigen zeggen dankzij zijn kennis van het stadsdeel en ‘een raar geheugen’ voor triviale feitjes.
In Almere begint dat opnieuw. ‘Waar ik misschien het meest tegenop zie, is dat ik daar nog zo weinig weet’, zegt hij. Maar ik ben aan het lezen en heb al veel bijzondere en grappige feitjes over Almere geleerd.’
Na zestien jaar Amsterdamse politiek sluit Vroege de deur in Oost met een goed gevoel. ‘Ik kan mezelf redelijk goed in de spiegel aankijken nu ik de deuren achter me dichttrek. En ik ga vol ambitie naar Almere.’





