Elk weekend vinden meer dan zevenhonderd bewoners van de Plantage-Weesperbuurt, de Kadijken en het Rapenburg in hun mailbox een buurtbericht met informatie, nieuwtjes en wetenswaardigheden uit hun buurt. Drijvende kracht achter het buurtbericht is Michel van Wijk (1958), lid van de stadsdeelcommissie Centrum (SDC) als initiatiefnemer van de lijst Bewoners Amsterdam. Een kennismaking met een gepassioneerd buurtbewoner.

Erik Hardeman

Dit voorjaar bracht de gemeente op verzoek van de bewoners van de Nieuwe Keizersgracht langs de Schaduwkade een ballenlint aan dat ervoor moet zorgen dat plezierboten niet kunnen aanleggen aan deze gedenkkade. In een interview in dit blad memoreerde Jacob Kohnstamm de hulp die de bewoners in hun contact met de gemeente hadden gekregen van Michel van Wijk. “Omdat de bewoners tot dan toe tevergeefs hadden geprobeerd om aanleggen aan de kade onmogelijk te maken”, zegt Van Wijk, “heb ik hun verzoek aan de verantwoordelijke stadsdeelbestuurder voorgelegd. Eerst kon het niet, zei ze, want er waren allerlei formele bezwaren. Maar ja, ‘kan niet’ komt in mijn woordenboek niet voor, dus ik heb haar voorgesteld om te kijken hoe die bezwaren konden worden weggenomen en dat is haar via haar contacten binnen de gemeente gelukt. Tot blijdschap van de bewoners, maar ik ben er zelf ook heel tevreden over.”

Van Wijk noemt het voorbeeld van de Schaduwkade karakteristiek voor hoe hij als lid van de stadsdeelcommissie Centrum te werk gaat. “Het is voor bewoners vaak lastig om tot de instanties door te dringen en ik help ze daarbij. Een van de speerpunten van Bewoners Amsterdam is dat bewoners moeten kunnen participeren en ik durf wel te zeggen dat ik de afgelopen vier jaar flink wat bewoners zo een stem heb gegeven. Of ze altijd gelukkig waren met het resultaat is vers twee, maar ze waren wel gelukkig met het feit dat ze gehoord werden. Vaak staan bewoners en instanties eerst tegenover elkaar, maar het is mijn ambitie om te laten zien dat je ook kunt samenwerken en rekening met elkaar kunt houden.

Neem Artis, daar wil men pal tegenover het Entrepotdok een groot dienstengebouw neerzetten. De bewoners zien daar niets in en dat kaart ik dan aan bij Artis. Ik heb aan directeur Sutorius voorgelegd: jullie kunnen natuurlijk doen wat jullie willen, want jullie krijgen de omgevingsvergunning van de gemeente toch wel, maar jullie kunnen ook in overleg gaan met de bewoners. In het geval van het dienstengebouw hebben ze dat ook gedaan en ze hebben de omvang van het gebouw enigszins aangepast. Niet dat de bewoners nu tevreden zijn, maar er is in ieder geval naar ze geluisterd.”

‘Het is mijn ambitie om te laten zien dat je ook kunt samenwerken en rekening met elkaar kunt houden’

Michel van Wijk verhuisde 35 jaar geleden van de De Clercqstraat naar onze buurt. “Ik heb een tijd in Oud-West gewoond tot mijn vriendin en ik besloten samen te gaan wonen en we konden een woning krijgen in de Plantage.” Hij lacht: “Ik weet nog dat we ons afvroegen of we dat moesten doen, want het was wel heel diep in Amsterdam-Oost, vonden we toen. Nu zouden we hier niet meer weg willen.” Naast zijn werk in de retail heeft hij ook altijd vrijwilligerswerk gedaan, vertelt hij, en toen hij wat meer tijd kreeg, was het voor hem dan ook niet meer dan logisch om aan te schuiven bij de vergaderingen van het Plantage Weesperbuurt Overleg (PWO). “Ik heb de interesse in wat er in de buurt speelt van huis uit meegekregen. Bij ons thuis ging het aan tafel vaak over maatschappelijke onderwerpen. Ik heb dat trouwens ook in mijn eigen gezin gestimuleerd. Ik weet nog dat mijn kinderen op een gegeven moment klaagden: ‘bij onze vriendjes zijn ze met twintig minuten klaar met eten, bij ons duurt het wel drie kwartier.”

Hij noemt zichzelf iemand die aanwezig is en graag zijn stem laat horen, en het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat hij na enige tijd gevraagd werd als voorzitter van het PWO. Als gevolg van corona, maar ook omdat er in de Plantage-Weesperbuurt weinig controversiële kwesties speelden, hield het PWO rond 2020 echter op te bestaan. “Ik vind dat jammer, omdat het toch een platform was, al was het maar een paar keer per jaar, waarop bewoners en ook bedrijven uit de buurt elkaar konden ontmoeten en vertellen waar zij mee bezig waren. Maar op dat moment was daar in de buurt weinig animo voor en om toch een beetje in de lacune te voorzien ben ik toen het buurtbericht begonnen. Daarin informeer ik mensen over wat er speelt in de buurt omdat ik het belangrijk vind dat mensen zich realiseren dat ze in een buurt wonen. Mijn eerste abonnees heb ik gekregen door te flyeren. Ik weet nog dat restaurant de Plantage in de coronatijd maaltijden aan de deur verkocht. Ik woon daar vlakbij en ik ben toen gewoon met een flyer op mensen afgestapt die daar in de rij stonden. Zo is het begonnen.”

‘Waarom alles in de stadsdeelcommissie zo officieel moet, begrijp ik niet’

Intussen was in Amsterdam een nieuw bestuurlijk stelsel geïntroduceerd, waarin bewoners werden uitgenodigd om zich verkiesbaar te stellen voor een stadsdeelcommissie (SDC). “Dat kwam overeen met mijn gedachte dat je geluiden uit de buurten naar het bestuur van het stadsdeel moet brengen. In 2018 kreeg ik nog te weinig stemmen, maar vier jaar later werd ik gekozen met de lijst van Bewoners Amsterdam, een naam die ik voor de gelegenheid had bedacht. Ik heb me bewust niet aangesloten bij een politieke partij, want het is mijn overtuiging dat partijleden te veel gebonden zijn aan partijstandpunten om het belang van een specifieke buurt te vertegenwoordigen. Mijn ervaring in de SDC is dat ik in dat opzicht duidelijk een uitzondering ben. Ik ga regelmatig naar buurtvergaderingen om te horen wat er leeft. Daar ben ik vrij vaak de enige uit de SDC. Ik durf wel te zeggen dat Bewoners Amsterdam de afgelopen vier jaar een relatief groot aantal onderwerpen over specifieke buurtaangelegenheden op de agenda heeft gezet. Niet slecht voor een eenmansfractie.”

Wie de vergaderingen van de stadsdeelcommissie volgt, weet dat Michel van Wijk regelmatig met onorthodoxe voorstellen kom. Die krijgen dan ook niet altijd steun van de andere commissieleden. Bovendien heeft hij meer dan eens moeite met de algemeen aanvaarde regels die voorschrijven dat de leden van de commissie elkaar aanspreken met meneer of mevrouw en dat zij discussiëren via de voorzitter. Hij zucht: “Ik heb me daar een tijdje tegen verzet, want ik zie ons meer als een soort buurtvergadering. Daar noem ik mensen ook gewoon bij de voornaam, dus waarom alles in de stadsdeelcommissie zo officieel moet, begrijp ik niet. Maar inmiddels heb ik me erbij neergelegd, want als ik dat niet doe dan luisteren ze niet. Dat mijn voorstellen niet altijd veel medestanders krijgt? Ik zou dat misschien kunnen voorkomen door me wat meer aan te passen aan de bestuurlijke mores. Maar zo zitten ik en mijn achterban niet in elkaar.”

‘Het is voor bewoners lastig om tot instanties door te dringen en ik help ze daarbij’

Dat hij niet wars is van onorthodoxe ideeën bewees hij een paar jaar geleden onder meer met zijn door de gemeente overgenomen initiatief om in stadsdeel Centrum drieduizend bezems aan de bewoners ter beschikking te stellen om daarmee hun straat schoon te houden. Ook organiseerde hij onlangs al voor het vierde jaar de verkiezing van het mooiste geveltuintje van de buurt. “Vanochtend las ik in de krant dat we ons volgens Den Haag minder moeten bezighouden met het ontwikkelen van beleid, en meer met de uitvoering. Dat is me uit het hart gegrepen.” Zijn meest recente initiatief betrof het rookvrij maken van de Roetersstraat, waarover in het vorige nummer van dit blad werd bericht. Met smaak vertelt hij hoe hij die ochtend pal voor de ingang van het rookvrije gebied twee studenten zag staan roken. “Ze hadden de tegels die het rookvrije gebied markeren nog niet gezien, maar toen ik ze erop wees, zeiden ze: Typisch weer zo’n overheidsinitiatief, dat er weer iets niet mag. Nee, zei ik, dit is een bewonersinitiatief, onder meer vanwege alle peuken op de grond. Dat vonden ze een betere invalshoek. Ze gingen door met roken, maar zeiden: ‘We gooien onze peuken straks wel netjes in de prullenbak.’  Kijk, dat is toch winst.”