Home Oostelijk Havengebied Kop Java-eiland mogelijke plek voor Slavernijmuseum

Kop Java-eiland mogelijke plek voor Slavernijmuseum

0
Foto Stadsarchief Amsterdam.

De Kop van het Java-eiland is een van de negen plekken waar het nieuwe museum over het nationaal slavernijverleden in Amsterdam zal komen. Ook het Marineterrein staat op het lijstje van het college van B en W. Het nieuwe museum gaat een bijdrage leveren aan kennis en inzicht van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de betekenis van slavernij in de huidige samenleving.

Een nieuw museum over het nationaal slavernijverleden in Amsterdam komt dichterbij. De inhoudelijke hoofdlijnen van het museum zijn vastgesteld. Het museum zal zich richten op een breed publiek, met een focus op kunst, kennis en onderzoek en educatie. Er worden drie kwartiermakers aangesteld, die een jaar de tijd krijgen om te komen tot een definitief plan, een blauwdruk en tijdelijke programmering voor het nieuwe museum. Daarnaast presenteert het college de resultaten van een studie naar negen mogelijke locaties, waarvan Kop Java-eiland er een is.

Negen potentiële plekken

Het college heeft de ambitie om een museum met een nationale uitstraling te realiseren in een nieuw gebouw. Het gebouw zal rond de 6500 m2 publieksruimte krijgen en zal worden omringd door een park. Voorlopig zijn er negen potentiële plekken voor dit nieuwe gebouw, zoals Kop Java-eiland, het Marineterrein, het Mandelapark en de Sixhaven. Het college wil de besluitvorming over de locatie transparant laten plaatsvinden en daarbij maximale ruimte bieden voor participatie en inspraak, waarbij ook ruimte is voor de suggestie voor andere geschikte plekken.

Belangrijke stappen

De maatschappelijke behoefte aan een museum over het slavernijverleden is volgens wethouder Touria Meliani groot. ‘Er is behoefte aan erkenning van en informatie over deze gedeelde geschiedenis. Met behulp van kunst worden oude verhalen eigentijds en relevant gemaakt. Er komt ruimte om uiting te geven aan emoties en om nieuwe perspectieven te ontdekken.’ Ook wethouder Groot Wassink is tevreden: ‘Dit college heeft belangrijke stappen gezet om onze gedeelde geschiedenis bespreekbaar te maken. Het maken van excuses voor de rol van het stadsbestuur tijdens de slavernij was een belangrijk markeringspunt. Geen eindpunt, maar een begin.’