Natuurijs zal er dit jaar niet meer komen is de verwachting. Maar op de Jaap Eden IJsbaan, de drukst bezochte kunstijsbaan ter wereld, kun je iedere dag de schaatsen onderbinden. Wie in de kerstvakantie last heeft van schaatskoorts, kan er terecht voor een rondje op de iconische 400-meterbaan.
Schaatsland zonder natuurijs
Nederlanders staan bekend als schaatsliefhebbers, maar wil je het ijs op, dan ben je aangewezen op kunstijsbanen. Winters waarin natuurijs dik genoeg is om massaal te schaatsen, zijn schaars geworden. Dat was enkele decennia geleden nog anders.
De komst van kunstijs
Amsterdammers al sinds 1961 terecht op kunstijs. De Jaap Eden IJsbaan ging toen open en is daarmee inmiddels de oudste nog bestaande 400-meter-kunstijsbaan ter wereld. In 1973 volgt de opening van de schaatshal, waardoor er ook bij slecht weer of hogere temperaturen geschaatst kan worden.
De populariteit laat niet lang op zich wachten. Volgens de eigen geschiedschrijving van de Jaap Eden IJsbaan wordt de miljoenste bezoeker al na 425 schaatsdagen verwelkomd. Inmiddels komt het jaarlijkse bezoekersaantal gemiddeld uit op een half miljoen.
Schommelingen in de cijfers
Uit oude jaarboeken van Onderzoek & Statistiek (O&S) blijkt dat het bezoek aan de Jaap Edenbaan tussen 1980 en 2019 sterk varieert. Zo telt de kunstijsbaan in de winter van 1989/’90 nog geen 49.000 bezoekers, terwijl dat aantal in 2007/’08 oploopt tot bijna 435.000. Het aantal bezoekers van de schaatshal schommelt eveneens, al minder extreem.
Het weer speelt daarbij een rol. In bijzonder koude winters, zoals 1981/’82 en 1984/’85, ligt het bezoek aan de kunstijsbaan iets lager. Amsterdammers wijken dan vaker uit naar natuurijs. Maar het weer verklaart niet alle schommelingen.
Renovatie en schaatsgekte
De scherpe daling in 1989/’90 heeft een duidelijke oorzaak: de Jaap Eden IJsbaan is dat jaar grotendeels gesloten vanwege een renovatie. Zodra de vernieuwde baan het jaar erop heropent, schiet het bezoekersaantal weer omhoog.
Echt opvallend wordt de groei eind jaren negentig. In de winter van 1997/’98 ligt het aantal bezoekers 36 procent hoger dan het jaar ervoor. Een seizoen later komt daar nog eens 32 procent bij. Die plotselinge schaatsgekte is het gevolg van een samenloop van omstandigheden.
Na de strenge winters van 1995/’96 en 1996/’97 volgt in 1997 de vijftiende Elfstedentocht. Een jaar later zorgen de Olympische Winterspelen in Nagano voor een nieuwe impuls. Nederland wint daar elf medailles, allemaal in het schaatsen – een record. Overwinningen van onder anderen Marianne Timmer, Gianni Romme, Ids Postma en Rintje Ritsma brengen het land in schaatsroes.
Blijvend effect
Die populariteit blijft nog een tijd hangen. In de winter van 1998/’99 piekt niet alleen het bezoekersaantal van de Jaap Eden IJsbaan, maar groeit ook het aantal leden van Amsterdamse schaatsverenigingen explosief: 95 procent meer dan een jaar eerder.
Na een korte dip keert de groei begin deze eeuw terug, zij het geleidelijker. O&S constateert in het jaarboek van 2003: ‘Schaatsen wint aan populariteit: sinds 1999 is het ledental meer dan verdubbeld.’ Ook het bezoek aan de Jaap Edenbaan neemt in die periode toe.

Vandaag is de Jaap Eden IJsbaan uitgegroeid tot een internationale uitzondering. Niet door topsportevenementen alleen, maar door haar laagdrempeligheid, stedelijke ligging en lange geschiedenis. De baan is een vaste waarde in het sportieve en sociale leven van de stad. Wat begon als een vooruitstrevend project in 1961, is nu een plek waar generaties Amsterdammers hebben leren schaatsen en waar dat, ondanks zachtere winters, nog altijd massaal gebeurt.






