Bij de Watergraafsmeer, het Amsterdam-Zuid van Oost, denk je al snel aan de wat chiquere straten rondom de Hogeweg en de Linnaeusparkweg. Voor de woningen en appartementen daar moet je tegenwoordig al gauw meer dan een miljoen euro neerleggen om er te kunnen wonen. Het is er dan ook vergeven van de BN-ers.
Fokko Kuik
Dat deze buurt ook wel plekken kent met een wat mindere uitstraling kun je onder meer zien op en rond het Christiaan Huygensplein. Dit winkelplein met veel autoparkeerplaatsen straalt in alles het vooruitgangsgeloof van eind jaren 50/begin jaren 60 uit. Moderne architectuur voor die tijd met grote ramen in de woningen en winkels en vooral goed bereikbaar met de auto.
Toen ik op de website Geheugen van Oost wat over de geschiedenis van dit plein zocht, kwam ik er tot mijn verrassing achter dat op de plek waar nu de grote Albert Heyn te vinden is tussen 1911 en 1934 een houten Ajax-stadion gestaan heeft. Toen dat wegens de successen van die club (toen nog wel!) te klein werd, verhuisden ze door naar stadion De Meer. Het was soms zo vol met publiek rond het veld dat er geen corners meer genomen konden worden, las ik ergens. En waar nu al vele jaren Chinees restaurant Wong Koen gevestigd is stond tot 1957 een oude boerderij met de naam Goed Genoeg.
Die naam was blijkbaar niet meer van toepassing, want het werd tijd voor wat nieuws en moderns: winkels die vanaf de achterkant bevoorraad kunnen worden, want dat kon niet in de klassieke winkelstraten van Amsterdam.
In de 65 jaar dat het winkelcentrum nu bestaat, is het een komen en gaan geweest van ondernemers die hier hun winkel hebben gehad. Alleen de AH zit er nog steeds vanaf het begin, al zal die winkel oorspronkelijk een stuk kleiner zijn geweest. De meeste overige winkels zijn al meerdere malen van functie verwisseld.
Hoewel je hier tegenwoordig ook 4 euro moet betalen voor een uurtje parkeren is het gemakkelijk voor de deur kunnen parkeren waarschijnlijk nog steeds een aantrekkelijk aspect voor ondernemers om hier gevestigd te zijn. Tegenwoordig vind je er een speciaalzaak voor tennis- en padelspullen en er zijn veel lekkere dingen winkels, zoals Eriks Delicatessen. Vooral op zaterdagen kom je er dan ook steeds meer bakfietsen tegen, net zo’n symbool van de vooruitgang als de eigen auto in de jaren 60 dat was.
Recent lijkt er wel sprake te zijn van wat vergroening van het plein, getuige de nieuwe boompjes die er staan aan de zonnige zuidzijde. Of de gemeente het in haar streven om de stad steeds autoluwer in te richten ooit zal aandurven om alle autoparkeerplaatsen weg te halen betwijfel ik. Misschien juist ook wel leuk om dit autovriendelijke plein als herinnering aan de jaren 60 te koesteren: een soort vintage winkelcentrum, zoals ze tegenwoordig niet meer ontworpen worden. Toen ik er een gesprekje tussen twee bewoners van de Watergraafsmeer opving, noemde één dame het zelfs een gezellig winkelcentrum. Niks meer aan doen dus.







