Het gaat al langere tijd niet goed met de Dappermarkt. De markt kampt met sterk teruglopende omzetten en leegstand. De marktkramers uitten hun zorgen bij de stadsdeelcommissie. Hun oproep is om beter te luisteren naar de marktkooplui. Het stadsdeelbestuur lijkt nog niet mee te bewegen.

Han Gaaikema

De twee marktkooplieden winden er geen doekjes om. Sinds de gemeente de maatregelen, die bedoeld waren om de teloorgang van de Dappermarkt tegen te gaan, heeft doorgevoerd, is het niet beter gegaan met de nering. Integendeel. De genomen maatregelen lijken eerder averechts te werken.

Op dinsdagavond 7 september spraken Martin Kelch en Dennis Barendse, beiden kramers op de Dappermarkt, hun ongenoegen uit over het beleid van het stadsdeelbestuur. Ze zien de omzet dalen en tegelijkertijd de gemeentelijke kosten stijgen. Steeds meer venters stoppen met hun kraam. Ze hebben voldoende ideeën hoe deze neerwaartse spiraal omgebogen kan worden.

Dat de Dappermarkt moet veranderen, daar zijn de marktkooplui en de gemeente het wel over eens. De markt moet met zijn omgeving meegaan, en de bevolkingssamenstelling van die omgeving is de afgelopen decennia fors veranderd. Waar de Dapperbuurt tot begin deze eeuw nog een typische ‘armenbuurt’ was, is de buurt nu gemêleerd. Naast de sociale huurwoningen hebben yuppen en tweeverdieners hun intrek genomen in, deels door woningcorporaties op de markt gebrachte, koopwoningen.

Doorgevoerde veranderingen

Het marktbezoek en koopgedrag zijn met die ontwikkeling meegegaan. De Dappermarkt, beroemd om de lage prijzen, is voor de nieuwe groep bewoners met hogere inkomens niet bijster interessant. Marktbezoek is nog steeds aantrekkelijk, maar dan als een uitje en dan bij voorkeur op een vrije dag. Er moet iets gesnackt en het liefst ook gedronken kunnen worden. En de marktproducten zijn aantrekkelijk als ze iets bijzonders hebben, of gepaard gaan met een ‘experience’. Basisproducten, waar de Dappermarkt traditioneel goed in is, voldoen niet aan die criteria.

In een eerdere poging het tij te keren, sloegen gemeente en marktkramers de handen ineen. De overeengekomen veranderingen werden ingevoerd in oktober 2025, nog geen jaar geleden dus. De veranderingen betroffen onder andere een vergroting van de marktkramen (van drie naar vier meter), de herinrichting van het Dapperplein (terrassen in plaats van marktkramen) en de introductie van flexibele kramen (voor ‘dagkooplui’). Dat ging niet zonder slag of stoot. De marktkramers vonden dat er te weinig naar hen werd geluisterd. Na het bereiken van een polderachtig compromis leek de lucht gezuiverd en kon de markt zich doorontwikkelen.

Maatregelen hebben niet het gewenste effect

Daar komen de marktkooplui nu op terug. De genomen maatregelen werken niet, hebben onvoldoende effect, of werken soms zelfs averechts. Neem nu het Dapperplein, waar alle marktkramen verwijderd zijn om plaats te maken voor aantrekkelijke terrassen. De kramen zijn weg, maar de terrassen zijn er nooit gekomen, aldus de ondernemers. De maatregel pakt verkeerd uit en heeft geresulteerd in een groot gapend gat op de Dappermarkt. ‘Ik kan u zeggen, op het plein staan een paar oude roestbakken met een paar bomen erin. Zelfs de honden lopen er nog aan voorbij’, zo wist Kelch de huidige situatie beeldend te verwoorden.

De Dappermarkt op zaterdag links en woensdag rechts

Ook over de verlenging van de kramen van drie naar vier meter zijn de marktkramers niet te spreken. De extra kosten die de gemeente daarvoor in rekening brengt, zouden bekostigd moeten worden vanuit de extra opbrengsten. De belofte van de kostenverhoging heeft de gemeente waargemaakt; die van omzetstijging laat nog steeds op zich wachten. De boosheid is nog in de stem van Kelch te horen: ‘Het is een bestuurlijk besluit geweest om naar vier meter te gaan. Ons voorstel (om drie meter te houden) is dus in de prullenbak gegaan. Waarom luistert men niet?’

Wat de ondernemers ook steekt, is dat tijdens de besprekingen met de gemeente in 2025 geen rekening gehouden is met de opengebroken straten in de Dapperbuurt. De Linnaeusstraat is gedurende langere tijd onbegaanbaar, waardoor trams niet meer tot aan de Dappermarkt kunnen rijden. De slechte bereikbaarheid van de markt heeft serieuze gevolgen voor de omzet op de markt. De gemeente wist dat deze periode van onbereikbaarheid lang zou duren, maar heeft dat niet meegenomen in de gesprekken.

Voldoende ideeën van de ondernemers

De ondernemers hebben genoeg ideeën hoe het beter kan. Zo zou het Dapperplein omgevormd kunnen worden tot een foodplein. Daarmee wordt invulling gegeven aan de behoefte van de moderne marktbezoekers om een hapje en een drankje te nuttigen tijdens het struinen over de markt. De centrale plek van het Dapperplein lijkt hiervoor uitermate geschikt.

Dapperplein

Daarnaast is er een grote wens voor zondagsopenstelling. De markt was tijdens de zomermaanden, als onderdeel van een experiment, elke laatste zondag van de maand open. De marktkooplui willen dat de markt bij regel, en niet als uitzondering, op zondag open is. De weekenden zijn druk bezocht en trekken een ander publiek dan de doordeweekse dagen.

Tenslotte, maar misschien wel het belangrijkste, willen de marktkooplui een andere houding van het stadsdeelbestuur. In plaats van regelgevend en controlerend zou het bestuur zich faciliterend naar de ondernemers moeten opstellen. De Ten Catemarkt is voor hen het grote voorbeeld. Op de Ten Catemarkt loopt sinds mei van dit jaar de pilot “Markt op afstand”, waarbij de marktkooplui veel meer vrijheid hebben voor bijvoorbeeld het inrichten van de markt. Het Stadsdeel West subsidieert daarbij het organiseren van bijvoorbeeld themamarkten en culturele optredens, waardoor de markt aantrekkelijker wordt voor het publiek. De ondernemers missen deze faciliterende houding bij Stadsdeel Oost.

Bestuur geeft geen blijk van luisteren

In zijn reactie bevestigde stadsdeelvoorzitter Emre Ünver het beeld van de ondernemers dat er onvoldoende naar hen geluisterd wordt. Het meest sprekende voorbeeld was de reactie van Ünver op de suggestie van de marktkooplui om van het Dapperplein een foodplein te maken. Ünver heeft geen woord aan deze suggestie gewijd, maar kon wel vertellen dat er een kunstobject op het Dapperplein geplaatst gaat worden, in de hoop en verwachting de marktkooplui hiermee tegemoet te komen. Het contrast in beleving tussen bestuur en ondernemer kon niet groter zijn.

Ook voor meer zondagsopenstellingen gaf Ünver aan zich hard te maken. Tegelijkertijd zei hij erbij dat het inrichtingsbesluit aangeeft dat zondag de marktvrije dag is, waardoor structurele zondagsopenstelling vooralsnog niet mogelijk is. Maar mogelijk kan de Dappermarkt ook in september en oktober op de laatste zondag van de maand open. De toezegging is zacht. Het is de vraag of het veel indruk op de ondernemers heeft gemaakt.

In de discussie over de lengte van de marktkramen sloeg Ünver de plank even mis. Zijn repliek dat de vier meter nu eenmaal een Amsterdamse marktverordening is, ging voorbij aan het feit dat het stadsdeel hier een eigen beslissing in kan nemen. Het klopt dat er een gemeentelijke richtlijn is die marktkramen van vier meter als norm uitdraagt, maar het stadsdeel heeft de bevoegdheid om hiervan af te wijken.

Het meest principiële verschil van inzicht is waarschijnlijk de mate van vrijheid die de marktkooplui vragen. In de beantwoording van Ünver bleek uit niets dat er enige bereidheid is om de regelgeving en bevoegdheden meer bij de markt neer te leggen. Ünver spreekt over participatieprocessen en verbeteragenda’s, waarbij de gemeente het laatste woord heeft. Dat is precies het omgekeerde van wat de ondernemers wensen.

Hoe nu verder?

De Dappermarkt heeft een nieuwe impuls nodig, daar zijn vriend en vijand het wel over eens. De manier waarop, daarover is nog groot verschil van inzicht. De Dappermarkt heeft de grootste kans van slagen als de ondernemers het voortouw krijgen, met een faciliterende rol van het stadsdeelbestuur. Maar ondanks de mooie woorden van Ünver lijkt het er nog niet op dat het bestuur de marktkooplui meer vrijheden gaat verschaffen.

Ünver is echter pas sinds kort bestuurder in stadsdeel Oost. Het is daarom goed mogelijk dat hij zich bij de beantwoording van de vragen heeft laten leiden door de input van zijn ambtenaren. Daarnaast heeft Ünver een goede reputatie als het om polderen gaat. Tijdens de stadsdeelcommissie liet hij dan ook meer dan eens weten graag in overleg met de marktkooplui te gaan.

Hieruit mogen de marktkooplui hoop putten. Mogelijk is Ünver bereid om de standpunten die hij tijdens de stadsdeelcommissie innam, te herzien. De Ten Catemarkt zou hij daarbij als inspiratiebron kunnen zien. De Dappermarkt kan gezien worden als cultureel erfgoed van Oost. De markt verdient een gezonde doorstart, met dit keer meer inbreng van de marktkooplui.

 

Vorig artikelHan goes AI