Home Oud Oost Participeren is voor bewoners bijna een dagtaak

Participeren is voor bewoners bijna een dagtaak

0

‘Kijk, hier heeft Edgar Davids leren voetballen,’ zegt Karel van der Weide als we bij het Albert Wittenbergplein aankomen. We wandelen door Oud Oost en peilen de stemming in de buurt. ‘Het is een compact gebied, in een half uurtje loop je van grens naar grens. Elke buurt heeft zijn eigen karakter.’

Martien van Oorsouw en fotograaf Will de Jong peilen de stemming in de Weesperzijdebuurt, de buurt van Maarten de Boer.

Karel van der Weide is geboren en getogen in de Transvaalbuurt. Zijn vader woont er nog. Hij was schaakgrootmeester en is voor de Socialistische Partij lid van de stadsdeelcommissie Oud Oost. De stad laat zijn oren te veel hangen naar de machtigen, vindt hij, bewoners staan achteraan en worden bijna per definitie in de verdediging gedrukt. Oud Oost is een klein gebied, we spreken af door de vier buurten te lopen.

De stemming in het Oosterpark

De wandeling begint bij de muziekkoepel in het Oosterpark. Waar het druk is: sporters doen hun oefeningen, mensen zitten op het gras, fietsers bewegen zich tussen de wandelaars. ‘Het park geeft een goed beeld van waar ik me mee bezig houdt. Je ziet dat hier verschillende belangen spelen en dat je in de commissie die belangen moet afwegen. Het park is een stuk groter geworden. Je hebt de organisatoren van evenementen die het park willen gebruiken. Je hebt de Vrienden van het Oosterpark, die, om het maar zacht te zeggen, niet zo tevreden zijn over de verdubbeling. Om de overlast van de alcoholisten tegen te gaan werd voorgesteld een alcoholverbod in te stellen, maar dan konden de D66’ers op mooie zondagen niet met hun flesje wijn het park is, dus we hebben in de winter een verbod en in de zomer niet. Appelsap is verhuisd naar het Flevopark, waar ook weer mensen tegen zijn want de natuurwaarde van het Flevopark is groter dan die van het Oosterpark.’

De stemming in de Dapperbuurt

We lopen door de Tweede van Swindenstraat naar de Jungle. ‘De Dapperbuurt kun je niet echt groen noemen. De Jungle probeert de buurt groener en duurzamer te maken. Ze houden het vooral praktisch. Een gemeentebestuur dat inzet op duurzaamheid, zou dit soort initiatieven wel wat ruimer kunnen ondersteunen.’

Over de Dappermarkt lopen we richting Muiderpoortstation. ‘Voor Tuinwijck is de gebiedsvisie, een omgevingsplan gemaakt met veel inbreng van de bewoners. Er zou een hotel komen en meer horeca op het plein. Dat zou gevolgen hebben voor het Deportatiemonument, waar bewoners zich zorgen over maakten. Dat plan is niet doorgegaan omdat de gemeente geen geld had, de bruggen en kademuren moesten gerepareerd worden. Er gaan nu weer stemmen op het plein en de wijk aan te pakken, waarbij de inbreng van bewoners in het vorige participatieproces gemakshalve terzijde wordt geschoven. De gemeente is nogal hardleers.’
‘Het monument mag wel wat zichtbaarder zijn, meer aanwezig op het Oosterspoorplein,’ vervolgt hij even later.

De stemming in Oostpoort

Dit was mijn werkplek de afgelopen jaren,’ zegt hij, wijzend op het Stadsloket. Hij stelt zich niet beschikbaar voor een nieuwe periode bij de komende gemeenteraadsverkiezingen, na acht jaar houdt hij het voor gezien. ‘De trend is dat de stadsdelen weer meer politiekje gaan spelen. Dan doe je beloftes die je niet kunt nakomen.’ Hij wijst naar de Q-Factory. ‘Daar heeft het stadsdeel zich behoorlijk aan vertild. Het oorspronkelijke idee voor het pand was misschien goed, maar uiteindelijk is het gewoon een hotel, zoals er al zo veel zijn in Amsterdam.’

We lopen over de Oranje-Vrijstaatkade richting Transvaalbuurt. ‘De openbare ruimte wordt altijd anders gebruikt dan waarvoor ze bedoeld is. Er wordt geklaagd dat er hier veel fietsers en scooters, zelfs auto’s rijden.’

De stemming in de Transvaalbuurt

Hij wijst op de laad- en losplek van Dirk van den Broek in de Transvaalstraat. ‘Je moest eens weten hoeveel schade die grote vrachtwagens hebben veroorzaakt aan het straatmeubilair, geparkeerde fietsen en auto’s. Los van het lawaai waar de omwonenden last van hebben. Het is een steeds terugkerend probleem waar de gemeente niets aan doet. Er zijn afspraken gemaakt toen de winkelruimte verbouwd werd, de vergunning is afgegeven, de handhaving blijft achter. Ik maak er een sport van het telkens op de agenda te zetten, maar ja, het kapitaal wint altijd.’

In de Joubertstraat wijst hij op het gebouwtje bij de speeltuin. ‘Dat is bijna af.’ Sinds maart 2020 is het plein vernoemd naar Albert Wittenberg, die in de Tweede Wereldoorlog onderdak bood aan zijn Joodse buurmeisje. Hij was een verzetsstrijder die in 1944 werd opgepakt. Hij stierf 13 april 1945. Naast de speeltuin is het Johan Cruyffcourt waar Edgar Davids leerde voetballen.

‘Vroeger was dit een Joodse buurt, nu vooral een islamitische. Veel gezinnen die het nog net konden redden, zijn door de coronacrisis over de rand gevallen. Er is veel armoede achter de voordeur, krijgen we van de corporaties te horen. Er wonen bovendien veel mensen met psychische problemen. Ondanks de gentrificatie heeft deze buurt zijn grenzen wel bereikt, je moet niet willen dat deze buurt weer een achterstandsgebied wordt.’

De straten in de Transvaalbuurt hebben natuurlijk namen die verwijzen naar een verleden waar nu anders over gedacht wordt. De Luis Bothastraat is veranderd in de Albert Luthulistraat, het Pretoriusplein is vernoemd naar de anti-apartheidsactivist Steve Biko. Het kunstwerk in het tunneltje van de Ben Viljoenstraat naar de Wibautstraat is in samenspraak met de buurt tot stand gekomen. Het is een tijd kapot geweest. ‘Jammer dat zo lang duurt voor het gerepareerd wordt. Je moet een lange adem hebben.’

De stemming in de Weesperzijderbuurt

‘Hier is natuurlijk ook veel veranderd’, zegt hij als we de Wibautstraat oversteken. ‘Vroeger zaten hier kranten, het gebouw waar de Volkskrant gemaakt werd is nu het Volkshotel. Het breidt uit, dat geeft druk in de achterliggende buurten. Veel bewoners zijn tegen de uitbreiding.’ Even later zien we twee enorme kraanwagens die zich tussen de geparkeerde auto’s de Grensstraat uit manoeuvreren.

In de Burmandwarsstraat worden appartementen gebouwd op een bestaand gebouw. ‘Oud Oost is natuurlijk redelijk af, echt grote bouwprojecten zijn er niet. Hier in de buurt worden veel huizen onderkelderd. Dat is funest voor de waterhuishouding, de palen waar Amsterdam op gebouwd is komen droog te staan.’

De Weesperzijde is een van de drukste fietsstraten in Amsterdam. Het ontwerp voor de herinrichting is klaar. Er komt meer groen en meer ruimte voor fietsers en voetgangers. De oversteekplaats bij de Pinksterbloem wordt veiliger voor de kinderen, het kruispunt bij de Ruyschstraat wordt aangepakt.

‘Deze buurt is natuurlijk het gouden randje van Oost,’zegt hij als we de Wibautstraat weer naderen, ‘onze stemmers komen hier niet vandaan. Veel mensen uit de Oosterparkbuurt stemmen op ons.’

De stemming in de Oosterparkbuurt

We slalommen ons een weg langs de terrassen en de borden in de Eerste Oosterparkstraat. ‘In de coronacrisis heeft de horeca meer ruimte gekregen voor terrassen. Hoe gaat het als de crisis afloopt en de studenten weer naar de hogeschool komen? De openbare ruimte is al zo vol. De afspraak is dat er twee meter stoep voor de voetgangers moet overblijven. Daar hebben we het in de vergaderingen met de commissie regelmatig over.’

‘De stad laat haar oren te veel naar de machtigen hangen. Je vraagt je af en toe af of Amsterdam nog wel een woonstad is, of het niet een soort Venetië wordt waar alle ruimte vrijgemaakt moet worden voor toeristen. Het meeste plezier heb ik beleefd aan het overleg met de ambtenaren. Je wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen, van de resultaten, dan kun je concreet iets voor bewoners doen. Ik heb veel bewondering voor bewoners die zich inzetten voor hun buurt. De processen duren lang, er zijn veel procedures, bewoners hebben er bijna een dagtaak aan.’