Kinderen die te maken krijgen met uitsluiting en achterstelling staan centraal in het werk van Stichting Pak Mijn Hand. Penningmeester Carl Steinmetz zet zich al jaren in voor jongeren met een migratieachtergrond die volgens hem te vaak buiten de boot vallen in het Amsterdamse onderwijs. Elk kind verdient een eerlijke kans, ook in Oost’, zegt Carl.
Arie Martijn Schenk
‘Wij komen op voor kinderen die te maken krijgen met achterstelling en uitsluiting. Vooral kinderen met een niet-westerse achtergrond ervaren dat zij minder serieus worden genomen.’
Verhalen uit de praktijk
Tijdens zijn werk voor de stichting hoort Carl schrijnende voorbeelden. Zo kreeg een leerling volgens hem op de middelbare school in Oost te horen dat een hoger cijfer dan een drie niet haalbaar zou zijn. Toch slaagde een van de kinderen uiteindelijk voor het eindexamen. De opluchting bij de moeder raakte hem diep. ‘Ze viel de juf huilend in de armen.’
Ook een andere ervaring liet een blijvende indruk achter. Een vijftienjarig meisje kreeg volgens Carl op de middelbare school te maken met ongewenste aanrakingen door klasgenoten, terwijl ingrijpen uitbleef. ‘Daar schrok ik enorm van, ik kaartte het aan bij de directie, maar die deden niets’, zegt hij. ‘Wegkijken mag nooit normaal zijn.’
Zijn ervaringen en gesprekken met ouders en leerlingen in Oost vormden de basis voor een publicatie over achterstelling en discriminatie in het Amsterdamse onderwijs. In dat boek staan verhalen van moeders, kinderen en deskundigen centraal, met als doel zichtbaar te maken wat zij dagelijks ervaren en welke veranderingen nodig zijn.
Uit die gesprekken komt een patroon naar voren: leerlingen van kleur ervaren discriminatie door zowel medeleerlingen als onderwijsprofessionals, terwijl ouders vaak terughoudend blijven om dit expliciet te benoemen uit angst voor negatieve reacties.

Terug naar school
Naast signaleren richt Stichting Pak Mijn Hand zich op concrete ondersteuning. De stichting kijkt naar langdurig verzuim en uitsluiting bij kwetsbare groepen en begeleidt kinderen terug naar onderwijs. ‘Op dit moment ondersteunen we vijftien jongeren om deze terug te laten keren op school, soms buiten de eigen wijk om opnieuw te kunnen beginnen.’
Volgens Carl spelen vooroordelen daarin een grote rol. Kinderen krijgen soms te horen dat zij niet welkom zijn vanwege hun achtergrond of geloof. ‘Dat gaat verder dan gewone discriminatie’, zegt hij.
De stichting ondersteunt ook ouders. Door kennis, begeleiding en praktische handvatten krijgen zij meer grip op gesprekken met scholen en op schooladviezen. Dat kan verschil maken: een leerling met een laag advies kan alsnog doorstromen naar een hoger niveau wanneer ouders actief betrokken raken.
Moederacademies en workshops in Oost
Nieuwe plannen richten zich op zogeheten moederacademies, waarin opvoeders kennis opdoen over onderwijs, kansenongelijkheid en begeleiding van hun kinderen.
Binnen Oost Begroot doet Stichting Pak Mijn Hand mee. In hun plan willen ze vijf workshops van telkens twee uur organiseren. Die bijeenkomsten gaan over kort- en langdurig schoolverzuim, thuiszitten en manieren om die negatieve spiraal te doorbreken.

De activiteiten vinden plaats in De Meevaart en op de Indische Buurt School, in samenwerking met vrouwenorganisaties, buurthuizen en de Stichting Assadaaka. Buurtbewoners, scholen en organisaties trekken daarin samen op om het recht op onderwijs voor ieder kind te versterken.
Bewoners aan zet
Oost Begroot geeft bewoners in Oost directe invloed op de besteding van een deel van het buurtbudget. Op dit moment kan op de plannen uit de Indische Buurt, waaronder het plan van Stichting Pak Mijn Hand gestemd worden. Voor Carl sluit dat naadloos aan bij zijn missie. ‘Onderwijs opent deuren’, zegt hij. ‘Elk kind verdient die kans, dus stem op ons plan bij Oost Begroot.’







