Oost krijgt in het nieuwe stadsdeelbestuur twee bestuurders en die zijn allebei van PRO Amsterdam. Dat staat in het stedelijk coalitieakkoord dat PRO en D66 gisteren presenteerden. Oost krijgt volgens de verdeling een PRO-voorzitter en een PRO-algemeen lid. D66-bestuurder Jan-Bert Vroege vertrekt daarmee uit het stadsdeel.
Arie Martijn Schenk
Het akkoord draagt de titel ‘Jouw stad is mijn stad. Ons Amsterdam’. In de inleiding schrijven PRO en D66 dat Amsterdam van iedereen is: van mensen die hier geboren zijn en van mensen die hier hun toekomst hebben gevonden. Van zorgmedewerker tot docent, van ondernemer op de hoek tot vrijwilliger in het buurthuis en jongeren die hun plek nog zoeken.
De partijen noemen Amsterdam een vrije, innovatieve en solidaire stad. Tegelijkertijd zien ze dat de stad onder druk staat. Voor veel Amsterdammers voelt de stad niet meer vanzelfsprekend als thuis. De woningnood is hoog, voorzieningen staan onder druk, de bereikbaarheid knelt en drukte en toerisme vragen om keuzes.
Daarom kiezen PRO en D66 naar eigen zeggen voor een stad waar wonen betaalbaar is, kinderen veilig opgroeien, lokale ondernemers ruimte krijgen en de overheid naast bewoners staat in plaats van tegenover hen. De gemeente moet volgens het akkoord niet alleen beleid maken, maar aanwezig zijn als bondgenoot. Begrijpelijk, benaderbaar en betrouwbaar.
Oost wordt niet genoemd
Stadsdeel Oost komt nul keer voor in het akkoord. De coalitie wil verder met het realiseren van de Oostbrug en werkt aan een langjarige investeringsagenda voor mobiliteit. Daarin worden ook de Westbrug, een tweede fietsring en veilige, goed verlichte fietsroutes genoemd, ook ’s nachts.
Ook afval en vervuiling krijgen een prominente plek. Een schone stad is volgens het akkoord een publieke basisvoorziening waar de gemeente stevig op moet sturen. Zwerfafval wordt niet alleen omschreven als ergernis, maar ook als iets dat de leefbaarheid en veiligheid van buurten aantast en kan leiden tot verdere verloedering.
Dat onderwerp leeft ook in Oost, waar bewoners geregeld klagen over afval naast containers, zwerfvuil op straat en vervuilde plekken in de buurt. De nieuwe coalitie wil toewerken naar één organisatie voor een schone stad, zodat sneller en consistenter kan worden gewerkt. Als eerste stap worden teams die zich bezighouden met beleid, meldingen, bijplaatsingen, projecten en coördinatie onder gezamenlijke aansturing gebracht.
Anders sturen op schoon
De gemeente wil bovendien anders gaan sturen op schoon. Niet het gemiddelde schoonniveau van de hele stad moet leidend zijn, maar de buurten die het verst onder de norm zitten. Die krijgen voorrang. De aanpak wordt in het akkoord zelfs een crisisaanpak genoemd. Verder wil de coalitie het zogenoemde ‘treintje’ van afval ophalen en daarna vegen verder invoeren in gebieden waar dat nodig is. Ook komen er extra veegploegen en wijkverzorgers in kleinere gebieden. Daarmee moet het beheer dichter bij de wijk komen te staan, zodat problemen sneller worden opgepakt en bewoners beter weten bij wie ze terechtkunnen.
Het coalitieakkoord legt veel nadruk op zichtbare resultaten. De waarde van plannen zit volgens PRO en D66 niet in woorden op papier, maar in wat mensen merken in hun straat, plein, buurt en huis. Voor Oost wordt de vraag de komende jaren wat bewoners concreet gaan merken van twee PRO-bestuurders in het stadsdeelbestuur, en de beloofde extra inzet op een schonere openbare ruimte.
Wie de bestuurders voor het stadsdeel Oost zijn, is nog niet bekend. De naam van Emre Ünver gaat rond. Hij is nu stadsdeelvoorzitter in Nieuw-West. Wie er in dat geval de tweede dagelijks bestuurder zal worden, zal later duidelijk zijn.






