Van erfgoed tot armoede

Bijna als een historische gids laat wijkagent Lars vandaag Dwars per fiets kennis maken met zijn buurt: Jeruzalem. Dit oostelijke deel van de  Watergraafsmeer wordt begrensd door de Middenweg, Kruislaan, het talud van de Gooiseweg en de Hugo de Vrieslaan. Het is niet alleen voor de politie een bijzondere wijk. Lars is er trots op.

Tekst: Carolien Gevers | Fotografie: Frank Schoevaart 

Al fietsend horen we dat een groot deel van de woningen in Jeruzalem is gebouwd in de jaren vijftig. Vanwege de wooncrisis vlak na de oorlog werd gekozen voor zogenaamde  duplexwoningen. Kleine eengezinswoningen met twee woonlagen die met eenvoudige ingrepen tijdelijk in een boven- en benedenwoning werden gesplitst met het idee ze na de woningnood later weer uit te breiden en te verduurzamen. Lars (30): “Alleen dat is er nooit meer van gekomen. De huisjes zijn schattig, maar klein, inbraakgevoelig en super gehorig. Je vindt hier ook nog armoede. Ik heb dan ook regelmatig te maken met burenruzies met onderlinge pesterijen en inbraken. Momenteel wordt de buurt helaas ook nog geconfronteerd met een jeugdgroep met fatbikes die vooral ’s avonds in de parkjes of plantsoentjes buurtbewoners intimideren met brandjes, vernielingen en ook weer inbraakjes.”  

Rijksmonument 

Lars, die eerder jaren in de noodhulpdienst werkte in de Haarlemmermeer en Kennemerkust, is door de wol geverfd. “Het lastige van dit is alleen dat het de hele buurt onveilig maakt. Ik heb er mijn handen vol aan. Natuurlijk zijn deze jongeren, waarvan ik een aantal ken, geen grote criminelen. Velen van hen hebben vooral zorg nodig, dus dan schakel ik het liefst zo snel mogelijk straatcoaches, jeugdagenten en jongerenwerkers in, want dit vraagt een gezamenlijke aanpak. Ik zal je zo een goedlopend project laten zien, dat ook is ontstaan vanuit gezamenlijkheid. Wist je trouwens dat mijn wijk door de witte lage huisjes is genoemd naar Jeruzalem en dat deze buurt in 2010 als eerste naoorlogse wijk werd aangewezen als rijksmonument? – Lachend: ‘Ja ja, je bevindt je hier dus op cultureel erfgoed’.”  

Babbeltrucs  

Aangekomen bij de hoek van de Van ’t Hofflaan en de Ingenhouszhof, wijst hij op een hoog wit in beton opgetrokken modern gebouw, genaamd ‘Jeruzalem Staete’. “Dit is een  appartementencomplex van wooncoöperatie Habion voor kwetsbare ouderen, die hier zelfstandig kunnen wonen, maar met de mogelijkheid van ondersteuning van zorgvoorzieningen. Ik heb er laatst nog voorlichting over gegeven over babbeltrucs van mensen met slechte bedoelingen die het vaak juist op ouderen hebben gemunt. Dat is zo dankbaar om te doen. Links binnen zie je de ‘Buurtkamer’, het wijkcentrum van Dynamo hier, en rechts kringloopwinkel Het Hartje.” Binnen in de Buurtkamer treffen we een gezellige drukte met kakelende bewoners aan een bakkie. Lars wordt hartelijk begroet door een zorgcoach van Dynamo. Lars: “Velen van deze ouderen hebben een zorgcoach zoals hij, die ze wekelijks een paar keer opzoekt. En kijk, daar achterin zitten hbo studenten die hier zijn voor het Spreekuur Digitale vragen. Alle bewoners kunnen hier terecht met vragen over hun telefoon, tablet of wifi.  

Geweldig toch! Dit is nu echt een woongemeenschap waarin iedereen elkaar helpt. Ik kom hier graag en help ook met vragen op mijn terrein.” 

Van kazerne tot zorgplek 

Even later staan we bij het gebouw van HVO Querido op de hoek van het Robert Kochplantsoen met de Kruislaan tegenover de begraafplaats. “Apart gebouw, hè? Wist je dat dit vroeger een marechausseekazerne was? Al jaren is het nu een zorgvoorziening voor kwetsbaren, zoals verslaafden, psychotici en/of daklozen. Met deze zorginstelling heb ik regelmatig contact. Op het moment is het vrij rustig hier, maar er is een tijd veel overlast geweest van bewoners die rondzwierven, zelfs tot aan het Oosterpark waar ze aan hun dope kwamen. Ik heb bewondering voor de hulpverleners die hier werken en houd altijd een kort lijntje met ze. Laten we nu even naar een ander deel van mijn wijk gaan, het Amsteldorp.” 

Auto-inbraken en explosies 

Aangekomen bij de voetbalvelden gaan we rechts de Fizeaustraat in met speeltuin Blijdag. De lange brede straat met hoge bomen ligt er vredig bij. “Hier stond het vroeger altijd vol met geparkeerde auto’s waarin vaak werd ingebroken. Ik had daar veel werk aan. Maar recent zijn de parkeertarieven verhoogd en nu is het gewoon een rustige groene straat waar ik graag doorheen fiets.” Aangekomen in Amsteldorp met haar straatjes en kleine huisjes met rode daken, vertelt Lars dat dit ook wel ‘Het Rode Dakendorp’ wordt genoemd. “Maar ook hier heb ik te maken met veel klachten en gedoe over geluidsoverlast. Veel van deze huizen gaan tegen de grond om er hogere nieuwbouw voor in de plaats te zetten. Ja, je moet wat met de woningnood.” Even verderop – “Kijk dit is mijn lievelingsstraat, zo mooi hier, dit zijn allemaal koophuizen zonder erfpacht. Deze zullen wel blijven, maar ook hier ligt weer een verhaal. Vorig jaar zomer werd de buurt hier opgeschrikt door een aantal heftige explosies bij een woning, die daarna op last van de burgemeester werd gesloten. Gelukkig heeft de gemeente er camera’s geplaatst en is alles weer normaal.” 

Overal ratten 

“Zo gaat het vaak met mijn werk, we moeten veel brandjes blussen en dan bijna altijd samenwerken met woningbouwverenigingen en de gemeente. En ik werk ook veel samen met de GGD. Nu al een tijd in verband met een woning van een vrouw waar, je gelooft het niet, echt overal ratten rondlopen. Wij kregen meldingen van omwonenden. Samen met de woningbouwcoöperatie en de afdeling ongediertebestrijding van de GGD, willen we natuurlijk dat dat huis gereinigd wordt, maar het lukt maar niet. De zaak is zelfs op AT5 geweest. De vrouw liet de GGD-medewerkers wel binnen, maar het huis staat vol met allerlei kastjes die eruit gehaald moeten worden en de vrouw staat erop dat er geen rat wordt gedood. Het is ook weer sneu natuurlijk. Er moet iets gebeuren. Ik kan er verder niks over zeggen. 

Problemen en saamhorigheid 

“Je ziet, ik heb een bijzondere wijk met best veel problemen, maar ook met hele mooie voorzieningen met veel positieve saamhorigheid, zoals de Buurtkamer. En ik heb een rijksmonument; dat kan niet iedereen zeggen. Ik zet me graag in voor nog meer goede sociale verbanden en hulp voor wie dat nodig heeft.”

Vorig artikelKinderboekenweek ‘Spot aan’
Volgend artikelKunst aan de kade