Jim Jansen
Vandaag trachtte ik per fiets van mijn woning in Amsteldorp naar mijn werk in de Peperstraat te gaan en wist ik officieel: we hebben verloren. Met wie bedoel ik we? De fietser versus de verkeersregelaar. De wandelaar versus de wegwerker. En elke inwoner van Amsterdam-Oost die meer dan schoon genoeg heeft van de oneindig durende opbrekingen en wegeversperringen gedaan door stratenmakers, bouwopzichters, asfalteerders en goed geproportioneerde mannen in gele regenpakken die je verzoeken af te stappen ‘omdat de weg hier is opgebroken’.
Vandaag begon ik aan een kansloze fietsmissie en bij park Frankendael werd ik gedwongen af te stappen, omdat het fietspad was afgezet. De straat die je kent als de Middenweg was getransformeerd tot een oorlogsterrein en vanaf de Hogeweg tot de Linnaeuskade was de stoep voorzien van roodwitte hekken. Dat gold ook voor de Jumbo die welhaast ommuurd leek te zijn en alleen nog via het dak was te bereiken.
Het diepste dieptepunt? Mijn poging om van de Linnaeusstraat naar de Wijttenbachstraat te gaan. De weg, het voetpad en de trambaan waren aan alle kanten opengebroken. Een minieme strook van nog geen meter breed moesten twee stromen weggebruikers – boys op fatbikes, mensen met hun fiets in de hand, Thuisbezorgd-koeriers op brommers, ouderen met een rollator en nog talloze anderen – tegelijkertijd doorlaten. Elke ochtend onderga ik lijdzaam dit tafereel, kijk ik om me heen en zie ik mensen met een blik in hun ogen als van vee dat wordt afgevoerd naar het abattoir. De ellende op de Mauritskade, de Middenweg en de Linnaeusstraat duurt sinds mensenheugenis en het einde is niet in zicht. Als fietser kan je een ding doen: je verlies toegeven en hopen dat alle gele omleidingsborden op een moment verdwenen zullen zijn. Ooit.
Reageren? [email protected]





