Home Dwars nieuws Vrolikstraat en Museum Vrolik

Vrolikstraat en Museum Vrolik

0

Tussen Vrolikstraat en Museum Vrolik vormt metrolijn 54/Gein de snelste verbinding. Zoek op deze straat-museumroute eerst naar leuke in gevels gemetselde details; pak dan 54 van Wibautstraat naar Holendrecht/UMC-AMC, de medische faculteit, Museum Vrolik. Huiver hier bij anatomische details.

Robert van Andel | Beeld Henk Pouw

Geleerden en straatnamen rond het Oosterpark – deel 1

De Oosterparkbuurt is ontstaan als deelgebied van het Amsterdamse uitbreidingsplan van J. Kalff van 1875. In de loop van de 19de eeuw nam de bevolking van Amsterdam fors toe door bevolkingstrek naar de stad. De welvaart van de gegoede burgerij en de middenklasse steeg door handel en industrialisatie;  grootse bouwprojecten werden haalbaar. Deze periode wordt zelfs weleens als ‘Tweede Gouden-Eeuw’ betiteld, maar grote armoede en overbevolking lagen daar maar net onder. De stad moest uit de beknelling van de oude stadswallen breken.

Evolutieleer in Oosterpark

Bij alle focus op anatomie/ontleedkunde rond het Oosterpark kan niet onvermeld blijven dat aan de Mauritskade 61, kort na 1900, naast de hoek waarop het Koninklijk Instituut voor de Tropen twintig jaar later zou verrijzen, een monumentaal Ontleedkundig Laboratorium gerealiseerd werd naar ontwerp van de architect J.B. Springer, die ook de ontwerper van het Oosterpark is. De grote man achter het Ontleedkundig Laboratorium was de hoogleraar anatomie Professor Louis Bolk (1866-1930). In Nederland droeg hij de inzichten van de evolutieleer uit. Ook hij kreeg een straatvernoeming, de Bolkstraat in de Watergraafsmeer, terzijde van de Kruislaan tegenover de ‘Nieuwe Ooster’. Het al lang geleden ontruimde Ontleedkundig Laboratorium ondergaat momenteel een herbestemming tot hotel.

Poldersloten

De arts en ondernemende weldoener Samuel Sarphati (1813-1866) was de eerste die visionaire staduitbreidingsplannen maakte. De huidige 19de-eeuwse ring rond het centrum, waarvoor de oude stadswallen gesloopt werden, draagt echter de signatuur van Jan Kalff (1831-1913). Hij was de oprichter en eerste directeur van de Amsterdamse Dienst der Publieke Werken. Het stratenpatroon in zijn plan volgde heel pragmatisch het eeuwenoude patroon van de oude poldersloten, dat zodoende ook nu nog voor de kenner zichtbaar is.

Voor de bebouwing in de Oosterparkbuurt werd aanvankelijk gemikt op het luxere segment, maar de Vrolikstraat kreeg volkswoningbouw; in lagen gestapelde woningen op smalle kavels in opdracht van particuliere bouwheren met beleggingsoogmerk. Deze bouwwijze met vier of vijf woningen boven op elkaar kenmerkt veel volkshuisvesting van de late 19de-eeuw. Het zijn tweekamerwoningen met het kraanwaterpunt in de uitgebouwde keuken en met slaapplaatsen voor alle gezinsleden in de alkoven tussen de voor- en achterkamer. Naast de alkoven ligt het door alle woningen gedeelde smalle, steile trappenhuis en een privaat per etage. De bouw van deze woningen vormde slechts een druppel ter verlichting van de extreme overbevolking in stegen, sloppen en kelders binnen de laat 17de-eeuwse stadswallen.

Winkelruit Transvaalplein

Vanaf 1902 kwam met de eerste landelijke woningwet een wettelijk kader tot stand waarbinnen grootschalige projecten voor sociale woningbouw met rijkssteun door woningbouwverenigingen goed mogelijk werd. De Transvaalbuurt, tussen Oosterparkbuurt en Watergraafsmeer, is een vroeg resultaat hiervan. Zie voor meer informatie de teksten achter de winkelruit van AH aan het Transvaalplein

De noordelijke gevels van de Vrolikstraat zijn veelal vervangen bij stadsvernieuwingsprojecten maar de zuidelijk gevelrij is nog vrijwel origineel en daar zitten de leuke, subtiele details: bogen boven de ramen opgevuld met gemetselde baksteenpatronen en -kleuraccenten en soms stralend geglazuurde groene of bruine afgeronde stenen bij portieken. Tussendoor zijn er soms charmante sporen van een enkele oude winkelpui, met daarachter nu een woonhuis.

Rondkijkend in de huidige Vrolikstraat met sporadisch een makelaarsbord “te koop” aan een hoog raam komt de gedachte op dat een handarbeidersgezin eind 19de-eeuw waarschijnlijk superblij was met een etagewoning in de Vrolikstraat voor een huur van enkele guldens per maand.  Nu zijn hoog opgeleide Amsterdamse tweeverdieners superblij als ze zo’n appartement in de Vrolikstraat kopen voor rond 500.000 Euro.

Vader en zoon

Naast de straatnamen Oosterpark en Eerste, Tweede en Derde Oosterparkstraat is de keuze voor Vrolikstraat in plaats van voor Vierde Oosterparkstraat verrassend. Met de vernoeming van vader en zoon Vrolik, twee in de 19de-eeuw in Amsterdam praktiserende artsen, werd voortgeborduurd op de vernoeming in de straten tussen de Amstel en het Oosterpark naast het OLVG van de beroemde vaderlandse 17de-eeuwers: de artsen Nicolaas Tulp en Hermanus Boerhaave, en de natuurwetenschappers Antoni van Leeuwenhoek en Jan Swammerdam.

Gerard Vrolik (1775-1859) en Willem Vrolik (1801-1863) bekleedden naast hun artsenpraktijk beiden het ambt van hoogleraar in de anatomie aan het Amsterdamse Athaeneum Illustre, de voorloper van de Amsterdamse Gemeente Universiteit van 1875. Als gedreven verzamelaars waren zij  beroemd in de stad door een unieke anatomische privécollectie in hun grachtenhuis. Na het overlijden van Willem in 1863 zorgde de aankoop van hun anatomische preparaten door vermogende burgers en de donatie daarvan aan het Athaeneum Illustre voor behoud en een voorbeeldig beheer. De expositie, Museum Vrolik, bevindt zich vanaf 1984 in het UMC locatie AMC (medische faculteit, bouwdeel J, begane grond) en is voor iedereen voor een bescheiden toegangsprijs toegankelijk.

Voorgangers

Vader en zoon Vrolik speurden in hun wetenschappelijk werk  naar ordeningsprincipes in de natuur. Zij vroegen zich af welke krachten er speelden en hoe deze tekort kunnen schieten waardoor misvorming ontstaat. Zorgvuldige conservering en nauwkeurige beschrijving was hun werkmethode. Evolutietheorieën hebben in hun werk geen rol gespeeld, maar zij waren overtuigd van een natuurlijke oorzaak voor alle verschijnselen en bestreden zo bijgeloof. In hun verzameling liggen duidelijke accenten op voortplanting, op groei en ontwikkeling in de baarmoeder en op daar ontstane aangeboren afwijkingen. Ook is er een kast vol met door ziekte misvormde skeletten en een opstelling met aandacht voor de anatomie van dieren. Vooral de misvormingen bij kinderen maken diepe indruk en roepen huiver op; een bezoek aan Museum Vrolik vergeet je niet snel.

Een  plaquette bij Museum Vrolik vermeldt in marmer met vergulde letters “Professores Anatomiae Amstelodamenses”. Boven de vermelding van vader G. Vrolik en zoon W. Vrolik staan N.Tulp, J. Deijman, G. Blasius, F. Ruysch, P. Camper en A. Bonn met nog enkele andere namen daartussen. Onder hun namen staat onder andere L. Bolk.  Aanvankelijk had de gemeenteraad besloten tot een Eerste, Tweede, Derde en zelfs een Vierde Boerhaavestraat en ten slotte ook nog tot een Boerhaaveplein. Binnen enkele jaren echter vonden hernoemingen plaats en kregen de anatomen, voorgangers van vader en zoon Vrolik, ieder een eigen straat ten koste van een hele wijk met alleen de naam Boerhaave.

De spijt van Frederik Ruys

Museum Vrolik is een prachtig klassiek voorbeeld van een traditie die stamt van de wetenschappelijke revolutie en die al eeuwenlang gericht was op het aanleggen van natuurhistorische collecties met wetenschappelijk oogmerk voor studie en publicaties.  Er was nog een andere collectie die rond 1700 in Amsterdam een grote wetenschappelijke maar ook een grote toeristische attractie was Museum Anatomicum Ruyschianum. Deze collectie werd samengebracht door de al  genoemde voorganger van de ‘Vrolikers’, anatoom, zoöloog en botanicus Frederik Ruysch (1638-1731). Tussen Amstel en ‘s-Gravesandeplein bij het Oosterpark achter het OLVG-Oost ligt de Ruyschstraat.

Ruysch verkocht zijn collectie voor een enorme geldsom aan Tsaar Peter de Grote, die alles in 60 kisten liet verschepen naar Sint Petersburg. De collectie is daar nog steeds te bezichtigen, voorzover niet door brand in 1754 verwoest en als er nu geen oorlog zou woeden. Ruysch’s spijt over die deal kon er niets meer  aan veranderen. Hij ging door met verzamelen en publiceren tot op zeer hoge leeftijd. Meer over Frederik Ruysch in een volgende aflevering.