Van de undergroundclubs van New York tot de Nederlandse discotheken: het Wereldmuseum Amsterdam duikt vanaf 9 oktober in de geschiedenis van disco. De tentoonstelling DISCO laat niet alleen muziek, mode en dans zien, maar vertelt ook hoe de dansvloer in de jaren zeventig een plek werd voor vrijheid, emancipatie en zelfexpressie.

Redactie

Voor de tentoonstelling wordt een verdieping van 835 vierkante meter van het museum aan het Oosterpark ingericht als een grote reis door de discocultuur. Je hoort er honderden originele tracks en ziet videobeelden, fotografie, kunst, kleding, platen en apparatuur uit het discotijdperk. En alleen kijken hoeft niet: op verschillende plekken kan ook worden gedanst.

DISCO begint bij het New York van de jaren zeventig. In een stad die tegelijkertijd kampte met armoede, sociale spanningen en geweld ontstond een nieuwe clubcultuur. Kleine feesten in lofts en later clubs als Paradise Garage boden ruimte aan groepen die elders lang niet altijd vanzelfsprekend welkom waren. Zwarte en Latino-gemeenschappen, vrouwen en queer- en transpersonen vonden er een plek om elkaar te ontmoeten en zichzelf te uiten.

Daarmee vertelt de tentoonstelling een geschiedenis die verder gaat dan hits, glitterpakken en discobollen. De opkomst van disco viel samen met bewegingen voor burgerrechten, vrouwenemancipatie en LGBTQ+-rechten. Foto’s, affiches, kunstwerken en historische objecten laten zien hoe nauw muziek, nachtleven en maatschappelijke verandering met elkaar verweven raakten.

Onder de getoonde kunst bevinden zich werken van onder anderen Keith Haring, Andy Warhol, Kwame Brathwaite en Faith Ringgold. Ook de mode van het discotijdperk krijgt uitgebreid aandacht. Plateauzolen, glimmende stoffen en extravagante kostuums maakten kleding tot een belangrijk onderdeel van de identiteit op de dansvloer.

Voor de Amsterdamse editie is de oorspronkelijk in Parijs ontwikkelde tentoonstelling uitgebreid met Nederlandse voorbeelden. Een opvallend object is de metallicblauwe catsuit van Jerney Kaagman, zangeres van Earth and Fire. Ze droeg het pak in de videoclip van de hit Weekend uit 1979.

Ook wordt duidelijk hoe disco in Nederland voet aan de grond kreeg via discotheken, platen, televisie en mode. De invloed daarvan reikt volgens de makers tot de veel latere Nederlandse dancecultuur.

Van draaitafel tot synthesizer

De tentoonstelling besteedt daarnaast aandacht aan de techniek achter het typische discogeluid. De vaste, stuwende ‘four-on-the-floor’-beat werd gecombineerd met strijkers, blazers, baslijnen en later steeds vaker synthesizers en drumcomputers.

Te zien zijn onder meer een MiniMoog-synthesizer, een Roland-drumcomputer en een gesigneerde Fender Stratocaster van Nile Rodgers. Ook de opkomst van de 12-inchsingle komt aan bod. Het grotere formaat maakte langere versies van nummers mogelijk en gaf dj’s meer ruimte om muziek aan elkaar te mixen. Bezoekers kunnen in een interactieve installatie zelf proberen een remix te maken.

De geschiedenis van disco kende ook een donkere kant. Eind jaren zeventig ontstond in de Verenigde Staten de ‘Disco Sucks’-beweging. Het beroemdste incident was Disco Demolition Night in Chicago in 1979, waarbij tijdens een honkbalwedstrijd stapels discoplaten werden vernietigd. De tentoonstelling besteedt aandacht aan de sociale spanningen rond de weerstand tegen disco en aan racisme en homofobie waarmee delen van de discoscene te maken kregen.

Vanaf de jaren tachtig werd de clubwereld bovendien zwaar getroffen door de aidsepidemie. Veel artiesten, dj’s en bezoekers uit de queer gemeenschap overleden. Daarmee kreeg de geschiedenis van een cultuur die vrijheid en gezamenlijkheid vierde ook een tragische dimensie.

Zelf de dansvloer op

Toch staat uiteindelijk vooral de muziek centraal. Een van de onderdelen is een interactieve Soultrain-zaal, geïnspireerd op het Amerikaanse televisieprogramma Soul Train. Met historische videobeelden, muziek en lichteffecten kunnen bezoekers daar zelf de dansvloer op.

Volgens Mariëlle Pals, hoofd programmering van het Wereldmuseum, maakt juist de maatschappelijke geschiedenis achter die dansvloer de tentoonstelling nog altijd actueel. ‘Deze tentoonstelling laat zien hoe dansvloeren plekken van verzet, identiteit en verbondenheid worden – toen én nu.’

DISCO werd oorspronkelijk ontwikkeld door het Musée de la Musique – Philharmonie de Paris en samengesteld door Jean-Yves Leloup en Marion Challier. Voor Amsterdam heeft het Wereldmuseum de tentoonstelling aangevuld met de Nederlandse geschiedenis en een nieuw ontwerp.

DISCO | Van 9 oktober tot en met 22 augustus 2027

in Wereldmuseum, Linnaeusstraat 2

Vorig artikelOost nummer 27 op lijst van Coolste wijken ter wereld
Volgend artikelExtra steun kan voor een leerling het verschil maken