Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) Amsterdam verscheen kortgeleden Wild Amsterdam, de natuur van de stad. Het onderscheidt zich op een prettige manier van het gemiddelde jubileumboek. Het staat veel meer stil bij wat Amsterdam aan natuur te bieden heeft dan bij jubilarissen of andere gedenkwaardigheden. Dat is een dikke pré.
Anne-Mariken Raukema
De samenstellers zijn in elk geval op tijd begonnen, wat niet alleen de gevarieerde en kwalitatief hoogstaande inhoud ten goede komt. Ook de vormgever, Henry Cannon, heeft zijn werk naar eer en geweten kunnen volbrengen. Het boek is rijk geïllustreerd, niet alleen met foto’s – vergezichten en details -, oude en nieuwe tekeningen, boekomslagen, en waar nodig een toelichtend kaartje. Geen staafdiagrammen en tabellen, die een werk als dit wat de wetenschap nadert een nodeloos ingewikkeld en pseudo-karakter geeft.
Prettig leesbaar
In de persoon van Rob Biersma, van huis uit bioloog en jarenlang wetenschapsjournalist bij NRC-Handelsblad, heeft de groep samenstellers een uitstekende mentor gehad. Na een inleiding volgen twintig hoofdstukken, alle even prettig van lengte en goed leesbaar. Ze zijn goed op zichzelf te lezen, dus wie liever eerst over het Amsterdam Bos wil lezen, hoeft niet eerst het grootste deel door te nemen.

Tussendoor staan veertien interviews met biologen, beschermers en een biograaf. Dat is Marga Coesèl, die een uitstekende biografie over Jac. P. Thijsse schreef. Dat er een enkele dubbeling zit tussen de auteurs van de hoofdstukken en de ondervraagden, valt niet op. Het geeft aan hoe breed de schare is aan flora en fauna in een stedelijk gebied als Amsterdam. Die dubbeling is de ‘usual suspect’ van groen Amsterdam: Geert Timmermans. De gepensioneerde stadsecoloog nam (al dan niet met anderen) drie hoofdstukken voor zijn rekening.
Mannendingetje
Natuurbescherming – in de stad, maar ook daarbuiten – lijkt nogal een herenzaak. Christiane Baethcke, Finette van der Heide (ooit voorzitter van de KNNV Amsterdam) en stadsecoloog Florinda Nieuwenhuis nemen elk een hoofdstuk voor hun rekening. Genoemde Coesèl wordt geïnterviewd, net als Els Trautwijn en Trees Kaizer. Misschien is dat mannendingetje gewoon een generatiedingetje… Dit onevenwicht doet de leesbaarheid en relevantie van de informatie en kennis echter geen afbreuk.

Wat ik zelf heel interessant vond waren de hoofdstukken over de ontwikkeling van het veenlandschap naar de kenmerkende Amsterdamse scheggenstructuur. Deze is vrij uniek voor onze stad. Op verschillende plaatsen steken natuurgebieden als ‘vingers’ de stad in. Denk maar aan de Amstel, de Nieuwe Meer, het IJ, de Zaanse Schans en de Bretten. Ton Denters leverde een heel interessant hoofdstuk over nieuwe stadsplanten. Als autoriteit was hij al thuis in urbane plantengroei, maar hij ontdekte er de laatste jaren weer nieuwe.

Peter Wetzels’ bijdrage over landelijk Noord ‘het land van dieën, kraggen en tillen’ nodigt je na lezing uit om meteen de fiets te pakken en de pont het IJ over te gaan. De levensbeschrijving van Jacob Walters (1926-2009), de meest toegewijde vogelonderzoeker die Amsterdam ooit heeft gekend, opgetekend door Martin Melchers – ook al zo’n vertrouwde naam – is indrukwekkend. Net als de foto van zijn verencollectie van – in dit geval – de keep.
Qua dikte (ruim 300 pagina’s) een salontafelboek, maar wel een waar je steeds naar grijpt, tot je het uit hebt en dan stukken gaat herlezen. Voor elke natuurliefhebber, volwassen, halfwas en in de dop.
Wild Amsterdam, de natuur van de stad, uitgeverij Noordboek, 29,90 euro




