Onder een stralende winterzon verzamelde een groep van veertien vogelliefhebbers zich rond tien uur bij de ingang van De Nieuwe Ooster aan de Kruislaan. In twee groepjes, met een mix van ervaren en beginnende vogelaars, startte een ontdekkingstocht langs de paden van deze bijzondere plek. De excursie kwam tot stand via Vogelwerkgroep Amsterdam.
Arie Martijn Schenk
De Nieuwe Ooster telt meer dan alleen graven. Het terrein, geopend in 1894 en vormgegeven door landschapsarchitect Leonard Springer, combineert Engelse landschapsstijl met een opvallende ecologische rijkdom. Terwijl de groepjes vogelaars uiteenwaaierden, deden ze twee keer een bijzondere waarneming: de houtsnip.
Winterse waarnemingen
Januari liet een breed palet aan soorten zien. In een statige plataan sprongen vinken tussen de takken, begeleid door koolmezen en pimpelmezen die zich luid lieten horen. Een ervaren deelnemer wees op twee parkietensoorten die hier vaak opduiken: de levendige halsbandparkiet en de grotere alexanderparkiet. Terwijl de blikken omhoog gingen, klonk het karakteristieke geluid.
Langs de sloot richting Betondorp slingert een pad. In de struiken langs de buitenrand verscheen een wintergast: de koperwiek. Kraaien riepen nadrukkelijk; ‘past wel bij een begraafplaats’, grapte een van de deelnemers over de zwarte kraai. Een merel schoot plots op, een roodborstje keek verrast mee.
Het hoge gepiep van de boomkruiper trok daarna alle aandacht. Met verrekijkers volgden de deelnemers hoe de vogel spiraalsgewijs omhoog kroop, soms uit het zicht langs de achterzijde van de stam.
In een grote beuk zaten vier grote bonte spechten. Ze kozen vrijwel tegelijk het luchtruim, ieder een andere kant op.
Waterkant
Achter het kronkelpad, aan de achterkant van De Nieuwe Ooster, dreef een bijzondere eend: de wintertaling, vergezeld door krakeenden en wilde eenden. ‘De wintertaling geldt als de kleinste eendensoort’, vertelt deelnemer Jim. ‘Het mannetje valt op door een kastanjebruine kop met een donkergroene oogvlek tot aan het achterhoofd; het lichaam toont grijstinten met een witte streep en gespikkelde borst.’
Even verderop stond een blauwe reiger naast een meerkoet. Op korte afstand hipte een minuscuul vogeltje rusteloos heen en weer: het goudhaantje. ‘Europa’s kleinste vogel’, merkte een deelnemer op. ‘Negen centimeter van snavel tot staartpunt, vaak niet zwaarder dan vijf gram.’
De vaste bewoner groene specht
Voorop liep Janneke, die als enige nog net een groene specht zag wegvliegen. ‘Jammer net gemist’, klonk het bij de andere deelnemers, ‘volgende keer beter, want ze wonen hier.’
De volgende vogelexcursie staat gepland op woensdag 11 februari in het Flevopark, start om 10.00 uur.





