Langs de Knowledge Mile kwamen nieuwe tuinen en terrassen, op Wittenburg is een Plukbos aangelegd en geveltuinen zijn populairder dan ooit. Aan groene initiatieven geen gebrek in 1018. Geen wonder, want groen is goed voor zo”n beetje alles: natuur, klimaat, gezondheid en schone lucht. Maar omdat er tegelijk veel wordt bijgebouwd, is de vraag of er wel genoeg wordt vergroend. Een duik in een berg met cijfers en rapporten.

Tekst en foto’s Henk Leenaers

Als natuurliefhebber hoef ik niet ver van huis om te genieten van een dagelijkse portie groen. Voor mijn deur aan de Plantagekade ligt een prachtige, bloemrijke geveltuin, die wordt onderhouden door twee buren met groene vingers, Liesbeth Bervoets en Sjan Lap. Dat doen ze met veel liefde en plezier, maar zo begon het niet, vertelt Liesbeth: “Jarenlang ergerden we ons aan deze slordig onderhouden groenstrook van de gemeente, die vooral werd gebruikt als hondenuitlaatplek. Uiteindelijk hebben we zelf het initiatief genomen om er iets moois van te maken. Met subsidie van de gemeente, dat wel.” Mooi is hij zeker, deze 150 meter lange tuin evenwijdig aan het Entrepotdok.

In het eerste jaar dat de geveltuinprijs werd uitgereikt, wees de jury deze plek aan als mooiste geveltuin in de Plantage/Weesperbuurt en de Kadijken. Maar vanzelfsprekend was dat niet. De tuin ligt namelijk op het noorden en krijgt vrijwel geen zon. Sjan Lap: “We hebben eigenlijk maar één regel: wat het goed doet, mag blijven. Zo ontdekten we dat vooral inheemse planten het hier naar hun zin hebben, veel meer dan de opgekweekte planten uit een tuincentrum.”

Duizenddingendoekje
Groen is hot, zo blijkt al snel als je op zoek gaat naar plannen en initiatieven om de stad een beetje op te fleuren. Zochten veel mensen tijdens de pandemie nog noodgedwongen hun heil in de natuur, tegenwoordig hebben zelfs projectontwikkelaars de mond vol over het belang van een groene leefomgeving. Zo raar is dat niet, want groen heeft eigenlijk alleen maar voordelen. Groen zorgt voor verkoeling tijdens hete zomers, groen haalt CO2 en fijnstof uit de lucht, groen is het thuis van talloze beestjes en bevordert zo de biodiversiteit. En wie uitkijkt op groen is gelukkiger en revalideert sneller.

Prijswinnende geveltuin (Gouden Gieter 2024) in de Kazernebuurt

Het is dat ze meestal geel zijn, maar anders zou je groen ook kunnen omschrijven als een duizenddingendoekje. Niet vermeld in veel officiële rapporten is dat groen ook een sociale functie heeft, zo ondervonden Liesbeth en Sjan. Tijdens enkele jaren geveltuinieren hebben ze al ontelbaar veel praatjes gemaakt met wandelaars uit de buurt, waarvan sommigen zelfs hun vaste route hebben aangepast om maar zo vaak mogelijk van de tuin te genieten. En toen ze afgelopen zomer op zoek gingen naar vakantiehulp, was het animo groot: maar liefst acht buren wilden bijspringen.

Verduurzamingsdilemma
Hoe belangrijk groen ook is, en hoe graag we er ook meer van willen, toch onthullen de officiële cijfers een ander beeld. Adviesbureau Sweco en milieuorganisatie Natuur & Milieu turfden jarenlang het aantal vierkante meters groen in de 32 grootste gemeenten van ons land. Meer dan de helft van alle buurten in deze gemeenten is versteend, zo luidt hun sombere conclusie, in Amsterdam is dat zelfs 74 procent. Een buurt is “versteend” als er minder dan 75 m² groen per woonadres is. Tussen 2019 en 2024 zagen de onderzoekers 272.497 m² groen uit onze stad verdwijnen, evenveel als 54 voetbalvelden. Deze afname past in een langer lopende trend, want de Universiteit van Amsterdam zag dat er binnen de ring A10 tussen 2003 en 2016 ook al 500 voetbalvelden aan groen verdween – 11% van het totaal.

Voordat iemand in de put raakt van deze ontmoedigende cijfers, is het misschien goed om er iets opbeurends tegenover te stellen. Woningbouw in de stad (tussen 2019 en 2024 ca. 43.000 nieuwe huizen) gebeurt namelijk om het groen buiten de stad (denk aan landelijk Noord en het Diemerbos) te sparen. Deze “verdichting” wordt daarom gezien als duurzaam. Maar vergroenen van de stad is óók duurzaam en valt daar lastig mee te combineren. Verdichten óf vergroenen, zo kun je zeggen, is het verduurzamingsdilemma in een notendop.

Groenste twee wijken van Stadsdeel Centrum
Hoe zit het met het groen in 1018? Dat valt te lezen in de Monitor Groen die de gemeente jaarlijks publiceert. Bomen niet meegerekend, bestaat de Plantage en Weesperbuurt voor 7,5% uit groen; de Oostelijke Eilanden en Kadijken voor 14,5%. Vergeleken met heel Amsterdam (45% groen) is dat weinig, maar binnen stadsdeel Centrum voeren onze twee wijken de ranglijst aan. Op plek drie en vier staan De Weteringschans (6,3% groen) en de Haarlemmerbuurt (3,4% groen). Met 0,11% groen is Burgwallen Oude Zijde hekkensluiter.

Behalve over groen op de grond publiceert de gemeente ook cijfers over de bedekking van het grond gebied door boomkronen. Die zou in steden 30% moeten zijn, maar blijft in Amsterdam steken op gemiddeld 17,5% – iets meer dan de helft. Slechts 129 van de 518 Amsterdamse buurten halen wél de gewenste 30% bedekking, maar die liggen vrijwel allemaal aan de randen van de stad.

Opmerkelijk genoeg vormt 1018 daarop een uitzondering. Niet alleen in Artis en de Plantage, maar in zes van de twaalf buurten in dit gebied staan voldoende bomen om de norm van 30% te halen, waaronder Alexanderplein en omgeving, Kattenburg, Kazernebuurt, Marine Etablissement en Wittenburg. Als het aan de gemeente ligt, krijgen andere buurten de komende jaren ook meer bomen, geveltuinen en kleine stadsbossen. Gevraagd naar wat daarvoor nodig is, laat een medewerker weten dat “Amsterdam inzet op rigoureus vergroenen”. Liesbeth en Sjan maken intussen al plannen voor de uitbreiding van hun geveltuin aan de Plantagekade: “Na de zomer gaat de gemeente onze tuin met één tegel verbreden, daardoor wordt hij 45 m² groter.” Of het Amsterdamse beleid wortel gaat schieten is de vraag, maar aan de Plantagekade wint het groen alvast terrein – tegel voor tegel.