Journalist Jim Jansen en fotograaf Eddy Ellert begeven zich door Amsterdam-Oost en komen bekende en onbekende buurtgenoten tegen. Deze keer Peter van Zadelhoff die dagelijks de Weespertrekvaart in duikt.
Jim Jansen | Foto Eddy Ellert
Om precies drie voor half acht zet ik op deze donderdagochtend met buurman Peter van Zadelhoff koers richting de Weespertrekvaart. Hij presenteert bijna dagelijks het RTL Nieuws en dit werk wisselt hij af met zijn functie als eindredacteur, waarbij hij verantwoordelijk is voor de samenstelling van het programma.
De sneeuw is alweer enige dagen verdwenen uit Amsteldorp en Peter is gekleed in een blauwe ochtendjas met daaronder een halflange zwarte zwembroek. Een oranje zwemboei completeert zijn outfit.
Zomer of winter, op een doordeweekse werkdag om klokslag half acht laat hij zich zakken in het ijskoude water van de trekvaart, vandaag vergezeld door het echtpaar Lisette en Bas. En Wim, die een straat verderop vertelt dat hij gisteren 63 is geworden. ‘63 uit 1963,’ zegt hij met een glimlach terwijl iedereen zijn badjas uittrekt en zich opmaakt voor een korte plons in het koude water.
‘Dit weekend was de gevoelstemperatuur min tien en dat was echt fris,’ zegt Peter, terwijl hij met een snelle blik controleert of er niet een vrachtschip of andere boot langskomt. Vandaar ook dat iedereen een boei bij zich heeft, ‘veiligheid voor alles’. In de zomer zwemmen ze langer, maar met deze winterse temperaturen is dat niet te doen. ‘Door alle sneeuw zwommen we vorige week door een soort slush puppy van half ijs en redden we amper de overkant.’
Vanaf de plek waar voorheen café De Omval stond tot de brug van Duivendrecht is de kade om de vijftig meter voorzien van een trapje en om de beurt laat het viertal zich geruisloos in het water zakken. ‘Ik begin altijd even op mijn rug’, vertelt Peter later, ‘Dan kun je even je ademhaling controleren. Na twintig seconden draai ik me om en zwem ik rustig aan naar de overkant.’
‘Toch mooi anderhalve minuut,’ zegt hij iets later terwijl hij zijn horloge stilzet en meteen weer zijn badjas aandoet. ‘Lekker, fijn, top begin van de dag’ zijn kreten die ik in de haast op schrijf, en in no-time begeeft het gezelschap zich onder de dijk terug het dorp in. Niemand gaat warm douchen leert navraag, en een kopje kokendhete thee schijnt wonderen te doen.
Waarom spring je eigenlijk zes keer per week bij nacht en ontij in het water, vraag ik Peter bij het afscheid. ‘Het is echt een onwijs goede start waar ik de hele dag plezier van heb. Het is de kou-kick, maar ook het sociale. Dankzij het zwemmen heb ik nieuwe mensen ontmoet. Om het samen te vatten in één woord: fantastisch.’






