Het was een keurig uitziende man gehuld in een ouderwets kostuum met een overhemd eronder. Geen stropdas. Op zijn neus een antieke bril. Volle haardos op zijn hoofd met een gedistingeerde aanblik. Met een coupe die het werk van een te dure haarkunstenaar verraadde. Of zat het gewoon in de war.
Hij liep met gezwinde spoed door de winkelstraat met een gefixeerde blik in de ogen.
Recht op een afvalbak af. Stak zijn rechterarm, haalde er een papieren zak met een half opgegeten broodje uit en stopte het in de oudewetse leren aktetas in zijn andere hand.
Gelukzalig kijkend spoedde hij zich naar de volgende afvalbak en stak de arm er in. Alsof hij gestoken werd door een wesp trok onder het uitslaan van ruwe taal gelijk de arm weer terug. Er viel een bloeddruppel uit een van de vingers. Gelukkig niet op het pak, zodat zijn keurig uiterlijk ongeschonden bleef.
En het is maar dat U het weet







