Boek van Week 22
Ibe Rossel wil een boek schrijven over relaties tussen mannen, broederlijke relaties waar geweld in schuilt. Een boek over geweld tussen broers, maar ook zeker een boek over de nevenschade van dat geweld. Waar Rossel niet over wil schrijven is haar ervaring met dat soort geweld en hoe zij zelf het slachtoffer werd van een lugubere vorm van broederschap. Althans, daar wil ze niet direct over schrijven. Zoals ze het boek prachtig opent:
‘Je mag nooit rechtstreeks de zon in turen, anders blijft er een zwart gat op je netvlies gebrand staan, waar je ook naar kijkt. Je kan de zon het beste voelen met gesloten ogen. Het was door deze schijnbeweging dat ik mijn ervaring terug naar mezelf toe leek te kunnen schrijven. Waar houdt het narratief en de controle over dat narratief eigenlijk op? Ik wandel langs de rand, voetje voor voetje trek ik de contouren, de roepende diepte tekent zich af. Ik werp een blik omlaag. Op de bodem spiegelt het bloed.’
Rossel beweegt zich vervolgens gemakkelijk door eeuwen aan voorbeeldmateriaal van broederlijk geweld. Per hoofdstuk een nieuw essay over een ander stel broers. Van Bijbelse voorouders als Kaïn en Abel, legendarische stadsstichters Romulus en Remus, tot aan de hedendaagse vete tussen rock-iconen Liam en Noel Gallagher. Het blijkt niet moeilijk om aan de wieg van onze samenleving het bloedvergieten tussen broers te vinden. Op ieder stel werpt Rossel op subtiele wijze een nieuw licht. Soms om een poging te wagen het geweld te verklaren, en ook zeker om ons beeld van dat geweld te bevragen.
Tussendoor beschrijft ze haar onderzoek naar de hoofdpersonages. Rossel reist door Europa om de geschiedenis van de broederparen te achterhalen. Terloops wordt ons een kleine blik gegund op het dagelijks leven van de schrijfster. Zo weerspiegelt elke tekst ook haar eigen ervaring met broederlijk geweld, haar drang naar het vinden van antwoorden. Wanneer ze bij Romulus en Remus de Sabijnse maagdenroof centraal stelt, bijvoorbeeld, of als ze de zelfdestructie van de gebroeders Gallagher probeert te duiden bij de rockband Oasis. De kracht zit hem wat mij betreft in de subtiliteit waarmee haar eigen verleden als een spook boven de aangehaalde voorbeelden hangt.
In alle gevallen wordt duidelijk dat broederlijk geweld bijna altijd buitenboord eindigt. Het zijn veelal vrouwen die de minder legendarische klappen vangen, moeten leven tussen de extra scherven. In misschien wel het beste essay van het boek, blijft Alissa Violet als werkelijk slachtoffer over na een spel van verplaatste verlangens tussen de beroemde internetbroers Jake en Logan Paul. Een echte ruzie loopt over in een gespeelde ruzie omdat het laatste de verlangens van YouTube-volgers vervult. Als de toneelruzie toch weer te echt wordt voor de broers, eindigt deze in verzoening. Alissa Violet blijft achter als haar rol als speelbal tussen de twee broers overbodig raakt.
In Bloedspiegel haalt Ibe Rossel verschillende bekende theoretici aan voor haar cultuuranalyse, van Freud tot Hardt en Negri. Gemakkelijk en speels neemt ze de lezer langs deze denkers mee en de culturele referenties zijn een genot om te volgen. Hier en daar leek me Rossel nog terughoudend in haar analyse, maar uiteindelijk is dat er vooral een teken van dat ik meer Ibe Rossel wil lezen.
_____
Bloedspiegel is geschreven door Ibe Rossel
Verschenen bij Das Mag Uitgevers
Alex Heemstra is boekverkoper bij Linnaeus Boekhandel, Middenweg 20






