Opengetrokken afvalbakken, half uitpuilende vuilniszakken en rommel op straat: we zijn er in Amsterdam inmiddels bijna aan gewend. Maar wie de laatste tijd rond winkelcentrum Brazilië loopt, kan iets opvallends zien. De afvalbakken zijn er meestal gewoon dicht en de omgeving is opvallend schoon. Wat is hier aan de hand?
Patrick van den Hoven
Het statiegeld op blikjes werd op 1 april 2023 ingevoerd, met als belangrijkste doel het terugdringen van zwerfafval. Dat het systeem ook een nieuw verdienmodel zou opleveren, was misschien minder voorzien. In Amsterdam wordt inmiddels volop gezocht naar blikjes en flesjes waar nog 15 cent op zit. Ook in het Oostelijk Havengebied zijn statiegeldzoekers een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld geworden.
Keerzijde van statiegeld
Dat heeft een vervelende keerzijde. Op zoek naar blikjes worden openbare afvalbakken regelmatig geopend en vuilniszakken eruit gehaald. Wat niet interessant is voor de verzamelaar, belandt vervolgens nogal eens naast de bak. Het resultaat is wrang: statiegeld werd mede ingevoerd om zwerfafval tegen te gaan, maar op sommige plekken lijkt het probleem er juist zichtbaarder door te zijn geworden.
Ook rond winkelcentrum Brazilië was het een bekend verschijnsel: afvalbakken met half uitgetrokken plastic zakken, verpakkingen op straat en meeuwen die vervolgens enthousiast aan de tweede ronde beginnen. Voor veel buurtbewoners een bron van ergernis. Moeten we dit maar accepteren als een nieuw Amsterdams ongemak? Of kan het ook anders?
Dank aan Peggy
Dat het straatbeeld rond Brazilië er tegenwoordig een stuk opgeruimder uitziet, blijkt voor een belangrijk deel het werk van Peggy Bédorf, een 52-jarige bewoonster van Sporenburg. Peggy verplaatst zich met een scootmobiel en wordt tijdens haar rondes regelmatig vergezeld door haar driejarige zwarte labrador Diva.
Ondanks de fysieke beperkingen als gevolg van haar functionele neurologische stoornis (FNS) trekt Peggy er meerdere keren per dag op uit. Ze sluit opengebroken afvalbakken, stopt zakken terug en ruimt afval op dat eromheen is achtergebleven. Maar misschien belangrijker: Peggy ruimt niet alleen op, ze praat ook.
In de loop van de tijd heeft ze contact gekregen met enkele mensen die in de buurt statiegeld verzamelen. In plaats van hen weg te sturen of de confrontatie te zoeken, ging ze het gesprek aan. Inmiddels heeft ze hun vertrouwen gewonnen en afspraken met ze gemaakt. Ze kunnen de bakken blijven doorzoeken, maar laten die daarna weer netjes achter.
Blije gemeente
Het klinkt bijna te eenvoudig voor een hardnekkig Amsterdams probleem, maar rond Brazilië lijkt het te werken. De afvalbakken blijven vaker gesloten en er ligt minder rommel omheen.
Peggy heeft inmiddels ook goed contact met medewerkers van de gemeentereiniging. Zij zijn blij met haar inzet. De reinigers komen volgens Peggy simpelweg niet vaak genoeg langs om iedere opengetrokken afvalbak meteen weer in orde te maken. En waar een reinigingsdienst vooral afval kan opruimen, blijkt een buurtbewoner soms iets anders te kunnen: een relatie opbouwen met de mensen die de bakken doorzoeken.
Leergeld voor de stad?
Daarmee is het Amsterdamse probleem van opengebroken afvalbakken natuurlijk niet ineens opgelost. Maar rond winkelcentrum Brazilië laat Peggy Bédorf zien dat een praktische aanpak op buurtniveau verrassend effectief kan zijn. Geen nieuw afvalbeleid, geen ingewikkeld systeem en geen extra handhavers, maar iemand die opruimt, mensen aanspreekt en afspraken maakt.
Het is misschien wat veel gevraagd om op iedere straathoek een Peggy neer te zetten. Maar haar aanpak roept wel een interessante vraag op: als persoonlijk contact hier zo goed werkt, zou de gemeente daar dan niet iets van kunnen leren?
Voorlopig verdient Peggy Bédorf in ieder geval een groot compliment. En voor de buurt is het te hopen dat ze haar rondes nog een tijdje wil én kan blijven maken.






