Ik hoop vurig dat alles wat ik hierin heb geschreven nog eens de buitenwereld zal bereiken. Niet om propaganda te maken, maar alleen om hen die met deze toestanden niet op de hoogte zijn (en daar zijn er nog genoeg van) hiermee bekend te maken’. 

Esther van der Zee

Een wens van Klaartje de Zwarte-Walvisch in haar boek Alles ging aan flarden die ook in onze tijd van belang is. Dit eerlijke en open geschreven relaas zou verplichte kost moeten worden voor middelbare scholieren. Waar het dagboek van Anne Frank stopt, gaat het dagboek van Klaartje verder. Zij beschrijft de kampgruwelen tijdens de Tweede Wereldoorlog op zo’n manier dat iedereen zich voor kan stellen hoe het daar in Vught geweest moet zijn, met soms een sprankje hoop.  

Klaartje zit op een dag op haar balkon aan de Tweede Oosterparkstraat nummer 245 een boek te lezen. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht totdat twee onbekende mannen aanbellen. Het is het begin van een reis via de Hollandse Schouwburg naar Kamp Vught, Westerbork en ten slotte Sobibor. Klaartje bezit een ongekende mentale souplesse om alle verschrikkingen van het kamp te doorstaan. Ze houdt zich vast aan het idee dat ze haar man zal weerzien na de oorlog. Tevens ondervindt zij steun bij lotgenoten, zij delen een kamphumor die hen overeind houdt.  

Het leven wordt iets prettiger voor Klaartje als zij te werk gesteld wordt bij Philips. Zij kan het goed vinden met de leiding en wordt goed behandeld. Helaas is dit geluk van korte duur en gaat zij vrij snel daarna op transport naar Westerbork. Daar stopt het dagboek: een paar schriftjes die zij aan de binnenkant van haar tas heeft genaaid. De schriftjes geeft zij mee aan haar zwager als hij haar naar de trein richting Sobibor brengt. In een brief aan zijn broer schrijft deze Salomon de Zwarte:  

‘Klaar zojuist naar de trein gebracht. Heb al het mogelijke gedaan het haar aangenaam te maken. Bewonderenswaardig flink is ze. Een uit velen die ik hier heb zien weggaan. Ondanks dat ze heel alleen was, slaat ze er zich prachtig doorheen. Onze tafel was zeer onder de indruk omdat ze erg lief voor iedereen is geweest.’  

Klaartje de Zwarte-Walvisch heeft de oorlog niet overleefd, de bevrijding kwam te laat voor haar en haar echtgenoot. Dankzij de dochter van Salomon de Zwarte, Miep, is het dagboek geschonken aan het Joods Historisch Museum. Hopelijk komt de wens van haar tante uit om iedereen te laten weten welke verschrikkingen er zijn voorgevallen in de kampen. Het mag nooit vergeten worden.