Vier jaar geleden, op een warme nazomerdag hoorde ik op de radio dat PostNL nog tweeduizend postbezorgers zocht. Ik was een paar maanden eerder vervroegd met pensioen gegaan bij de gemeente en genoot van de vrijheid, maar zag wel een beetje tegen de winter op. Dan ga je niet meer elke dag fietsen of zwemmen om een beetje in conditie te blijven.
Fokko Kuik | Foto’s Marthe van Eerdt
Een paar dagen per week post bezorgen leek me wel leuk. Solliciteren ging per whatsapp tijdens een fietstocht en een maandje later kon ik aan het werk. In het begin kreeg ik steeds verschillende routes en leerde ik steeds meer straten in Oost echt goed kennen.
In dezelfde periode ging ik er stukjes over schrijven voor oost-online. Een mooie combinatie vond ik al snel. Maar er waren in die eerste herfst ook wel eens regendagen waarop ik me onderweg afvroeg ‘waarom doe ik dit eigenlijk?’ Gelukkig is het veel vaker droog dan nat in Nederland.
Na anderhalf jaar kreeg ik voor het eerst een postroute in het Amsteldorp toegewezen, het karakteristieke rode dakpannendorp bij het Amstelstation. Daar stond bijna drie uur voor in het rooster op mijn telefoon. ‘Veel succes’ wenste collega Cor me met een glimlachje toe. Eenmaal aangekomen daar begon ik te begrijpen waar hij op doelde. Bijna vijfhonderd adressen in vele korte straatjes met trapjes, smalle tuinpaadjes en onduidelijkheid over welke brievenbus voor H (huis) en 1H (eenhoog) was.
Ik vond het ook wel een beetje een zooitje daar. Het is duidelijk dat de veel Amsterdammers niet zo veel met tuintjes hebben. Je kunt er oude fietsen in gooien of bouwafval. Planten en struiken komen er ook wel voor, maar die moeten zichzelf, maar redden daar. Ik deed wel vier uur over mijn eerste ronde daar en schreef die week op oost-online een stukje over het Vrijheit Blijheitpad, als een voorbeeld van aparte straatnamen in dit bijzondere dorpje.
Na een wat langer zomerverlof dat jaar kreeg ik de route in het Amsteldorp als vaste route toebedeeld. Waar in veel andere straten in Oost de hoeveelheid brievenpost alleen maar afneemt, is dat daar absoluut nog niet het geval. Veel overheidspost maar ook reclamepakketten, Tv-gidsen en loterijenpost. Soms kon ik niet eens alles tegelijk meenemen op mijn fiets en moest ik terug naar het depot voor de rest.
Na een tijdje kreeg ik wel in de gaten hoe het zat met H en 1H. Ik leerde er steeds meer mensen kennen door hier en daar een praatje te maken. Over het weer, de sloopplannen van Ymere, de politiek, hoelang ze er al woonden en wie er nu weer was dood gegaan in de straat.
Ook de mensen met honden – de natuurlijke vijanden van postbodes – leer je na verloop van tijd wel kennen. Een mevrouw die ik onderweg vaak al vroeg tegenkwam met haar drie hondjes riep dan altijd ‘hé postbode, heb je nog post voor mij?’ ‘Ik denk het wel’ riep ik dan meestal terug, want er ging geen bezorgdag voorbij waarin dat niet zo was. Een andere hondenbezitter – bijna 80 jaar – vertelde me net voor de kerst dat hij een eigen lied had geschreven. Dat zou binnenkort op YouTube worden uitgebracht vertelde hij. Helaas heb ik zijn naam niet paraat om te checken of dat nog gaat lukken.
Na verloop van tijd begon ik steeds meer van ‘mijn buurtje’ te houden. Ik interviewde er een paar ondernemers, volgde de discussies over renovatie en sloop en was na een vakantie altijd weer nieuwsgierig hoe het met iedereen ging. Met mij AOW-leeftijd op komst besefte ik dat ik mijn postrondjes in het Amsteldorp wel zou gaan missen als ik er mee zou gaan stoppen.
Vorige week was het zover. Ik was 67 geworden en had van PostNL een brief gekregen dat mijn contract beëindigd zou worden. Eventueel had ik nog wel een nieuw tijdelijk contract kunnen krijgen, maar daar heb ik vanwege diverse vakantieplannen dit voorjaar maar van afgezien. Misschien maar goed ook, want vorige week verklaarde PostNL binnenkort zo’n 2000 bezorgers teveel te hebben, omdat er vanaf juli aanstaande niet meer vijf dagen in de week post bezorgd hoeft te worden.
Tijd voor mijn laatste ronde dus, afgelopen donderdag. Met de vele stempassen voor de aanstaande verkiezingen waren mijn fietstassen weer ouderwets vol. Gelukkig was het een fraaie lentedag en werd het een mooi afscheidsrondje. Door het zachte weer waren er veel bewoners op straat die me, als ze wisten dat het m’n laatste ronde was, een mooi pensioen toewensten.
Bij een paar vaste contacten heb ik nog even aangebeld om afscheid te nemen. De dame met de drie hondjes was geschokt en vond het heel jammer. De attente mevrouw (Irma), die me voor de kerst wel eens een envelopje met inhoud toestopte was helaas niet thuis. Voor haar dichte deur dacht ik terug aan de warme dagen in die buurt, waarop me wel eens een ijskoud blikje frisdrank aangeboden werd. Ook kreeg ik een paar keer een vijfje in mijn hand gedrukt ‘om straks een biertje van te kopen’. Gek genoeg overkwam met dat nou nooit in de chiquere straten van de Watergraafsmeer.

Met het oog op de discussie of sloop en renovatie van zo’n wat vervallen buurtje vlakbij het Amstelstation denk je al gauw ‘zet er maar iets beters neer’. Want die niet goed onderhouden en slecht geïsoleerde huisjes voldoen niet meer aan de normen van deze tijd en de toekomst. Maar als je dan hoort dat sommige mensen hier al tientallen jaren naar tevredenheid wonen, besef je dat de sociale structuur van zo’n buurt ook heel waardevol is. Hopelijk houdt Ymere daar rekening mee in haar plannen voor deze buurt, maar veel bewoners zijn daar nog niet gerust op, heb ik wel begrepen.
Nu mijn carrière als postbezorger er op zit ga ik weer andere dingen doen. De ontwikkelingen in het Amsteldorp zal ik zeker blijven volgen, ook voor oost-online. Hopelijk wordt de naam van het Vrijheit Blijheitpad ook van toepassing voor mijn leven als pensionado, bedacht ik me op weg naar ons depot. Daar waren de collega’s al vertrokken. Ook hen gun ik een mooie toekomst en dat geldt natuurlijk ook voor de bewoners van het Amsteldorp. Als ik heimwee krijg fiets ik er vast nog wel een keertje naartoe.







