In Middenmeer groeit het plan voor een buurtwarmtenet dat woningen verwarmt met restwarmte van het datacenter op het Amsterdam Science Park. Energiecoöperatie MeerEnergie werkt al sinds 2015 aan dit initiatief. Bestuursvoorzitter en medeoprichter Ardine Nicolaï trekt het project vanaf het begin.’Het gaat om het belang van de bewoners’, zegt zij.
Arie Martijn Schenk – Foto: Bibi Veth
MeerEnergie ontstond ruim tien jaar geleden uit een groep bewoners uit de Watergraafsmeer die een alternatief zochten voor aardgas. Om het initiatief te organiseren kozen zij voor een coöperatie. ‘We wilden bewoners verenigen en samen zeggenschap houden’, vertelt Nicolaï. Daarom kozen we voor een coöperatief model.’
Van ijsbaan naar datacenter
In de beginjaren zocht de coöperatie naar verschillende warmtebronnen in de wijk. De Jaap Edenbaan gold eerst als mogelijke bron. Het idee: restwarmte van de ijsmachines inzetten voor verwarming van woningen in de buurt.
Dat plan viel af. ‘Op de koudste dagen gaan de ijsmachines juist uit als het buiten genoeg vriest. Dan zou de warmtebron stilvallen terwijl bewoners juist warmte nodig hebben.

De aandacht verschoof daarna naar het datacenter van Equinix op het Science Park. Servers produceren voortdurend warmte bij het koelen. Die energie kan via een netwerk van leidingen naar woningen stromen, waar het water voor verwarming en warm tapwater opwarmt. Het doel ligt rond de vijfduizend woningen in de Watergraafsmeer, vooral in de buurt Middenmeer.
Warmtenet in handen van de buurt
Het project onderscheidt zich volgens Nicolaï van veel andere warmtenetten in Nederland. Grote energiebedrijven beheren vaak zulke netten. In Middenmeer kiezen bewoners voor een eigen warmtebedrijf. ‘Alle leden krijgen straks samen een warmtebedrijf in handen’, zegt zij. ‘We bouwen als buurt een eigen systeem. Samen eigenaar, samen zeggenschap over de tarieven. Hoe mooi is dat?’
MeerEnergie werkt sinds de oprichting samen met verschillende partners. In de beginfase liep een samenwerking met Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling, later Firan genoemd. Die partij trok zich vorig jaar terug vanwege veranderingen in landelijke wetgeving rond warmtenetten.

Volgens Nicolaï bleef het initiatief daardoor niet stil liggen. ‘Toen Firan vertrok, stonden nieuwe partijen al snel bij ons op de stoep. Inmiddels werken we met drie nieuwe partners. Eén partij komt uit Denemarken, waar zulke warmtenetten al veertig jaar draaien. Daar ligt veel ervaring.’
Nieuwe fase voor het project
De coöperatie ontving eind 2023 een ontwikkellening van de gemeente Amsterdam om het project verder uit te werken. In de volgende fase komt de oprichting van een warmtebedrijf en financiering via een banklening in beeld.
Het draagvlak onder bewoners speelt daarbij een belangrijke rol. Inmiddels tekenden ongeveer 1350 huishoudens een startcontract. ‘Eerst melden zich de pioniers’, zegt Nicolaï. ‘Een grote groep wacht nog even af. Maar zodra de straat openligt en de eerste huizen aansluiten, willen veel mensen de boot niet missen, daar geloven we in.’
Voor een solide basis mikt de coöperatie op ongeveer vierduizend deelnemers. De eerstvolgende stap ligt volgens Nicolaï bij ongeveer 2500 contracten. Als alles volgens planning verloopt, kan in 2028 de eerste woning op het warmtenet aansluiten.
Straatcoaches en sociale energie
In de wijk zetten tientallen vrijwilligers zich in voor het project. Ongeveer vijftig zogenoemde straataanvoerders gaan langs bij buren, geven uitleg en verzamelen startcontracten. Nicolaï ziet daar meer gebeuren dan alleen energietransitie. ‘Straatcoaches vertellen dat ze nieuwe buren leren kennen. Het brengt mensen bij elkaar. Er komt ook sociale energie vrij in de wijk.’
Zelf groeide Nicolaï in tien jaar tijd uit tot een bekende stem binnen de wereld van lokale energiecoöperaties. Zij spreekt regelmatig op congressen en deelt ervaringen met andere initiatieven. We zijn pioniers, en worden veel gevraagd. Veel regelingen ontstonden pas later. Andere coöperaties komen nu bij ons vragen hoe je bewoners activeert.’





