Home BoekvandeWeek Boek van de Week | ‘Ik wacht op de komst van de...

Boek van de Week | ‘Ik wacht op de komst van de Duivel’ van Mary MacLane

0

Boek van Week 11

Mijn vermoeden is dat iedereen de boeken van Privé-Domein, uitgegeven door de Arbeiderspers, wel kent. Althans, men herkent de omslagen met diens aantrekkelijke, tweekleurige voorkanten, helder uitgelijnde, simpele lettertypes, de witte ruggen en de zakelijke achterkanten. Het is een reeks die in elke boekhandel wel te vinden is, omdat het een reeks is voor échte lezers, als we de vormgeving en de inzet moeten geloven. Deze autobiografieën en egodocumenten, deze brieven en dagboeken, zijn namelijk voor lezers die de tijd nemen om zich daadwerkelijk te verdiepen. Het zijn boeken die bij mij altijd een lichte vorm van impostersyndrome oproepen. Oftewel, wil ik eigenlijk wel weten wat de schrijvers van wie ik houd drijft? En, als ik de schrijver in kwestie niet ken, heeft hun kijk op het leven mij dan wel wat te zeggen? Kan ik zo maar binnentreden in een binnenwereld waar ik volstrekt onbekend mee ben?

Dit laatste was ook het geval bij het dagboek van Mary MacLane, origineel uitgegeven in 1902, nu in vertaling van Auke Leistra verschenen. Het is een dagboek van een vrij onbeduidend, negentienjarig meisje wonend in het Amerika van de vorige eeuw. Een oud werkje van een jong, burgerlijk meisje uit een ver land. Kortom: wat zou MacLane mij nog te zeggen kunnen hebben?

Toch bleven haar boze blik op de voorkant van het boek en de titel mij aanstaren. ‘Ik wacht op de komst van de Duivel,’ heet het boek En ja, Duivel is met een hoofdletter. En nee, dat leerde ik tijdens het lezen van dit boek: dit is niet zomaar een dagboek van een privépersoon. Het zelfverklaarde “Genie” MacLane had alle intentie om haar “Portret”, ook haar eigen term, te publiceren en er wereldberoemd mee te worden.

Hoewel MacLane daar destijds zeker in geslaagd is – MacLane was onder andere een grote inspiratiebron van Gertrude Stein, zo vertelt de informatieve inleiding van Marieke Ornelis – is ze nu vrijwel vergeten. Dat is ten onrechte vind ook ik.

In dit dagboek verhaalt MacLane van haar saaie, lege leven. Ze verveelt zich. Ze loopt over haar “zand en barre gronden”. Ze doet af en toe wat huishoudelijk werk. Ze geniet zo nu en dan van “Porterhouse steak”. Ze denkt na over haar eigen “peripatetische filosofie”, wat vrij toepasselijk “rondwandelende filosofie” betekent. Ze is verliefd op haar “anemoondame”, maar, het meest van al is ze eenzaam en alleen, en wacht ze op de Duivel, en ja, dat “is altijd een man”.

Hoewel deze duivelsverering en haar openlijke liefdesverklaring voor een vrouw destijds voldoende stof deed opwaaien om dit boek, ook nu nog, met interesse te kunnen lezen, is het niet alleen historische curiosa. MacLane is Zelfbewust en Romantisch. Ze heeft een vlammende schrijfstijl, poëtischer dan die van menig dichter. Zij laat zien hoe complex en rijk de binnenwereld van jonge vrouwen is, en dat rijkt over eeuwen heen. Zoals Ornelis ook al suggereert, MacLane is Girltheory on Steroids, en dat zouden wij allemaal eens na moeten streven. Mary MacLane is, zoals ze het zelf neerschrijft op de eerste pagina, iemand “die haar weerga in de wereld niet kent.” Zij is iemand met wie het een eer is om kennis te mogen maken.

_____

Ik wacht op de komst van de Duivel is geschreven door Mary MacLane
Vertaald door Auke Leistra
verschenen bij De Arbeiderspers
Lies Kelder
is boekenadviseur bij IJburg Boeken, IJburglaan 561