Er is weer veel gaande rond het Oosterpark. Wijkagent Nienke is er druk mee, samen met haar collega Michel. Vandaag wordt in alle opzichten een ‘sentimental journey,’ want Nienke wordt wijkagent operationeel expert in Buitenveldert en Michel wijkagent van de Boerhaave- en Oosterparkbuurt.
Tekst Carolien Gevers Foto Frank Schoevaart
De dag ervoor hadden Nienke en Michel al vergaderd over de Dwaalgast op het ’s Gravesandeplein, de bus waar gebruikers hun dope op een humane manier kunnen gebruiken. Aanwezig waren ook medewerkers van de gemeente, de Regenboogstichting, buurtbewoners, de gebiedsmakelaar en de stadsvoorzitter. Ja, dat is een succes geworden, omdat de meeste verslaafden hierdoor niet meer in het Oosterpark rondhangen. Maar er is een vervelend bijeffect: toenemende drukte, hangplekken en overlast van slapers en poepers in portieken. En diefstalletjes, openlijk gebruik en afval bij het SLM-monument. Buurtbewoners klagen dat ze zich toenemend onveilig voelen.
Wat te doen? Nienke: “Helaas kunnen wij niet meer inzetten op handhaving in portieken, want er is besloten slapers te tolereren, maar weet dat jullie altijd de GGD met 020-555 5555 kunnen bellen. En blijf evengoed melden bij ons. De politie heeft haar focus meer verschoven naar het jagen op de dealers. Vandaag hebben we er weer eentje kunnen vangen bij het SLM-monument.” Michel, grappend: “Nienke wordt daar niet voor niets ‘de pitbull’ genoemd! Vroeger hadden we in de Dapperbuurt twee drugskoningen, echte grote. Tegenwoordig zijn er tientallen kleine dealertjes of tussenpersonen en wij moeten die zien te vinden.”
Handen uit je zakken
De dag erna doet Nienke haar bijnaam eer aan als ze op een bankje op het ‘s Gravesandeplein een man ziet hangen. Niks mis mee, zou je denken. Maar wat blijkt? Ze zag al van ver een stanleymesje in zijn hand. De man hangt stinkend voorover, hangend in zijn capuchon, en mompelt onverstaanbaar. Nienke geeft hem een duwtje en herkent hem. “Oh meneer X… wat doet dit mesje hier? Ga eens staan en haal die handen uit je zakken”. De man protesteert, maar te laat want Michel komt te hulp en gaat hem fouilleren. Ondertussen leegt Nienke de tassen. Allerlei basepijpjes, zilverfolie, pillen en messen komen tevoorschijn.
Ondertussen rijdt toevallig een politieauto langs. De collega’s zijn welkom, want ze hebben allerlei opbergspullen in de kofferbak. Nienke stopt alles in kokers en plastic zakken en zegt de man dat hij meegenomen wordt. Weer protest en geduw. Nienke tegen haar collega’s: “Boeien niet nodig, want hij is al gefouilleerd”. Na veel tegenwerking zit de man eindelijk in de auto. Nienke: “Hij gaat naar het cellencomplex, want hij had al een driemaandenverbod hier. Behalve dat hij wel gebruik mocht maken van de Dwaalgast. Maar nu is hij openlijk betrapt. We zochten hem al een tijd, want wisten dat hij ‘faciliteerde’, oftewel anderen aan spul helpen om dope te gebruiken.”
Een succes dus?
Nienke en Michel aarzelen. “Ja en nee. Hij krijgt van de rechter hooguit een paar dagen gevangenis en een boete of straatverbod, maar hij heeft natuurlijk zorg nodig, omdat hij zelf ook verslaafd is aan drank en crack.” Nienke: “Onze ingreep net is plaatselijk voor hier een succesje. Maar een echt succes? Dat vond ik het pas toen een vrouw waar ik mee te maken had, die via de rechter in een instelling zat inclusief een zorgtraject, na twee jaar vrijkwam en schoon was. Al weet je natuurlijk nooit voor hoe lang. We zijn nog lang niet uitgebrainstormd, zoals je gisteren ook zag bij die vergadering over de Dwaalgast.” Ondertussen reinigt ze haar handen met een crème die ze altijd bij zich heeft.
Rare vogels
Net als we ons opmaken om het Oosterpark in te rijden, zien we een zwerm vogels afkomen op de laatste afvalresten rond het bankje van de meegenomen man. Dwars ziet ze aan voor lijsters, maar Michel denkt zeker te weten dat het spreeuwen zijn en Google afbeeldingen geeft hem gelijk. Dwars: ‘Je bent naast wijkagent, operationeel expert en hulpofficier van justitie ook een vogelkenner.” Michel lachend: “Nou ja, vooral van rare vogels natuurlijk.”
Het is rond acht uur ‘s ochtends als Nienke een haar bekende man ziet, die zich wat onduidelijk bij het water ophoudt. “Wat doe jij hier?” “Kijken naar de ganzen.” Nienke: “Op dit tijdstip? Dat maak je mij niet wijs… Houd je gedeisd hè, vandaag!”
Dan stuiten we op twee bankjes. Eentje met twee mannen aan de drank. Op de ander een jonge, armoedig en te dun geklede vrouw, die meteen begint te praten. Michel gaat op haar in maar ze is slecht te verstaan, onder invloed of door een paar ontbrekende tanden. Ze vertelt ongeremd in flarden over haar leven. Blijkt al twee jaar dakloos, maar zegt onder begeleiding te staan van een zorginstelling. Michel checkt het politiesysteem en vindt haar. Een van de mannen blijkt buiten Amsterdam te wonen. Nienke: “Hoe kom je dan nu hier?” De vrouw flapt eruit dat hij daar niet meer mag komen. Omdat ze alle drie momenteel niks strafbaars doen, worden nu alleen tips gegeven om het vandaag gezellig te houden.
We hebben te doen met de jonge vrouw die een onschuldige en kwetsbare indruk maakt. Als ze langer in het park blijft hangen, zal Michel haar in de gaten houden. Nienke: “In ons werk moeten we telkens kiezen tussen begrijpen of ingrijpen. Het eerste vind ik altijd fijn, maar het laatste ook. “Vooral als we iets op het spoor zijn of een dader hebben gevonden, zoals vanochtend.”
Mogelijke wraakactie
Op weg naar een naburig studentenappartementcomplex van Lieve de Key gaat Nienke langs bij het huis van een vrouw die op een nare manier wordt gestalkt door haar ex. Er is sprake van mishandeling. Nienke begeleidt haar waar ze kan. Maar telkens haalt ze, tegen het advies in, haar ex toch weer in huis. Helaas blijkt ze vandaag niet thuis, maar Nienke gaat haar bellen en Michel kan het desgewenst overnemen.
Tien minuten later staan we in de fietsenstalling van het complex. Er is een melding gedaan omdat een insluiper er recent alle fietsbanden had doorgeprikt. De pandbeheerder, Wouter, toont ons de ingetrapte voordeur en alle beschadigingen. Nienke heeft camerabeelden gekregen en denkt de desbetreffende man te kennen. Nienke: “Kan je het plaatsen?” Wouter: “Het gaat waarschijnlijk om een wraakactie tegen een bewoonster die deze man daar eerder had gezien en weggestuurd.” Wouter wil aangifte doen, maar Nienke zegt dat het slimmer is als alle bewoners dat doen. “Zij zijn de gedupeerden en dan kunnen wij met de camerabeelden de dader gaan zoeken. Jij kan alleen aangifte doen voor beschadiging van de deur. Bovendien zou de intrapper van de deur, hoe onwaarschijnlijk ook, iemand anders kunnen zijn.”
Als we verderop langs een bepaald winkelpand komen, wijst Nienke Michel erop dat ze hier nooit een teken van leven ziet of hoort. Het geeft haar een niet-pluisgevoel. Michel belooft er onderzoek naar te doen, onder andere via de Kamer van Koophandel.
Adieu
Dan is het tijd terug te gaan naar het bureau. Nienke en Dwars beseffen dat het hun laatste tocht samen was en moeten nog even wennen aan het idee. Aan alles komt een eind, besluiten we met een hug, voor onze wegen zich scheiden.






