De hoorzitting voor het nieuwe dagelijks bestuur van stadsdeel Oost draaide dinsdagavond vooral om Emre Ünver (PRO). De beoogde stadsdeelvoorzitter komt over uit Nieuw-West, waar hij sinds 2018 stadsdeelvoorzitter is. In Oost stelde hij zich uitgebreid voor als ervaren bestuurder, maar ook als iemand die het stadsdeel nog beter moet leren kennen.
Arie Martijn Schenk
Ünver zei niet naar Oost te komen met het idee dat hij alles al weet. ‘Ik presenteer vandaag geen blauwdruk voor Oost’, zei hij. Volgens hem draait de eerste periode, als hij wordt benoemd, vooral om luisteren, inlezen en ontmoeten. ‘Voordat je iets kunt veranderen, moet je eerst goed begrijpen wat er leeft.’
De hoorzitting vond plaats voorafgaand aan de vergadering van de stadsdeelcommissie. De commissieleden konden de voorgedragen kandidaten bevragen, waarna de commissie per kandidaat stemt over het advies aan college en gemeenteraad. Naast Ünver stelde ook Zeeger Ernsting (PRO) zich opnieuw voor. Ernsting is al twee jaar actief in Oost. De meeste tijd ging naar de kennismaking met Ünver.
Ervaren bestuurder, nieuw gezicht in Oost
Ünver heeft een lange bestuurlijke staat van dienst. Hij was twaalf jaar gemeenteraadslid in Amsterdam, korte tijd Tweede Kamerlid en de afgelopen acht jaar stadsdeelvoorzitter in Nieuw-West. Daar hield hij zich onder meer bezig met openbare orde en veiligheid, werk en participatie, sociaal beleid, democratisering, diversiteit en evenementen.
In zijn openingsverhaal legde hij de nadruk op kansengelijkheid. Hij groeide op in Noord en Nieuw-West, maar vertelde dat Oost in zijn jeugd al een vertrouwde plek was. Met zijn familie kwam hij vaak in de Javastraat. ‘Er waren geen douanes bij de stadsdeelgrenzen’, zei Ünver. ‘Wij gingen gewoon naar de Javastraat.’ Hij herinnerde zich vooral de betaalbaarheid, de diversiteit en de manier waarop verschillende groepen elkaar daar ontmoetten.
Tegelijk maakte hij duidelijk dat hij niet in Oost woont. Hij woont in Geuzenveld, maar zei dat hij door zijn gezin al jaren veel in Oost is. Hij sprak zelf over ‘deeltijd’ in Oost. Dat nam niet weg dat verschillende commissieleden wilden weten hoe goed hij het stadsdeel werkelijk kent.
‘Ik ken Oost niet zoals ik Nieuw-West ken’
Josja Pieterse van PRO vroeg hoe Ünver zich snel en effectief wil inwerken. Rada Ruijter van de SP en vertegenwoordigers van andere fracties wilden weten hoe hij de samenwerking met de stadsdeelcommissie ziet. Anissa Amraoui van DENK vroeg hoe goed hij Oost kent en of hij ook minder zichtbare bewoners, ondernemers en organisaties wil bezoeken.
Ünver erkende dat hij Oost niet kent zoals hij Nieuw-West kent. Oud-Oost, de Indische Buurt, Watergraafsmeer en Betondorp noemde hij bekender terrein. Zeeburgereiland kent hij minder goed. IJburg kent hij vooral via familie. Juist daarom wil hij de komende tijd met gebiedsteams, commissieleden, bewoners en organisaties op pad.
Hij nodigde commissieleden uit hem mee te nemen naar hun eigen buurt of netwerk. Niet alleen naar de bekende organisaties, maar juist ook naar minder zichtbare initiatieven. Volgens Ünver ligt daar vaak de kracht van een stadsdeel: bij bewoners, ondernemers, sportverenigingen, informele sleutelfiguren en maatschappelijke organisaties die het vertrouwen van de buurt genieten.
Vragen over politieke kleur
Vanuit de VVD vroeg Niels van der Sangen hoe Ünver voorzitter wil zijn voor heel Oost, nu twee bestuurders uit dezelfde politieke richting worden voorgedragen. Ook Noor Jaarsma van D66 vroeg hoe andere geluiden en inzichten een volwaardige plek krijgen.
Ünver antwoordde dat een dagelijks bestuurder na benoeming niet namens een partij zit. Hij ziet zichzelf dan als onderdeel van het bestuur van de stad en als bestuurder voor het stadsdeel. Het meerderheidsstandpunt van de stadsdeelcommissie noemde hij zwaarwegend. Daarbij wees hij op zijn ervaring in Nieuw-West, waar hij acht jaar bestuurde zonder vaste meerderheid langs coalitie- en oppositielijnen.
Volgens Ünver dwingt dat tot zoeken naar draagvlak. Hij zei dat hij de stadsdeelcommissie niet ziet als een verlengstuk van een partijpolitieke verhouding, maar als lokale volksvertegenwoordiging waar het bestuur serieus naar moet luisteren.
Slecht nieuws snel delen
Radja Ruijter van de SP stelde een concrete vraag over slecht nieuws. Als een besluit impopulair is in een buurt, informeert een bestuurder de buurt dan lang of kort van tevoren? Ze verwees naar ervaringen waarbij informatie pas laat werd gedeeld door de gemeente, omdat de weerstand dan korter zou duren.
Ünver koos duidelijk positie. Slecht nieuws moet volgens hem zo snel mogelijk worden gedeeld. Niet alleen omdat dat bestuurlijk verstandig is, maar ook omdat participatie anders ongeloofwaardig wordt. Hij waarschuwde voor bijeenkomsten waarin bewoners verwachtingen krijgen die het bestuur niet kan waarmaken.
Ook ging hij in op de positie van de stadsdeelcommissie tegenover de centrale stad. Ünver zei dat adviezen niet ergens mogen verdwijnen zonder duidelijke terugkoppeling. Hij vindt dat beter zichtbaar moet worden wat er met adviezen gebeurt en hoe die in de centrale besluitvorming worden meegewogen.
Opvallende vraag over vrouwenveiligheid
Een opvallend moment kwam van Noor Jaarsma van D66. Zij vroeg Ünver naar een eerdere uitspraak in Nieuw-West over vrouwen die zich ergens niet veilig voelen en dan ‘ergens anders een borrel’ zouden kunnen doen. Die uitspraak leidde destijds tot ophef. Jaarsma vroeg hoe die uitspraak zich verhoudt tot zijn visie op vrouwenveiligheid en of hij daar afstand van wilde nemen.
Ünver zei dat de uitspraak uit context was gehaald, maar erkende ook dat onderdelen onhandig waren geformuleerd. Hij verwees naar de reactie van de burgemeester op eerdere vragen hierover en zei dat bestuurders hun emotie altijd moeten bewaken. Ook als een onderwerp vaker terugkomt en de irritatie oploopt.
Hij zei ervan geleerd te hebben. ‘Ook die tiende keer’ moet een bestuurder zijn emotie bewaken, gaf hij aan. Tegelijk benadrukte hij dat juist hij in Nieuw-West veel inzet pleegde op vrouwenveiligheid, straatintimidatie, online shaming en de positie van meiden en vrouwen.
In zijn openingsverhaal vertelde Ünver al over de vrouwenagenda in Nieuw-West. Daarin werkte hij aan laagdrempelig aanbod voor meiden en vrouwen rond gezondheid, talentontwikkeling, veiligheid en rechten. Ook noemde hij campagnes tegen online shaming en exposing, omdat zulke vormen van intimidatie volgens hem grote gevolgen kunnen hebben voor jonge vrouwen.
Joods leven, antisemitisme en gedeelde strijd
Noor Jaarsma vroeg ook naar de veiligheid van Joodse Amsterdammers in Oost. Zij wees op de Joodse geschiedenis van het stadsdeel, de maatschappelijke spanningen van dit moment en het belang van herdenkingen. Volgens haar mogen Joodse Amsterdammers nooit verantwoordelijk worden gehouden voor een oorlog in het buitenland.
Ünver noemde de Transvaalbuurt en het Muiderpoortstation als plekken in Oost met een beladen Joodse geschiedenis. Ook verwees hij naar zijn eerdere betrokkenheid bij de maatschappelijke klankbordgroep rond de terugvordering van Joodse erfpachtgelden. De inzet van de stad voor Joods leven en tegen antisemitisme noemde hij een goede zaak. Hij wil bekijken wat er ligt en wat in Oost verder opgepakt kan worden.
Kenneth Donau van BIJ1 stelde het onderwerp vanuit een andere invalshoek aan de orde. Hij vroeg hoe activisten, onder wie jongeren die vreedzaam deelnemen aan Palestinaprotesten, beschermd kunnen worden tegen demonisering. Ook vroeg hij naar dekolonisatie van de openbare ruimte en naar Keti Koti.
Ünver zei dat hij geen hiërarchie ziet in vormen van uitsluiting. Moslimhaat, jodenhaat, vrouwenhaat en transhaat plaatste hij in één bredere strijd tegen discriminatie en uitsluiting. Hij wees op zijn ervaring met gesprekken tussen moslimjongeren en Joodse jongeren. Zulke ontmoetingen moeten volgens hem niet alleen voor de krant plaatsvinden, maar omdat ze intrinsiek nodig zijn. Over straatnamen en dekolonisatie was hij voorzichtiger. Privé zou zijn opvatting dicht bij die van BIJ1 liggen, zei hij, maar als bestuurder moet hij zich houden aan de kaders van de gemeenteraad. Wel ziet hij ruimte om context toe te voegen bij straatnamen als namen niet worden gewijzigd.
Volt vraagt naar de gebruikersbus
Mark Croes van Volt bracht de gebruikersbus bij het Oosterpark ter sprake. Hij vroeg hoe Ünver zich als stadsdeelbestuurder gaat verhouden tot het stadsbestuur, zeker nu het nieuwe college dagelijks bestuurders meer als uitvoerders ziet. Croes wees erop dat de gebruikersbus in Oost veel aandacht vraagt en dat bewoners behoefte hebben aan duidelijkheid.
Ünver gaf hier een van zijn meest concrete antwoorden. Hoewel hij nog niet benoemd is en de overdrachtsdossiers nog niet heeft ontvangen, zei hij al contact te hebben gehad met wethouder Pels. Volgens hem wordt de urgentie gevoeld. De eerste afspraken worden gemaakt en het doel is om redelijk snel tot een fysieke locatie te komen.
De bus zelf noemde hij niet de meest optimale voorziening. Tegelijk waarschuwde hij dat het wegvallen van de bus de overlast waarschijnlijk niet oplost, omdat de zorg voor een zeer kwetsbare groep dan onder druk komt te staan. Volgens Ünver moet daarom snel worden gezocht naar een fysieke plek, met het Oosterpark als eerste focus.
Betaalbare voorzieningen
Aan het einde van de hoorzitting kwam ook de vraag op hoe nieuwe voorzieningen kunnen worden toegevoegd zonder bestaande gemeenschappen uit het oog te verliezen. Ünver greep opnieuw terug op zijn herinnering aan de Javastraat. Voor hem gaat het erom dat een stad ruimte houdt voor verschillende groepen en inkomens.
‘Dure drankjes in de Javastraat moet kunnen, maar de goedkope koffie ook’, zei hij in andere woorden. Niet iedereen kan zes euro voor koffie of vijf euro voor patat betalen. Daarom moet de overheid volgens hem nadenken over de voorzieningen die zij mogelijk maakt, zeker in buurten waar marktwerking sterk doorwerkt.
Marten van Maastrigt vroeg aandacht voor repair-, recycle- en tweedehandsvoorzienngen in Oost. In korte tijd verdwenen twee belangrijke plekken. Ünver zei de opgave te herkennen uit Nieuw-West, maar hield een slag om de arm omdat dit mogelijk bij een collega-portefeuille komt te liggen. Wel erkende hij dat maatschappelijk vastgoed en betaalbare ruimte in de hele stad onder druk staan.
Geen grote beloftes
Ünver probeerde tijdens de hoorzitting vooral het beeld neer te zetten van een bestuurder die ervaring meebrengt, maar in Oost eerst wil luisteren. Hij sprak over sport, zwemvoorzieningen, het Nationaal Slavernijmuseum, de route naar herstel, druk op de openbare ruimte, jongerenoverlast, vrouwenveiligheid en lokale democratie. Maar steeds met de kanttekening dat hij de dossiers nog niet volledig kent.
‘Ik teken liever voor kleine concrete resultaten dan voor grote vergezichten waarvan we niet zeker weten of we die kunnen leveren’, zei hij.
Daarmee koos hij voor een voorzichtige lijn. Geen grote beloftes, geen blauwdruk, wel ervaring en bestuurlijke routine. De vragen uit de commissie maakten tegelijk duidelijk waar de spanning zit. Oost krijgt mogelijk een ervaren stadsdeelvoorzitter uit Nieuw-West, maar die zal zich snel moeten bewijzen in een stadsdeel met eigen kwesties, eigen gevoeligheden en een stadsdeelcommissie die nadrukkelijk gehoord wil worden.





