Begin mei was de eerste rondleiding van het seizoen op de Joodse Begraafplaats Zeeburg. Voor nieuwe vrijwilligers was dit ook een mooie gelegenheid om aan te sluiten.
Lynne Dunstan
Als het weer het toelaat staat Marie-José (70) tot en met oktober elke eerste zondag van de maand klaar om bezoekers rond te leiden over deze eeuwenoude begraafplaats bij het Flevopark. Sinds 2013 is zij vrijwilliger bij de stichting. Eerst werkte mee in het onderhoud, nu treedt ze op als gids. ‘Historisch, Joods, Amsterdam: daar ligt mijn interesse al sinds mijn tiende.’
Vanaf de Valentijnkade druppelen de deelnemers binnen, bij de grootste Joodse begraafplaats van Nederland. Voor Stijn is het zijn tweede dag als vrijwilliger. ‘Ik loop mee om beter te begrijpen wat voor plek dit is.’

Vooral kindergraven
In de 18e eeuw migreerden veel Asjkenazische Joden uit Centraal- en Oost-Europa naar Amsterdam. De stad kampte met armoede, overbevolking en ziektes als cholera en tyfus. In de 19e eeuw was de kindersterfte hoog.
De Joodse begraafplaats in Muiderberg werd te duur. Daar begraven worden vereiste volledig lidmaatschap van de Joodse gemeente en de transportkosten waren hoog. Alleen welgestelde Joden konden zich dat veroorloven.

Om Muiderberg te ontlasten werd in 1714 de begraafplaats Zeeburg opgericht voor kinderen en armen, om ze een waardige begraafplek te bieden. Toch staan er ook enkele dure, marmeren grafstenen, zoals die van twee zussen die die naast elkaar liggen. Overledenen moesten binnen 24 uur worden begraven. Als dat door de sabbat of een feestdag niet in Muiderberg kon, gebeurde dat hier.
Marie-José leidt de groep naar een van de kindergrafvelden waar meer dan 1600 kinderen begraven liggen. Slechts enkele grafstenen zijn hier nog aanwezig. ‘In 2012 en 2015 zijn hier twee graven bijgezet, op wat men toen als vrije grond beschouwde.’ Later bleek uit archiefonderzoek dat het om een kindergrafveld uit de late 19e eeuw ging.
Vol, verlaten en deels verplaatst
Twee eeuwen later, in 1914, raakte het ‘Jodenmanussie’ vol en werd de Nederlands-Israëlitische Begraafplaats in Diemen geopend. Na de Tweede Wereldoorlog keerden nauwelijks nabestaanden terug, waardoor onderhoud uitbleef en de natuur vrij spel kreeg.
Tot 1956 liep de begraafplaats door tot aan de Zeeburgerdijk. Van de oorspronkelijke 13 hectare werd 5 hectare verkocht aan de gemeente voor de aanleg van de Flevoweg, die dwars door het terrein kwam te lopen. Het oudste deel werd geruimd: onder rabbinaal toezicht zijn de stoffelijke resten van circa 28.000 graven overgebracht naar Diemen.

Onderhoud en onderzoek
Overal liggen graven. ‘De meeste zerken zijn niet verdwenen, maar overwoekerd en aangetast door de natuur. Alleen het hoofdpad is onderzocht. Daar liggen geen graven. Elders is het onvermijdelijk om eroverheen te lopen. De paden veranderen steeds. Ze worden bepaald door wat de vrijwilligers tegenkomen.’
‘Van graven van vóór 1850 is weinig bekend. Tot circa 1870 waren zerken meestal van hout, die zijn vergaan. Graven lagen dicht op elkaar. Na 1900 kwamen stenen zerken en standaardmaten, met smalle paden ertussen. Voor 1900 stonden zerken aan het voeteneinde, wat aanvankelijk verwarring gaf bij onderzoek.’
Slechts een deel van de begraafplaats wordt onderhouden. ‘Het is veel werk om alles bij te houden. We zijn blij dat de gemeente twee keer per jaar maait. Anders zijn de stenen in juli alweer overwoekerd.’
Stijn deed vorige week voor het eerst mee. ‘Ik heb een paar zerken vrijgelegd. Met een prikstok voelde ik me bijna een archeoloog. Ik vond het heel eerbiedig te mogen doen, voorzichtig de aarde te verwijderen. Daarna werden foto’s gemaakt voor vergelijking met het archief.’ Stijn is muzikant en rondleider bij Onze Lieve Heer op Zolder en de Portugese synagoge. ‘Hier wordt geschiedenis tastbaarder dan in boeken.’
Bufferzone
Omringd door sloten en een grote muur is het ‘Jodenmanussie’ een afgesloten, grotendeels overwoekerd natuurgebied en een belangrijke buffer tussen stad en Flevopark. Veel dieren vinden hier een toevluchtsoord. Marie-José: ‘Ik heb hier eens een klein vosje gezien.’ Ook natuurorganisaties doen hier regelmatig inventarisaties.
Stijn is onder de indruk van zowel de natuur als de vrijwilligers. ‘Toen een nachtegaal begon te zingen, herkende iedereen het geluid meteen. Ze konden het geluid nadoen.’ Hij waardeert de combinatie van erfgoedzorg en liefde voor natuur.
Beroepen
Bij een herstelde grafsteen leest Marie-José oude Joodse beroepen voor: snijder, pakkendrager, rokkenstikker, turfdrager, bankier, straatventer, voddenhandelaar, diamantslijper. Deze grafsteen is van Hartog Asscher, het dertiende kind van een diamantbewerker. Verderop ligt het graf van Isaak Gerrit Betel (overleden in 1886), beter bekend als ‘Izaak van de Dam’, een bekende schoenpoetser die werd vereeuwigd in beeld en tekst. Wie zijn grafsteen betaalde, is onbekend.
De rondleiding loopt uit door de vele vragen. Na afloop is Marie-José tevreden. ‘Door zulke vragen kom ik er weer helemaal in.’ Ze blijft haar rondleidingen aanpassen: ‘Er worden steeds meer zerken gedocumenteerd, waardoor nieuwe verhalen opduiken.’
Struikelstenen poetsen
Marie-José geeft niet alleen rondleidingen. ‘Vanmorgen heb ik nog struikelstenen gepoetst. Voor 4 mei moeten ze er mooi bij liggen. In de Indische Buurt liggen er 42. Tijdens de oorlog zijn daar zo’n 600 mensen weggevoerd.’
Als de laatste bezoekers vertrekken, wordt het grote zwarte hek gesloten. Woensdag gaan de vrijwilligers weer verder.
De Joodse Begraafplaats Zeeburg is van maart tot oktober op zondag geopend van 10.00 tot 16.00 uur (tenzij het slecht weer is).
Rondleidingen starten om 11.00 en 13.00 uur op 7 juni, 5 juli, 2 augustus, 6 september en 4 oktober.
Aanmelden via [email protected]
Vrijwilliger worden? Meer info via [email protected]







