Na vier jaar stilstand opende Clubhuis Kindervreugd zaterdag opnieuw de deuren. Met een volle dag en avond liet het clubhuis aan de Indische Buurt zien wat er mogelijk is: activiteiten, ontmoeting, cultuur, bewonersinitiatieven en ruimte om samen een community rond het pand op te bouwen.

Arie Martijn Schenk

Volgens René Janssen wil de stichting laten zien wat Kindervreugd de buurt kan bieden. Bewoners kunnen er terecht met ideeën, initiatieven en bijeenkomsten. In de open ruimte en barruimte ontstaat een plek voor ontmoeting en samenwerking, bedoeld voor de lange termijn.

Clubhuis met geschiedenis
Kindervreugd kent een lange geschiedenis in de buurt. De vereniging ontstond vlak na de oorlog en bouwde in 1960 met eigen middelen een clubgebouw. Generaties buurtbewoners kwamen er over de vloer.

‘Toen corona kwam, hield een kleine groep vrijwilligers de vereniging draaiende’, vertelt Janssen. ‘De verhuur van het gebouw, de wandelclub, de judoclub, het klaverjassen, koersballen en dansavonden gingen gewoon door.’ Zelf groeide initiatiefnemer Astrid Klijn op met Kindervreugd. Haar grootouders en later ook haar ouders zetten zich in als vrijwilliger voor de vereniging.

Feestdag voor de hele buurt
De openingsdag bood een gevarieerd programma voor jong en oud. Overdag stonden koffie, taart, kinderactiviteiten, een rommelmarkt, de Kindervreugd Voetbalcup en eten uit alle windstreken op het programma. Zeeburg Zingt trad op op het buitenpodium en ereleden verrichtten de officiële opening.

In de avond volgde een feestprogramma met onder meer Human Jukebox, coverband Mixed Flavours en Jampot’s Sterren Jamsessie. ‘Het was een geslaagde dag en avond’, zegt Janssen. ‘Alle doelgroepen kwamen ook, dat was mooi om te zien.’

Oude bekenden en nieuwe bewoners
Veel Amsterdammers dragen al jarenlang warme herinneringen aan Kindervreugd met zich mee. Tegelijk wil de stichting nieuwe bewoners aan zich verbinden. ‘Veel Amsterdammers hebben al jaren een band met Kindervreugd’, zegt Janssen. ‘Daarnaast willen we ook veel nieuwe bewoners trekken.’

Oud-bestuursleden en ereleden bezochten de opening en zagen hoe het vertrouwde clubhuis een nieuwe invulling kreeg. Ook actieve bewoners en buurtinitiatieven kregen een podium.

Geen subsidie tot 2030
De heropening was tegelijk een benefiet. Clubhuis Kindervreugd krijgt voorlopig geen structurele buurthuissubsidie. In 2024 besloot de gemeente Amsterdam de subsidies voor buurthuizen voor zes jaar vast te zetten. Omdat dit initiatief toen nog niet bestond, komt Kindervreugd pas vanaf 2030 in aanmerking voor structurele ondersteuning.

‘Daarom hebben we onder andere de buurt nodig om ons te steunen’, aldus Janssen. ‘Zo kunnen we allerlei activiteiten blijven aanbieden voor iedereen, arm of rijk.’

Steun uit de wijk
Tot die tijd zoekt de stichting steun via fondsen, sponsors, de regeling Maatschappelijk Initiatief en beperkte zaalverhuur tegen maatschappelijk tarief.

Lokale partners als Karrewiel, Pleingames en WestCoast Geluid hielpen mee aan de openingsdag. Ook veel vrijwilligers uit de wijk zetten zich in. Daarnaast steunde Mensen Maken Amsterdam en stadsdeel Oost de opening financieel met een donatie.

Karrewiel ondersteunt het initiatief kosteloos en kan in ruil daarvoor vier keer per maand de zaal gebruiken voor eigen activiteiten. ‘Medewerkers van Civic, actief in het welzijnswerk in de buurt, waren aanwezig en zagen een mooi resultaat van de dag, hoe verschillende groepen met elkaar praatten, dansten en samen genoten van het programma.’

Voor elkaar, met elkaar
Stichting Kindervreugd wil een plek zijn waar jong en oud, oude bekenden en nieuwe bewoners, en mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten. Het motto luidt: Voor elkaar, met elkaar. Inmiddels zijn de eerste activiteiten gestart zoals de bingo en rond het WK voetbal staat er meer op het programma. Vanaf september start een uitgebreid programma met open inloop, concerten, voorstellingen, bingo’s en bewonersbijeenkomsten. ‘De wijk omarmt deze plek’, zegt Janssen. ‘Oost krijgt er een laagdrempelige community bij voor de lange termijn.’