Vijfentwintig jaar geleden startte de oplevering van woonwijk Park de Meer op het voormalige Ajax-terrein. Hoe bevalt het de bewoners van het eerste uur en de ‘nakomers’? We gaan langs bij Agnes van Genderen en Peter Hoekstra. Zij wonen vanaf de oplevering in hun karakteristieke eengezinswoning met een ruim atelier op de Bernabeuhof.
Ties van Dijk | Foto’s Ron Tolman
Agnes is beeldend kunstenaar en Peter is socioloog en was als beleidsmedewerker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De twee dochters wonen met hun gezinnen in de buurt. Agnes: ‘Wij woonden heel fijn aan de Hogeweg en hadden helemaal geen plannen om te verhuizen. Toen we hoorden dat op het Ajax-terrein een milieuvriendelijke wijk zou komen, werden wij meteen enthousiast.’
‘Tijdens de presentatie van de plannen voor de wijk en de ontwerpen van de huizen, waren wij onder de indruk van de presentatie van het architectenbureau Lafour en Wijk’, vertelt Peter. ‘Lucien Lafour hield een mooie voordracht zonder glossy artist impressies. Zijn opvatting was dat je ruimte niet kan verbeelden, maar we konden wel projecten van hen bekijken.’ ‘Van hun bureau zouden we ook ongezien dit huis hebben gekocht’, vult Agnes aan.
Peter: ‘Door regelgeving duurde het wel veel langer voordat wij hier met ons gezin konden gaan wonen. In 1995 vertrok Ajax al naar de Arena. Pas zo’n 7 jaar later kwamen wij hier en was onze oudste dochter het huis al uit. Maar nu zijn we grootouders en genieten we met onze kleinkinderen juist enorm van de ruimte en het groen.’
We drinken thee in de weelderige achtertuin met een bloeiende tulpenboom, seringen en stinzenplanten grenzend aan open water.
Wat vinden jullie van de opzet van de wijk?
‘Zoals je ziet, is het ruim opgezet met een sloot grenzend aan de achtertuin en aan de overkant de gezamenlijke tuin van de appartementen hiertegenover’, legt Agnes uit. ‘Aan de voorkant loopt het voet- en fietspad en is er bewust geen ruimte voor autoverkeer. Het vele groen en het water zie je door de hele wijk. Er zijn eikenbomen herplant die nog op het Ajax-terrein hebben gestaan.’
Peter: ‘De gemeente had zich met het vertrek van Ajax ten doel gesteld dat er een mooie, groene wijk moest komen en dat is gelukt. Het was tenslotte heilige grond.’
En de architectuur en vormgeving?
Agnes ‘Doordat er meerder architecten ontwerpen hebben gemaakt, is het gevarieerd, zowel in architectuur als in het materiaalgebruik en kleurstellingen. Dat laatste heeft mijn speciale interesse. De kleuren van onze huizen matchen met die van de appartementen aan de overkant. Er zit een kleurverloop in waaraan je kan zien dat daar goed over is nagedacht. Bij de verkoop van onze huizen is indertijd vastgelegd dat we ons aan de oorspronkelijke kleurstelling zouden houden, en dat was een goed idee.’
Hoe is het om in de wijk te wonen qua buurtbewoners?
‘De eerste buurtbewoners hebben zich in een compleet nieuwe wijk moeten settelen’, weet Peter. ‘In de beginperiode zijn er wel wat spanningen geweest, maar het gaat nu al jaren goed. Men let op elkaar zonder dat het opdringerig is.’
Agnes: ‘Toen Peter een paar jaar geleden ernstig ziek was, toonden buren, ook degenen die wij niet kenden, belangstelling. Ze stonden voor ons klaar en dat medeleven heb ik enorm gewaardeerd. Peter vult haar aan ‘Je wordt gezien en dat is belangrijk, niet alleen voor alleenstaanden. Dat maakt een buurt.’
Zij vinden het voorzieningenniveau goed met speeltuintjes, een buurthuis en natuurlijk de sportvelden die tegenwoordig algemeen toegankelijk zijn net als de volkstuintjes. En verder zijn de tennisbaan en de Jaap Edenbaan om de hoek.
Jaarlijks worden buurtborrels georganiseerd en zijn er de oud en nieuw ontmoetingen. Er vinden schoonmaakacties plaats en de biobakken die vorig jaar zijn ingevoerd worden door de meeste bewoners ook goed gebruikt. Voor jongeren is er in de buurt misschien te weinig te doen, daar is niet goed in voorzien.
Is het huis geworden zoals het op tekening was gepresenteerd?
Peter: ‘Aannemers dingen vaak af op een oorspronkelijk ontwerp en dat is ook hier gebeurd. Architect Lucien Lafour zei na de oplevering dat hij aan die bezuinigingsonderhandelingen een hernia heeft overgehouden. In plaats van houten schuifpuien zijn er bijvoorbeeld aluminium schuifpuien geplaatst en de houten gevelplaten zijn vervallen en vervangen door cementgebonden platen. Maar het zijn hoe dan ook mooie huizen geworden, in een groene wijk.’
Hoe is het om in Oost te wonen?
Agnes komt oorspronkelijk uit Jakarta en Peter uit Apeldoorn. Ze hebben in de Jordaan en in de Indische buurt gewoond voordat ze naar de Watergraafsmeer kwamen. Agnes: ‘Of je nou in Noord, Oost, Zuid of West woont, het zijn allemaal op zichzelf staande buurten. Het fijne is dat ik ook soms hier in mijn buurt mijn werk kan exposeren. Voor de vitrines aan het Oosterpark heb ik bijvoorbeeld destijds een serie posters ontworpen rond het thema Indische uitdrukkingen in de Nederlandse taal zoals pisang en senang. Momenteel exposeer ik in het Tekenkabinet Pop Up in de Dapperstraat. Ik sport hier in het sportpark en wij hebben wekelijks de kleinkinderen over de vloer die zich hier ook enorm goed weten te vermaken.’

‘Ook ik heb hier mijn bezigheden’, zegt Peter onder andere met het project RubensRaam, regelmatig wisselende tentoonstellingen in een etalage, ook in de Indische Buurt, ‘beelden en verhalen voor voorbijgangers.’
Wat valt er in Park de Meer te verbeteren?
Peter zegt dat aanvankelijk het hemelwater worden gebruikt voor wc-spoeling en het gebruik in de tuin. ‘Dat is destijds helaas geschrapt. En het zou mooier zijn geweest als de Esplanade de Meer minder stenig zou zijn zoals in het oorspronkelijke ontwerp was voorzien. Regentonnen plaatsen zou een goede oplossing zijn voor het gebruik in de tuin en de opslag van opgewekte zonne-energie is iets wat we collectief moeten gaan oppakken.’
Het is belangrijk dat het een autoluwe wijk blijft. Zeker sinds corona rijden er te vaak bestelbusjes over de fiets- en wandelpaden. Vroeger stonden er paaltjes, maar die zijn helaas weggehaald. En zoals gezegd, voor jongeren moeten er passende voorzieningen komen.’
Blijven jullie hier altijd wonen?
‘Je ziet dat het verloop, zeker in de eengezinswoningen, heel laag is’, legt Agnes uit. ‘Dat zegt alles over het woonplezier. Vandaar ook dat mensen, als het moet, bij voorkeur binnen de wijk verhuizen, meestal naar een appartement. Wij hopen het hier zo lang mogelijk vol te houden, zo nodig met behulp van een traplift.’ Daar is Peter het helemaal mee eens. ‘En als het dan eenmaal zo ver is, gaan we tussen zes plankjes weg.’







