In de Oba Linnaeus is sinds begin juli een bijzondere tentoonstelling te zien: Vrouwen van de Stille Generatie – Amsterdam-Oost. Vier oudere vrouwen uit de buurt – Greet, Trudy, Yvonne en Jopie – vertellen hierin hun levensverhaal. Ze groeiden op tijdens de Tweede Wereldoorlog en de jaren van wederopbouw. Nu, op hoge leeftijd, delen ze hun herinneringen voor het eerst met een breder publiek.
Joost Verra
De tentoonstelling is onderdeel van een groter project van makers Dominique Panhuysen en Danielle van Vree. Kort nadat onze vaders waren overleden hebben we de film De lijnen waarlangs wij lopen gemaakt over onze moeders, allebei vrouwen uit de Stille Generatie. Daarna besloten wij om vrouwen van dezelfde generatie op te zoeken en te portretteren. ‘We realiseerden ons hoeveel we eigenlijk niet weten over hun levens. Hun verhalen verdwijnen als we ze niet nu vastleggen.’
Leven in stilte
De zogenoemde Stille Generatie – geboren tussen 1928 en 1945 – staat bekend om haar zwijgzaamheid. Het was een generatie die weinig sprak over gevoelens, trauma’s of maatschappelijke rol. Ze werkten hard, zorgden voor het gezin en hielden hun ervaringen vaak voor zichzelf.
Toch blijkt dat er achter die stilte een rijkdom aan verhalen schuilgaat. Tijdens de feestelijke opening op zaterdag 5 juli deelden de geportretteerde vrouwen openhartig hun herinneringen. Van opgroeien in de oorlog tot de strenge nonnen op school, van moederschap tot het missen van kansen op werk of opleiding.
Yvonne, geboren op Curaçao, vertelde hoe ze werd gestraft als ze haar moedertaal Papiaments sprak. Als ze werd gesnapt door de nonnen op haar school moest ze honderd keer schrijven: ik moet Nederlands praten. Vervolgens moest haar vader daar een handtekening onder zetten.
Jopie, de oudste van het viertal, kijkt juist met mildheid terug. ‘Ik heb het eigenlijk nooit zo moeilijk gevonden. Je deed gewoon wat moest. Zo ging dat.’
Leren kennen
De tentoonstelling combineert foto’s van nu met illustraties, oude familiefoto’s en citaten uit de gesprekken. Elk portret is vormgegeven als een mini-verhaal: persoonlijk en herkenbaar. De presentatie is verzorgd door grafisch ontwerper Jacqueline Elich. De tentoonstelling in Oba Linnaeus vormt het derde deel van een reeks; in totaal zullen 25 vrouwen uit vijf Amsterdamse stadsdelen worden geportretteerd.
Volgens co-maker Van Vree is de tentoonstelling ook een uitnodiging aan volgende generaties. ‘We hopen dat mensen de verhalen van hun (groot)ouders gaan optekenen. Je denkt vaak: ‘Dat komt nog wel’. Maar ineens is het te laat.’
De tentoonstelling is nog tot en met 30 augustus te zien in de Oba Linnaeus. De toegang is gratis. Later dit jaar verschijnt er een boek waarin alle 25 vrouwen een plek krijgen, samen met hun portret en verhaal.







