De bewolkte zondagmiddag leek gemaakt voor ballet. In Nationale Opera & Ballet liep de zaal bij de matinee van Masters of Movement langzaam vol. ‘Een perfecte middag om naar ballet te gaan kijken’, zei bezoeker Christa vooraf. Het programma, nog te zien tot en met vrijdag 19 juni, brengt drie grote namen uit het hedendaagse ballet samen: David Dawson, Alexei Ratmansky en Krzysztof Pastor.
Arie Martijn Schenk
Laatste programma onder Ted Brandsen
Masters of Movement is speciaal samengesteld door Ted Brandsen, directeur van Het Nationale Ballet. Het programma draait rond de twee Associate Artists van het gezelschap, Alexei Ratmansky en David Dawson, en voormalig huischoreograaf Krzysztof Pastor. Daarmee krijgt de voorstelling extra lading: het is het laatste balletprogramma onder leiding van Brandsen, die op donderdag 2 juli tijdens het balletgala publiekelijk afscheid neemt.
In drie delen ontstaat een afwisselende middag. Donker, virtuoos en overrompelend begint het programma met Empire Noir van Dawson. Daarna volgt de Europese première van Solitude van Ratmansky, het meest aangrijpende deel van de middag. Pastor sluit af met de wereldpremière van Refraction, een werk waarin beweging, energie en vorm voortdurend lijken te buigen en te weerkaatsen.
Donkere openingsdans
De middag opent met Empire Noir, een reprise van het werk dat David Dawson in 2015 maakte als eerste choreografie na zijn benoeming tot Associate Artist van Het Nationale Ballet. Het stuk draait om dansers, choreografie en de manier waarop lichamen zich tot elkaar verhouden. Vanaf het begin overheerst een donkere, bijna koortsachtige sfeer.
De dansers bewegen met grote snelheid en technische precisie over het toneel. Dawson toont een wereld waarin virtuositeit en onrust dicht bij elkaar liggen. De bewegingen stapelen zich op, als een droom die steeds intenser en ongrijpbaarder wordt. Niet voor niets prees The New York Times eerder de inventieve lifts en draaiingen, terwijl de Volkskrant sprak van een overrompelende openingschoreografie en een stortvloed aan ballettechniek.
Rouw in stilte
Het middenstuk, Solitude van Alexei Ratmansky, maakt de meeste indruk. Het ballet was nog niet eerder in Europa te zien en verbeeldt de eenzaamheid van een vader na het verlies van zijn kind, tegen de achtergrond van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
De setting is sober en donker. De dansers lijken voortdurend uit balans, alsof ieder lichaam zoekt naar houvast op een plek waar de grond elk moment kan verdwijnen. Op muziek van Gustav Mahler krijgt de rouw een fysieke vorm. Er klinkt geen grote dramatiek, maar juist in de ingehouden bewegingen schuilt de kracht van het werk.
‘Aan het eind was het hartverscheurend’, zei Christina na afloop. ‘Zo mooi en integer gemaakt.’
Beweging die blijft terugkaatsen
Na de stilte en rouw van Solitude eindigt de middag met Refraction, een nieuwe creatie van Krzysztof Pastor voor Het Nationale Ballet. Pastor danste, net als Dawson, jarenlang bij het gezelschap en maakte er ook zijn eerste choreografieën. Later groeide hij uit tot een internationaal werkende choreograaf en artistiek directeur van het Nationale Ballet van Polen.
In Refraction draait alles om buiging, verandering en energie. Zestien dansers bewegen samen en weer uit elkaar. Groepen vormen golven, lijnen breken open, bewegingen weerkaatsen en vermenigvuldigen zich. In het tweede deel krijgt een duet een bijna hypnotiserend karakter op het ritme van Philip Glass’ Eerste Vioolconcert.
Opvallend zijn ook de kostuums van Tatyana van Walsum, gemaakt van gerecyclede PET-flessen. Ze geven het werk een bijzondere glans en versterken het spel met licht, beweging en reflectie.
Drie gezichten van hedendaags ballet
Met Masters of Movement laat Het Nationale Ballet drie verschillende gezichten van hedendaags ballet zien. Dawson zoekt de grens van snelheid en techniek, Ratmansky raakt met ingetogen rouw, Pastor kiest voor stromende patronen en veranderende energie.
Voor het publiek in de volle zaal leverde dat een middag op die steeds van toon veranderde, maar nergens zijn concentratie verloor. Een bewolkte zondag buiten, een volle zaal binnen, en drie choreografen
die ieder op hun eigen manier lieten zien hoeveel zeggingskracht beweging kan krijgen.















