Je hebt de uitspraak vast wel eens gehoord of gelezen ‘Amsterdam, die groote stad, die staat op honderd palen. En als die stad eens ommevalt, wie zal dat betalen?’ Het zijn de woorden van Johannes van Vloten uit 1894. Dat die ‘groote stad’ sinds de annexatie van 1921 ook dorpjes omvat weet niet iedereen. Sommige dijkdorpjes, zoals Schellingwoude, Nieuwendam en Buiksloot, zijn volledig opgegaan in Amsterdam-Noord. De andere liggen nog in het open weidegebied Waterland.
Fokko Kuik ging dit jaar vroeg op vakantie en was net voor de zomer weer terug in de stad. Hoe bevalt hem de zomer in Oost?
Als gelukkige eigenaren van een volkstuinhuisje net buiten de ring in Noord krijgen we wel eens bezoekers van buiten Amsterdam die het leuk vinden op een stukje te fietsen in het Waterland. Vaak zijn ze dan verbaasd dat een lieflijk dorpje als Ransdorp ook gewoon onderdeel is van de gemeente Amsterdam. En daar blijft het niet bij, want ook Durgerdam, Holysloot en Zunderdorp vormen een stukje Amsterdam.

In dit gebied, dat in mijn ogen nog het meest op Friesland lijkt, is het leuk om eens een fietstochtje te houden langs een paar van deze dorpen. Schellingwoude heeft een snel veranderend uitzicht op de hoogbouw van het Zeeburgereiland. In Durgerdam dringt de nog steeds groeiende skyline van IJburg zich al ruim twintig jaar op aan de bewoners van veelal houten dijkhuisjes. Toch blijft het leuk om over die gezellige en levendige dijk te fietsen.
Verderop wordt de IJmeerdijk momenteel opgehoogd vanwege de zeespiegelstijging, maar laatst zag ik dat het fietspad op de dijk alweer deels terug is, wat het fietsen daar weer een stuk leuker maakt.
Holysloot, liggend aan een doodlopende weg, blijft leuk vanwege het witte kerkje waar regelmatig concerten worden gegeven. En het tot café-restaurant omgebouwde schooltje. In de zomer vaart er een fietspontje met aan de overkant een avontuurlijk stukje weiland waar je doorheen mag fietsen!. Met Zunderdorp heb ik persoonlijk niet zoveel, maar ook daar staat een oude kerk.

Ransdorp is mijn favoriete Amsterdamse dorp. Met zijn kenmerkende stompe toren zie je dit dorp al van verre vanuit alle windstreken liggen. De nooit afgebouwde toren uit 1525 is ‘slechts’ 32 meter hoog maar was nog veel hoger worden als het geld om er een torenspits op te bouwen niet op was geraakt. Ook de slappe bodem was blijkbaar een probleem. Als je eens de kans krijgt om de toren te beklimmen moet je dat zeker eens doen. Verder is er in Ransdorp nog het Hotel de Zwaan, een gezellig ouderwets dorpscafé met maar liefst acht hotelkamers.
Iets noordelijker vind je ook nog de dorpjes Uitdam en Zuiderwoude. Die horen bij de gemeente Waterland, maar als je toch iets verder wil fietsen zijn die zeker ook de moeite waard om eens te bezoeken.
Op de soms toch wel wat winderige wegen en fietspaden kom je regelmatig groepen buitenlandse toeristen tegen op hun huurfietsen. Op de lange terugweg met wind tegen vanuit Marken zien die er niet altijd even gelukkig uit moet ik zeggen. Maar ik prijs me gelukkig dat we zo’n mooie groene achtertuin op tien minuten fietsen van Oost hebben.














