Home Overzicht Flevo-vlinders en de kluizenaar

Flevo-vlinders en de kluizenaar

0

In opdracht van de ‘korte verhalen schrijverscursus’ van Aafke Jochems schreef Daan van Pagée het verhaal ‘Flevo-vlinders en de kluizenaar’. Regelmatig organiseert Aafke Jochems meerdaagse schrijfcursussen.

‘Pleased to meet you, Hope you guess my name.’ Enthousiast zingt Eric, een man met een geamputeerd been, vanuit zijn rolstoel een liedje van The Rolling Stones. ‘Stuck around St. Petersburg, When I saw it was a time for a change,’ galmt het tussen de twee flatgebouwen.

Bram, een gepensioneerde protestant schrikt van de tekst die hij hoort in het liedje ‘Sympathy For The Devil’. Hij woont in de Flevoflat, recht tegenover het revalidatiecentrum waar Eric zijn zangkunsten vertoont. Snel sluit hij de opengeslagen deuren van zijn Frans balkonnetje. Eenmaal binnen zet hij de tv aan en neemt zijn toevlucht tot de dagtekst van de Evangelische Omroep. ‘Beproef vrij, van omhoog, Mijn hart, dat voor Uw oog, Alwetende, steeds open lag. Doorzoek mij; toets mijn gangen; Doorgrond al mijn verlangen; En stel mijn oogmerk in den dag.’ Psalm 26, vers 2.

Met dit zonnige zomerweer is het bijna een zonde binnen te blijven en gesterkt door de EO opent Bram even later opnieuw zijn vensterraam naar de overburen. Op een balkon rechts staat al jarenlang een rode herenfiets – ondersteboven, hoe kon het toch zover komen? – en recht tegenover hem woont een gepensioneerd echtpaar. Ze drinken op gezette tijden koffie en roken een sigaretje. Op zo’n zelfde balkonnetje, maar dan wel met drie vogelverschrikkers in de vorm van zwarte plastic kraaien.
Links woont een kluizenaar, gelouterd door eenzaamheid. In de zwoele zomerwind wapperen zijn witte lakens vredig tussen de gesloten ramen en soms roept hij naar de buitenwereld: ‘Hou van mij!’ Er gaan verlangens in hem schuil en ook deze overbuur laat meer over zijn belevingswereld zien dan je misschien op het eerste gezicht zou verwachten.

Bram wil niet terugdenken aan de tekst, ‘Sympathy For The Devil’, terugdenken, maar blijft als een echo in zijn geest doorklinken. ‘Pleased to meet you, Hope you guess my name.’ Bovendien is hij jaloers op Eric omdat die zo vrijmoedig zijn favoriete band nazingt.
Bram gaat zitten en staart naar de overkant. Wat houdt hem eigenlijk tegen? Waarom na al die jaren vol belijdenissen niet ook zelf uit de kast komen?
Zijn handen trillen van opwinding wanneer hij even later op zijn slaapkamer een T-shirt aantrekt met een afbeelding van zijn grootste wereldster, zijn grote liefde. Een zangeres met rode lippen en ogen die hem meenemen, weg uit de seniorenflat, om samen als paradijsvogels te paraderen over de rode loper van Cannes. Hij en zij, hand in hand, wie doet je wat: ‘Pleased to meet you, Hope you guess my name.’

De volgende ochtend, alsof het afgesproken werk is, staat Bram plots in de lift van de seniorenflat tegenover de man met één been en diens ‘Sympathy For The Devil’. Dat wil zeggen, Eric zit in zijn rolstoel met zijn gitaar en het eerste oogcontact is meteen al goed. Het is voor de protestant de eerste keer in zijn leven dat hij met zijn grote wereldster, zijn grote liefde op zijn T-shirt de buitenwereld binnenstapt. Madonna!

‘Like A Prayer, Life is a mystery’, reageert Eric spontaan. Bram knikt. In gedachten kust Madonna zijn voeten en verlost hem uit de gevangenis van deze eeuwenlange kerkelijke christelijke traditie. Bevrijd door Erics warme stem in zijn rolstoel met gitaar zingen ze samen: ‘I hear you call my name, And it feels like home, When you call my name, it’s like a little prayer’.

Maar de goden houden hun adem in, misschien wel hand in hand met de duivel. Opeens gaat het licht uit en ergens buiten de lift gaat het brandalarm af. Een oorverdovend sirenegeluid maakt een abrupt einde aan de samenzang.

Na een tijdje in het duister en contact met 112 is het duidelijk dat alle bewoners van de Flevoflat in veiligheid zijn gebracht. Behalve Bram en Eric, want die zitten nog vast in de lift. Goddank weet Bram op de bovenste verdieping de deuren van de lift open te breken. En terwijl de bewonersflat in lichtelaaie staan neemt hij, als een echte Jerom uit het populaire stripverhaal Suske en Wiske, Eric op zijn brede schouders, om vervolgens samen het dak van de Flevoflat op te klauteren. Live is a mystery en hier zijn ze voorlopig veilig.

Beneden op het Kramatplantsoen schreeuwen buurtgenoten dat de brandweer onderweg is, maar een lekke band heeft en dat ze dus nog even moeten volhouden. ‘Een brandweerwagen die een lekke band heeft?’
‘Ja, zul je altijd zien.’
Gelukkig heeft kunstenaar Loes van der Horst ooit in 1998 twee gigantische zwevende Flevo-vlinders tussen het revalidatiecentrum en de bewonersflat aangebracht. Aluminiumvormen van zestien vierkante meter elk. Gespannen aan staalkabels vormen ze een stevige verbinding tussen de seniorenflat en het revalidatiecentrum.

Terwijl de rookontwikkeling in de Flevoflat enorm is, verschijnt aan de overkant de kluizenaar op zijn balkonnetje. Als een echte Batman omhuld in witte lakens glijdt hij behendig over de staalkabels naar Flevo-vlinders die als een elegante natuurlijke verbindingslaag tussen de twee gebouwen zweven.
‘Gaat de kluizenaar dan ons leven reden?’ vraag Eric.
‘Ja, hij doet alles wat hij kan,’ zegt Bram.
‘Maar die aluminium vlinders kunnen toch niet echt vliegen?’
‘Live is a mystery,’. ‘Ik ben bijvoorbeeld gedoopt in de Hervormde kerk in Barneveld, Misschien herinneren ze zich daardoor daarboven mijn naam nog.’
‘Lekker belangrijk, ik stik hier bijna van de rookdampen.’
‘Hou goede moed,’. ‘En kijk nog eens goed naar de afbeelding op mijn T-shirt. Madonna’s zijn altijd goed voor hun kinderen.’

Hoog in de lucht heeft onze Batman-kluizenaar inmiddels de Flevo-vlinders aan hun staalkabels bereikt. Met de ijzeren tanden van de schurk Jaws uit de James Bondfilm The Spy Who Loved Me knaagt hij de stalen kabels door. Nu zijn de Flevo-vlinders écht vrij vrolijk en doelgericht om Eric en Bram te redden van de seniorenflat.

Nog diezelfde avond zit de kluizenaar aan tafel bij het actualiteitenprogramma Nieuwsuur van de publieke omroep. Want reddingsacties zijn mooi, maar nieuwsjagers zijn sneller. Hij zegt dat hij gedaan heeft wat hij moest doen en dat die twee lui boven op die flat ‘Sympathy For The Devil’ zongen. Luidkeels samen met Madonna.

 

Vorig artikelGenieten van rust in het Flevopark
Volgend artikelMee met groep 6 naar de Kalffschooltuin: Oogsttijd!