Buurtbewoner Frank Stork spreekt in bij de stadsdeelcommissie Oost over het belang van een nieuwe sociale kaart. Die moet volgens hem veel breder zijn dan een overzicht van formele hulporganisaties. Ook ondernemers, scholen, sportverenigingen, buurtinitiatieven en andere betrokkenen in de wijk horen erop thuis.
Arie Martijn Schenk
Stork sprak op 3 maart al in over armoede, eenzaamheid en het belang van een sociale kaart. Zijn pleidooi leidde toen tot een motie, ingediend door het toenmalige stadsdeelcommissielid Maxime van Boven van de PvdA, die werd aangenomen. Volgens Stork bleef het daarna stil. Met een grotendeels nieuwe stadsdeelcommissie wil hij het onderwerp opnieuw onder de aandacht brengen.
‘We moeten weer een sociale kaart maken waar echt alles op staat’, zegt Stork. ‘Niet alleen de formele organisaties die Dynamo en het stadsdeel hanteren. Nieuwe bewoners en mensen met een hulpvraag moeten kunnen zien waar ze terechtkunnen. Daarnaast is de armoede weer verder gestegen, en de voedselbank krijgt meer aanvragen.’
Oplossing ligt vaak om de hoek
Volgens Stork kijken bewoners nu te vaak automatisch naar formele loketten, terwijl hulp soms dichterbij te vinden is. ‘De oplossing ligt vaak om de hoek, in plaats van bij het buurtteam of Dynamo’, zegt hij. ‘Daar zijn soms lange wachttijden en veel protocollen en regels. Sommige mensen kunnen daardoor niet eens goed geholpen worden.’
Een goede sociale kaart moet bewoners helpen sneller hun weg te vinden. Niet alleen naar zorg, welzijn en hulpverlening, maar ook naar activiteiten in de buurt, verenigingen, scholen, ondernemers en andere plekken waar mensen ondersteuning of contact kunnen vinden. In zijn inspraaktekst benadrukt Stork dat zo’n kaart digitaal toegankelijk moet zijn en waar nodig ook fysiek kan worden uitgedraaid voor bewoners die minder digitaal vaardig zijn.
Meer dan een adressenlijst
Stork ziet de sociale kaart niet als een statisch boekje, maar als een levend overzicht. Vroeger bestonden er volgens hem papieren boekjes met adressen van verenigingen, winkels, opticiens en andere voorzieningen. Het probleem was dat zo’n boekje snel verouderde. ‘Maar in deze digitale tijd is het heel makkelijk om dat aan te passen’, zegt hij.
Voor ondernemers kan een sociale kaart volgens hem ook waardevol zijn. Grote winkels weten mensen vaak wel te vinden, maar kleinere zaken blijven sneller buiten beeld. ‘Als iedereen weet waar je terechtkan, gaat het allemaal veel sneller. En voor ondernemers is het natuurlijk ook fantastisch.’
Armoede in Betondorp
Stork woont in Betondorp en ziet daar van dichtbij hoe kwetsbaar sommige bewoners zijn. Hij spreekt over mensen die in armoede leven of op de rand van de financiële afgrond staan. Soms gaat het om bewoners die net buiten bestaande regelingen vallen. Bijvoorbeeld omdat zij geen jaaropgaven kunnen overleggen, geen identiteitsbewijs hebben of geen officieel woonadres.
‘Er zijn ook nog veel thuisloze mensen’, zegt hij. ‘Ze hebben dan wel een plek waar ze verblijven, maar geen officieel adres. Daardoor hebben ze nergens recht op. Geen zorgtoeslag, geen verlenging van hun paspoort. Ze doen vaak wel werk, maar als er schulden zijn of ze zitten echt op het randje, dan wordt het moeilijk.’
Stork helpt waar hij kan. Soms gaat het om maaltijden of brood, soms om contact leggen, vrijwilligerswerk vinden of iemand weer op weg helpen richting betaald werk. ‘We hebben best veel mensen kunnen helpen aan een baan, aan vrijwilligerswerk of uit de schulden’, zegt hij. ‘Maar het is langdurige hulp die echt nodig is.’
Langdurige steun nodig
Juist daar wringt het volgens Stork. Mensen met ingewikkelde problemen hebben niet genoeg aan korte trajecten. ‘Niet dat je na een half jaar zegt: het zorgmandje is vol. Dan sta je weer buiten en moet je opnieuw beginnen.’
Daarom wil hij dat het stadsdeel en de centrale stad verantwoordelijkheid nemen. Een sociale kaart lost niet alle problemen op, maar kan volgens hem wel een belangrijke stap zijn. Bewoners kunnen sneller zelf zoeken, wijkteams kunnen gerichter doorverwijzen en hulp kan dichter bij de buurt worden georganiseerd. ‘We moeten aan de bak’, zegt Stork. ‘Zet die sociale kaart opnieuw op de agenda.’
Stadsdeelcommissieleden blij
‘Ik ben heel blij dat Frank Stork komt inspreken over de sociale kaart’, zegt Rada Ruijter namens de SP. ‘Het kan niet zo zijn dat er allerlei hulp beschikbaar is, en dat bewoners die hulp niet kunnen vinden. Zo’ n sociale kaart kan voor veel mensen het verschil maken. Daarom gaan wij vragen aan het dagelijks bestuur of en waarom er na de vorige motie geen actie is ondernomen.’
‘Wat Frank Stork hier benoemt is precies waar politiek in de stadsdeelcommissie voor ons omdraait’, zeggen Jesse Beek en Sadaf Hosseni van PRO in Oost. ‘Zien wat er in de wijken gebeurt en dat versterken. Een sociale kaart is niet een lijstje adressen maar een levend netwerk  van actieve mensen uit oost die elkaar verder helpen. De motie om de toegankelijkheid van de sociale kaart te ontwikkelen is niet voor niets unaniem aangenomen. Wij steunen de oproep van Frank en kijken uit naar de verdere ontwikkeling van de sociale kaart.’







