De Canon van Amsterdam maakt de geschiedenis van de stad bespreekbaar aan de hand van vijftig vensters, van middeleeuwse handelspunten tot moderne emancipatiebewegingen. Ter ere van 750 jaar Amsterdam is de Canon vernieuwd. oost-online licht een aantal van de vensters uit, met speciale aandacht voor Oost en de oostelijke binnenstad. Daar hebben veel van deze verhalen tastbare sporen achtergelaten.
Bij Venster 47 – Ajax klinkt de stem van David Endt: schrijver, voormalig persvoorlichter, teammanager, jeugdspeler én levenslange Ajacied.
Arie Martijn Schenk
Ajax vormde 89 jaar lang een anker in Oost. Van een modderig veld aan de Middenweg tot het iconische Stadion De Meer: dit venster laat ook zien hoe diep de club in de wijk wortelde.
‘Mijn leven loopt gelijk op met Ajax’
David Endt vertelt in de podcast hoe Ajax door zijn leven stroomt. ‘Mijn leven is altijd nauw verbonden geweest met Ajax. Als jongetje stond ik op de staantribune van stadion De Meer. Later speelde ik in de jeugd en als betaald voetballer in het tweede elftal. Uiteindelijk werkte ik bij de club,’ zegt hij.
Voor Endt staat één plek centraal: het Olympisch Stadion. ‘Het Olympisch Stadion is voor mij het mooiste gebouw van Amsterdam. Ik was hier vanaf 1965, toen ik mijn eerste wedstrijd zag: Ajax tegen Benfica. Tot en met de allerlaatste wedstrijd die Ajax in dit stadion speelde, in 1996 tegen Panathinaikos. Hier zag ik Ajax uitgroeien van een club uit Oost tot een internationale grootmacht.’
Een sleutelmoment noemt hij de mistwedstrijd van 1966, Ajax – Liverpool: 5–1. ’Dat was een eerste stap richting internationale faam.’
De diversiteit in het team vormt volgens hem tevens de kern van het succes. ‘Surinaamse spelers verrijkten het spel. Ze brachten fantasie, techniek en temperament.’
Endt sluit af met onveranderde overtuiging: ‘Inventiviteit, een sterke jeugdopleiding en een blijvende ambitie trekken Ajax steeds vooruit. Dat succes geeft veel Amsterdammers trots.’
Van polderveld naar grootmacht in De Meer
Ajax kwam in 1907 in Oost terecht, noodgedwongen door woningbouwplannen in Noord. Twee velden langs de Middenweg, op de plek van het huidige Christiaan Huygensplein, vormden de nieuwe thuisbasis. De voorzieningen waren minimaal: geen tribunes, geen waterleiding, en spelers trokken hun tenues aan in café Brokelmann, nu Grand Café Frankendael.

In 1911 verscheen een eerste overdekte tribune. Langs de Middenweg verrees een staantribune. De club groeide snel in populariteit, waardoor in 1916 een uitbreiding volgde. De Watergraafsmeerse polder veranderde langzaam in een volwaardig sportgebied.
Het stadion kreeg de bijnaam het Houten Stadion, een geliefde plek waar supporters optochten hielden op de promenade voor de hoofdtribune. Maar het stadion barstte uit zijn voegen. Bij de laatste wedstrijd in 1934, Ajax – Feyenoord, stond het publiek zo dicht op het veld dat corners nauwelijks lukten.
Stadion De Meer – een huis in een tuin
In 1934 opende Ajax het nieuwe stadion aan de Middenweg, tegenover Betondorp. De club kocht hofstede Voorland – een boerderij met schooltuintjes – en gaf architect én Ajax-bestuurslid Daan Roodenburgh de opdracht voor een modern stadion. Roodenburgh creëerde een ‘huis in een tuin’: bomen bleven staan, de oprijlaan van de boerderij kreeg een nieuwe plek, en de hoofdtribune verrees als een bakstenen baken met kleedkamers, restaurant en woningen voor terreinknechten.

In dit stadion groeide de club uit tot een nationale en internationale grootmacht. Hier zette Johan Cruijff, geboren in Betondorp, zijn eerste stappen als profvoetballer, net als Sjaak Swart en velen andere voetballers uit Oost. In april 1996 speelde Ajax de laatste wedstrijd in De Meer. Een hoofdstuk van 89 jaar sloot af.
De Canon van Amsterdam
Dit venster van Ajax (nummer 47) maakt deel uit van de vernieuwde Canon van Amsterdam. Het Stadsarchief kreeg van het college van B en W de opdracht om de Canon uit 2008 te actualiseren. De Canon vormt geen afgerond verhaal, maar een uitnodiging om te blijven praten over het verleden. Thema’s zoals migratie, diversiteit, water, gelijkwaardigheid en stadscultuur spelen hierbij een rol.
De route van de Canon loopt verder door de stad. Ook in de volgende aflevering belichten we een venster dat een sterke band met Oost of de oostelijke binnenstad toont.
Voor het 50e venster van de Canon zoekt de stad nog een gebeurtenis, plek, ontwikkeling of herinnering die volgens u echt thuishoort. Heeft u een idee voor het laatste venster?
Canon van Amsterdam toegankelijker dan ooit
Overal in Amsterdam grote straatstickers op: 49 locaties, 49 vensters, 49 QR-codes die voorbijgangers rechtstreeks meenemen naar verhalen, foto’s en podcasts. De vernieuwde Canon is digitaal beschikbaar via amsterdam.nl. Een gratis magazine is verkrijgbaar bij de Oba, het Stadsloket en het Stadsarchief. Vanaf 2026 krijgt de Canon een vaste plek in de Schatkamer van het Stadsarchief.
En op straat, in de stoep, op 49 plekken in de stad – daar kun je elk venster letterlijk tegenkomen.
In de komende periode licht oost-online nog meer vensters uit die hun sporen hebben achtergelaten in Oost en de Oostelijke binnenstad.





