Eens per maand organiseren Linnaeus boekhandel en Museum Tot Zover de koffie en cake-lezing. Op 19 april is Lies Netel, inwoonster van Oost, te gast. Verleden jaar verscheen haar boek Oorlogsdagboeken van Jacob Piet, tuinman in de Watergraafsmeer. Reden genoeg voor oost-online om eens met haar te gaan praten. Bovenstaande woorden schreef Piet in zijn dagboek in november 1943.

Anne-Mariken Raukema | Foto’s Collectie Rijksmuseum, Beeldbank Amsterdam en Lies Netel

Jacob Piet (1869-1958) is de overgrootvader van Lien Netel. Hij begon met zijn logboek voor zijn tuinwerkzaamheden na zijn pensionering in 1938. De bedoeling van de logboekaantekeningen was de werkzaamheden in zijn bloemen-, annex moestuin in het hart van de Watergraafsmeer vast te leggen. Wanneer er werd gezaaid, gespeend en geoogst. Netel koos er voor het tot einde 1945 te publiceren, vanwege de omvang. En niet tot het werkelijk einde, ruim tien jaar later.

Nalatenschap
Na het overlijden van haar grootouders eerder en ouders, stonden er al een tijdje wat dozen in de berging met de nalatenschap. ‘Niet alleen dagboeken, ook veel boeken over Watergraafsmeer. Ik begon te lezen en merkte al snel dat hij plezier moet hebben gehad in het schrijven. Hij formuleert zorgvuldig. Eerst met potlood en daarna in het net over geschreven in een groot boek. Ik weet dat hij doopsgezind was’, aldus Lies Netel.

Jacob Piet knipt gras op het terrein van de Blindengeledehondenschool.

Maar het was veel, te veel. Ze heeft het met de helft moeten uitdunnen en daar ook nog flink in schrappen. In het voorwoord geeft ze aan dat ze de dagboeken in hedendaags Nederlands heeft omgezet. ‘Van sommige dingen mag je veronderstellen dat die bekend zijn. Ik ga niet uitleggen wie Hitler was.’ De dagboekfragmenten (in cursief) worden afgewisseld met stukjes feitelijke historische informatie (in romein).

Als eerste naar de stad
Jacob Piet, geboren en getogen Aalsmeerder, komt uit een oud lokaal geslacht. Hij trouwde met een meisje uit het dorp. Haar oom Hendrik werkte op De Westerbegraafplaats in Amsterdam. De jonge Piet zou als eerste van zijn familie zijn geboortegrond verlaten. Hij kon als doodgraver/hovenier op De Nieuwe Westerbegraafplaats werken en later, vanaf 1907, op De Nieuwe Ooster. Die Nieuwe Wester was geen lang leven beschoren, die lag veel te ver buiten de stad. Zelfs met de uitbreidingen van nu ligt de petroleumhaven, waar die begraafplaats vlakbij was gelegen, nog een rot end weg.

Bus A en Gooise tram op Middenweg

Van Nieuwe Wester naar Nieuwe Ooster
Op De Nieuwe Ooster bewoonde hij een van de dienstwoningen, wat nu Museum Tot Zover is. Na zijn pensionering in 1938 bood de gemeente hem een huurwoning aan, aan de Kruislaan, iets na de messenfabriek, gezien vanaf de kruising met de Middenweg. Op die hoek had de gemeente eerder een boerderij overgenomen en daar kwam een opleiding voor blindengeleidehonden. Nu zit die aan de Amstel, halverwege Ouderkerk. Naast dat instituut pachtte Jacob Piet een stuk grond van de gemeente waarop hij zijn bloemen- annex moestuin begon. Daarnaast zorgde hij ook voor de instituutstuin. Stof genoeg voor een logboek, of dagboek.

Dagboek Jacob Piet 1944

Log- of dagboek?
Lies Netel is stellig in het onderscheid tussen log- en dagboek. ‘Een logboek bevat de dagelijkse werkzaamheden, in dit geval van de tuin, van zaaien tot oogsten. Maar het is een dagboek geworden, omdat hij er allerlei dagelijkse, politieke, maatschappelijke en achteraf historische zaken bijvoegt.’ Het is niet geschreven voor publicatie, hoewel hij zich een enkele keer wel tot een fictieve lezer richt. Zijn notitieboeken met harde kaft, groot, folioformaat, kreeg hij tot in 1942 tijdens Sinterklaas, het hoogtepunt van het jaar.

Oorlog
Want een ding is natuurlijk duidelijk: tuinieren mag de aanleiding zijn geweest, de Tweede Wereldoorlog dendert er steeds doorheen. Opmerkelijk is zijn voorziene blik al in 1938 dat hij vreest voor de levens van Joden. Alleen na de bevrijding is af en toe sprake van ‘moffen’. Gedurende de bezettingsjaren wordt gesproken over Duitsers, of de bezetter. Lies Netel: ‘Hij was sociaaldemocraat en pacifist naar het model Ferdinand Domela Nieuwenhuis. En fel antinazi.’

Hoek Middenweg-Kruislaan gezien van ongeveer het bruggetje naar de tuin van Jacob Piet, 2023

Een enkele keer vraagt hij zich af waarom hij De Telegraaf leest, ‘die nazikrant’, zoals hij zelf omschrijft. Na de oorlog komt Het Parool in huis. Netel: ‘Hij moet af en toe ook het Algemeen Handelsblad hebben gelezen, ik denk op in de kantine van de Blindengeleidehondenschool.’

Leuke man
Nu Lies Netel het boek vijf jaar hard werken heeft voltooid, ligt de vraag voor de hand wat voor man uit de dagboeken naar voren komt. Netel: ‘Ik denk dat het een humoristische man was, speels ook. Hij was erudiet, vrijgevig en ook nogal op zichzelf. Tevreden met wat hij had, maar misschien was dat ook de tijdgeest. Gewoon, een leuke man.’

Check www.totzover.nl

 

Lies Netel

Lies Netel (Amsterdam, 1959) is kunsthistoricus. In 2018 promoveerde ze op  de nalatenschap van Marianne van der Heijden (1922-1998), van wie Museum van Bommel van Dam in Venlo het nagelaten oeuvre en archief geschonken heeft gekregen. Netel heeft een duidelijke voorkeur om onbekend gebleven mensen voor het voetlicht te brengen.

Twee jaar later verscheen de door haarzelf verzorgde publiekseditie. Gezien de lastige situatie rond museum van Bommel van Dam, het overlijden van een cruciale figuur bij het onderzoek en de pandemie stortte haar netwerk in elkaar. Het vinden van een passende werkkring werd gaandeweg lastiger. Daarom besloot ze werk te maken van de logboeken van haar overgrootvader.

Netel publiceerde diverse kunstenaarsbiografieën en schreef over Nederlandse moderne kunst van de twintigste eeuw. Zie ook www.liesnetel.nl