Midden in de Transvaalbuurt ligt een groot plein dat in 1978 werd omgedoopt van Pretoriusplein naar Steve Bikoplein. Er staan veel speeltoestellen op het plein en een opvallend kleurig ‘speelhuisje’. Het is gebouwd in 2003 en versierd met kleurige mozaïektegeltjes als symbool van het multiculturele karakter van deze buurt.

Fokko Kuik

Toen ik op zondagmiddag eens langs kwam om wat meer te horen over dit speelplein liep ik al snel Hans van Zijl tegen het lijf. ‘Ik heb zo wel even tijd voor je’, zei hij, terwijl hij de eerste kinderen van het door hen gewenste speelgoed voorzag, limonade inschonk en koffie zette. ‘Ik ben hier een beetje de coördinator, maar vanmiddag meteen ook de vrijwilliger van dienst om de kinderen een leuke middag te bezorgen.’

Deze zondag was het vrij koud en somber, maar al snel kwamen de kinderen vanuit alle kanten van de buurt aangehold om lekker te gaan fietsen op een driewieler, te gaan skaten of met ballen te gaan spelen. ‘Op drukke zondagmiddagen – we zijn elke zondag van 13.00 tot 17.00 uur open, tenzij het regent – komen hier vaak wel zo’n zestig kinderen spelen’, vertelt Hans, terwijl er alweer een jongetje komt vragen naar skates in zijn maat.

Op 13 juli 2024 werd het opgeknapte huisje weer in gebruik genomen en later door oud-burgemeester Job Cohen heropend. Het initiatief werd genomen door een actieve bewonersgroep die zo’n vijf jaar geleden in het kader van Oost Begroot het groenbeheer op en rond het plein hadden overgenomen. ‘Het plein was daarvoor nogal verwaarloosd’, vertelt Hans, die in de jaren 50 vlak bij het plein werd geboren en er nu ook alweer jaren dichtbij woont. Hij herinnert zich dat je als kind helemaal niet mocht komen op het groene middenplein, waar toen nog aan beide kanten omheen werd gereden met auto’s.

Toen het groen was opgeknapt bedacht de bewonersgroep, dat het leuk zou zijn om ook het speelhuisje zijn oude functie terug te geven. Met wat subsidie en zo’n twintig vrijwilligers, die eens in de zes weken geacht worden twee uurtjes een dienst te draaien in het speelhuisje, werd dat al snel een succes. De flinke voorraad speelgoed kwam tot stand door middel van giften en goedkope aanschaf via marktplaats. Hans laat me het inventieve luik zien waaronder al die fietsjes doordeweeks worden opgeborgen.

Als een half uur later een groepje Eritrese kinderen, die aan de overkant taallessen volgen, langskomen om in hun pauze ook even lekker buiten te spelen is het ineens behoorlijk druk op het plein. ‘Het gaat allemaal in goede harmonie’, vertelt Hans. ‘De ouders blijven altijd zelf verantwoordelijk en zeker die van jonge kinderen blijven er dan ook meestal bij, maar er gebeurt eigenlijk bijna nooit wat. Hoogstens een pleistertje’, lacht Hans.

De meeste vrijwilligers wonen ook in de buurt en vaak zijn dat ouders van kinderen die hier ook spelen of hebben gespeeld toen ze nog klein waren. Met een kerngroep bespreken we zo’n twee keer per jaar wat er moet gebeuren. Zo is er altijd wel wat onderhoud nodig en moeten er dingen gerepareerd worden. Die groep kan nog best wat vrijwilligers gebruiken vertelt Hans. Zelf is hij er als pensionado bijna elke zondagmiddag wel even. ‘Ik vind het gewoon ontzettend leuk’. Zijn enthousiasme straalt onmiskenbaar af op de kinderen, die hem allemaal graag even komen helpen. ‘Als ze wat groter zijn vinden ze het leuk om ook even achter de uitleenbalie te staan’, zegt Hans. Een meisje van een jaar of zeven vertelt dat ze even weggaat, maar straks weer terugkomt om mee te helpen.

Op 1 februari 1978 kreeg het Pretoiusplein zijn naam. Burgemeester Polak onthulde het bord. 

Op zo’n manier creëer je een dorpsplein in de grote stad, concludeer ik. Nog even en de zon breekt weer door, al is dat het laatste waar de kinderen zich druk over maken. Spelen kun je immers altijd.

Speelhuisje op het Steve Bikoplein is elke zondagmiddag open van 13.00 tot 17.00 uur.