Voor Anissa Amraoui breekt een nieuwe fase aan. Vier jaar geleden startte zij in de stadsdeelcommissie Oost, nu kiest zij opnieuw voor inzet namens DENK. De komende periode moet volgens haar vooral draaien om zichtbaarheid, verbinding en directe aandacht voor bewoners.
Op woensdag 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen, het vierjaarlijkse hoogtepunt van de lokale democratie. Tegelijkertijd is ook de verkiezing voor leden van de stadsdeelcommissie.
oost-online stelt de kandidaten in Oost aan je voor.
Arie Martijn Schenk
Amraoui groeide op in Emmen, na haar geboorte in Marokko. Al vele jaren woont zij in Oost, waar haar betrokkenheid bij de buurt centraal staat. In verschillende wijken zette zij zich in rond armoedebestrijding, inburgering en jongerenwerk. Op het Montessori Lyceum Oostpoort geeft zij les in Nederlands als tweede taal. Haar kinderen zijn geboren en getogen in de Indische Buurt, een omgeving die haar sterk gevormd heeft.
De stap naar de stadsdeelcommissie volgde na een benadering door DENK. Dankzij haar brede netwerk in de wijk kreeg zij vertrouwen van veel kiezers vier jaar geleden. Toch verliep de start niet vanzelf. ‘In het begin vond ik het best moeilijk in de commissie. Hoe werkt alles precies? Ik dacht er misschien te makkelijk over.’
Door intensief inlezen en ervaring groeide haar rol. Inmiddels ervaart zij vooral de betekenis van het directe contact met bewoners. ‘Wij zijn de ogen en oren van de burgers in Oost. Mensen komen met een verhaal of klacht. Het enige wat wij kunnen doen, ligt bij advies aan de raad. Ongevraagd advies kreeg al een paar keer een meerderheid. De ene keer lukt iets, de andere keer niet.’
Altijd dicht bij bewoners en ondernemers
Direct contact vormt voor Amraoui een vast uitgangspunt.‘Ik ken veel mensen en veel mensen kennen mij.’ Bij plannen rond de Javastraat zocht zij zelf ondernemers op die zich volgens haar onvoldoende betrokken voelden. Steeds keert dezelfde vraag terug: ‘Heeft participatie plaatsgevonden, en met wie precies?’
Volgens Amraoui telt onafhankelijk handelen zwaar. ‘Ik zit echt in de commissie in het belang van de burger. Ik ben autonoom en houd dat belang voor ogen.’ Wanneer specifieke kennis ontbreekt, volgt eventueel overleg met de fractie in het gemeentehuis. Tegelijk weten bewoners en ondernemers haar goed te vinden.’
Jongeren op IJburg vragen om verbinding
Vooral de positie van jongeren op IJburg houdt haar bezig. Gesprekken met jongeren tonen volgens haar een scherp contrast tussen beeldvorming en werkelijkheid.
‘Ze krijgen soms het label probleemjongeren. Er bestaat geen inclusie op IJburg, geen echte verbinding. Eerst moet verbinding groeien tussen alle inwoners daar, arm en rijk. Nu zie je twee gescheiden werelden.’
Ook richting politiek klinkt afstand. ‘Er wordt wel over jongeren gepraat, maar niet met ze.’ Gebrek aan eigen ruimte, stageplekken en kansen speelt daarbij een rol. Een recente buurtbijeenkomst leidde tot een eigen plek voor jongeren op IJburg. ‘Daar heerst nu meer rust.’
Samenwerking en politieke positie
Binnen de stadsdeelcommissie ziet Amraoui een positieve samenwerking. In het begin observeerde zij vooral het speelveld; inmiddels pakt zij actief dossiers op en zoekt zij collega’s op rond agendapunten. Een tweede zetel voor DENK zou volgens haar ruimte geven. Nu rust veel werk op haar schouders. ‘Ik redeneer altijd vanuit de geluiden die ik zelf in de buurt opvang en daar handel ik naar.’
Tijdens een discussie twee jaar geleden over de slavernijherdenking in Oost diende Amraoui een initiatiefvoorstel in om de voorzitter van de Tweede Kamer, Martin Bosma (PVV) geen rol te laten vervullen bij het leggen van een krans. Insprekers uit de buurt sloten zich daarbij aan. ‘Het is respectloos wanneer juist hij een krans legt’, zei zij. ‘Hij heeft zich in het verleden racistisch uitgelaten. Wij wilden dat het stadsdeel een statement maakte en dat is gelukt.’
Buurthuizen voor iedereen
Een belangrijk speerpunt vormt toegankelijkheid van buurthuizen. Iedere Amsterdammer moet zich welkom voelen, ongeacht achtergrond of geaardheid. Volgens Amraoui lukt dat nog niet overal. Daar ligt voor haar een duidelijke opdracht.
Ook in het dagelijks leven blijft haar betrokkenheid zichtbaar. De Javastraat en het Javaplein noemt zij favoriete plekken in Oost, vanwege kleuren, geuren en ontmoetingen. Voor schoolactiviteiten kiest zij geregeld catering van lokale ondernemers. Zo blijft de verbinding met de wijk tastbaar.
Aan het einde van het gesprek vat zij haar drijfveer eenvoudig samen: ‘Als ik op straat iemand zie die het moeilijk heeft, stap ik eropaf. Hoe mooi blijft het wanneer een glimlach verschijnt.’
Met die houding gaat Amraoui een tweede termijn tegemoet, vastbesloten om signalen uit de buurt om te zetten in zichtbare aandacht binnen de stadsdeelcommissie van Oost.




