Het stadsdeelbestuur informeerde bewoners en ondernemers tijdens een bijeenkomst over het besluit om de gebruikersbus ‘de Dwaalgast’ te verplaatsen naar de taxistandplaats aan de Linnaeusstraat. Hoewel het besluit om de gebruikersbus daarheen te verplaatsen schielijk werd ingetrokken, besloot de gemeente om de op 18 juni geplande informatiebijeenkomst toch door te laten gaan.
Han Gaaikema
Het is drukkend warm, 27 graden in de schaduw als de bijeenkomst bij de taxistandplaats start. De organisatie is in handen van de gemeente, samen met De Regenboog Groep, de stichting die de gebruikersbus beheert. De gebruikersbus is een omgebouwde camper waar verslaafden veilig en buiten de publieke ruimte hun drugs kunnen gebruiken. Op die manier zorgt de gebruikersbus voor minder overlast van de drugsverslaafden.
De locatie van de bijeenkomst is de taxistandplaats op de Linnaeusstraat, ter hoogte van de Eerste van Swindenstraat. Op deze plek zou de gebruikersbus tijdelijk komen te staan. ‘Zou’, want de gemeente heeft haar besluit ingetrokken. Daaraan ging een overleg met omwonenden en ondernemers aan vooraf. Dat overleg is vermoedelijk pittig geweest, gezien de geuite dreigementen waarover onder andere Het Parool heeft bericht. Zo werd door een aantal lokale ondernemers juridische stappen in het vooruitzicht gezet als de gemeente voet bij stuk zou houden.
In de uitleg aan de Stadsdeelcommissie over de herziening van het besluit geeft de gemeente aan dat er in eerste instantie ‘te weinig rekening is gehouden met de kwetsbaarheid van de Dapperbuurt’. Het bericht maakt niet duidelijk welke nieuwe informatie de gemeente heeft gekregen, waardoor het bestuur zich genoodzaakt voelde om het besluit te wijzigen. Met geen woord wordt gerept over de rechtszaak waarmee gedreigd werd als de gemeente niet zou inbinden.
Het is niet druk als de bijeenkomst om vijf uur begint. Er zijn in totaal zo’n twintig mensen aanwezig, waarvan ongeveer de helft van de gemeente of De Regenboog Groep. De drukte zou ongetwijfeld anders geweest zijn als de gemeente het besluit om de gebruikersbus op deze plek te plaatsen had gehandhaafd. Er zijn staantafels neergezet waar de bewoners aan medewerkers van de gemeente of De Regenboog Groep vragen kunnen stellen. En er staan picknicktafels, waar ruimte is om zorgen of ideeën aan grote vellen papier toe te vertrouwen. Op de achtergrond zijn de doffe dreunen van trommels te horen. Het Strand van Oost blijkt op hetzelfde moment een Djembé-workshop te hebben georganiseerd.
‘Het is hier een teringzooi geworden met al die verslaafden in de portieken. En dan nog die vuilnisbakken waarvan de inhoud voor de helft op straat ligt. Ik schaam me haast dat ik in deze buurt woon, het is echt niet fijn meer om visite te ontvangen.’ Een bewoonster laat haar klachten duidelijk doorklinken. De gemeenteambtenaar hoort haar begripvol aan. ‘De ellende is de afgelopen tijd enorm toegenomen’, vervolgt de bewoonster. ‘Volgens mij is het aantal verslaafden in de buurt in vijf jaar verdubbeld. Die bus, die moet echt niet hier komen. Dit is een levendige buurt met veel kinderen, je moet er toch niet aan denken dat die hier dagelijks langs een groepje drugsverslaafden moeten fietsen?’ De ambtenaar gaat met haar het gesprek aan. Waar zou de bus dan wel moeten staan?
‘Op een plek waar geen gezinnen wonen of winkels zijn, bijvoorbeeld op een industrieterrein. Diemen of de Spaklerweg zijn wellicht goede locaties’, probeert de bewoonster. Maar dat lost het probleem niet op, legt de ambtenaar uit. De gebruikersbus staat juist bij het Oosterpark, omdat daar de dealers en gebruikers zijn. En de gebruikers gaan echt niet van het Oosterpark naar Diemen om daar hun drugs te gebruiken. De bus moet dus wel in de buurt van het Oosterpark blijven, juist om de overlast van de drugsverslaafden te verminderen.
‘Waarom laten we hem dan niet staan op zijn huidige plek, bij het ’s-Gravensandeplein? Daar staat-ie toch ook prima?’ Nee, dat kan ook niet. De bus moet daar eind juni vertrekken omdat de afgesproken termijn er dan op zit. ‘Nou, dan kan de bus misschien verplaatst worden naar het Alexanderplein, daar bij die poort. Dat is in ieder geval een stuk beter dan dat-ie hier komt te staan’. Om er meteen aan toe te voegen: ‘Zeg maar niet dat ik dat gezegd heb. Straks krijg ik die hele buurt over me heen.’
Het maakt het dilemma voor de gemeente direct duidelijk. Nadat de bewoners ervan overtuigd zijn geraakt dat de gebruikersbus de overlast van drugsverslaafden vermindert, staat men wel positief tegenover de aanwezigheid ervan, zolang de bus maar niet in hun directe nabijheid komt te staan. En als alle bewoners rond het Oosterpark dat vinden, dan gaat het de gemeente niet lukken om een voor iedereen aanvaardbare plek te vinden.
De problematiek is weerbarstig. De politie probeert de dealers rond het Oosterpark aan te pakken, maar stuit hier op juridische drempels. Zo moet de politie ter plekke constateren dat er sprake is van een drugstransactie, in de volksmond een ‘heterdaadje’. Indirect bewijs houdt in de praktijk niet stand bij de rechter. En als het dan toch lukt om een dealer op te pakken, dan staat er een dag later alweer een vervanger klaar in het Oosterpark om de gebruikers aan hun verslaving te helpen.
De drugsoverlast neemt niet alleen in de Oosterparkbuurt toe, maar raakt meerdere delen van Amsterdam. Om die reden heeft het nieuwe college dan ook een bedrag van 3,5 miljoen euro uitgetrokken om de toenemende overlast een halt toe te roepen. Het bedrag is bedoeld voor een pakket maatregelen gericht op een combinatie van handhaving, opvang en zorgverlening. De aanpak richt zich primair op dealers en gebruikers van crack en andere harddrugs. Met name de snel toenemende groep crackgebruikers baart de gemeente zorgen.
Om de problematiek structureel het hoofd te bieden, is ook hulp vanuit Den Haag nodig. Bijvoorbeeld voor de problematiek rond malafide uitzendbureaus die met name Oost-Europese arbeidsmigranten helpen aan een woning zolang hun arbeidscontract loopt. Als het arbeidscontract eindigt (al dan niet vrijwillig), belandt de arbeidsmigrant op straat en ligt de verleiding van drugsgebruik om de hoek. Een landelijke benadering is nodig om deze problematiek aan te pakken.
Een ander voorbeeld waar ‘Den Haag’ moet helpen, is bij het terugdringen van de wachttijden bij de GGZ en het verbeteren van het aanbod voor beschermd wonen. Deze maatregelen zijn nodig om adequate hulp te bieden aan drugsverslaafden die willen afkicken. Zonder deze maatregelen maken de dakloze verslaafden weinig kans om weer volledig ‘clean’ te worden. Hierbij is sprake van bestuurlijke complexiteit, omdat Rijk en gemeente hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben.
Structurele oplossingen kunnen niet op korte termijn verwacht worden. Tot die tijd helpt de gebruikersbus om de overlast van de verslaafden te beperken. Waar de bus vanaf 29 juni komt te staan, is nog een grote vraag. Bij De Regenboog Groep is de vrees dat de gemeente, bij gebrek aan geschikte locatie, besluit om de bus voorlopig buiten gebruik te stellen. ‘Dan zijn we terug bij af, dan krijgen we de situatie van anderhalf jaar geleden terug. En in die periode was de overlast juist zo groot, dat de gemeente ons gevraagd heeft om de bus als tijdelijke oplossing in te zetten.’







