Home .Cultuur. KunstPortret: Kees Elffers, kunstenaar, meubelmaker en hovenier

KunstPortret: Kees Elffers, kunstenaar, meubelmaker en hovenier

In Oost wonen en werken veel kunstenaars met talloos veel disciplines. oost-online bezoekt elke twee weken een van hen. Deze keer Kees Elffers, die zijn atelier heeft in BK49, in de Tweede Boerhaavestraat 49.

Anne-Mariken Raukema

Kees Elffers is kunstenaar, meubelmaker en hovenier. En deze drie ongeveer gelijkelijk verdeeld. Zijn geld verdient hij als tuinman in de verborgen, kleine parels van de binnenstad: de tuinen van grachtenpanden. Meubels en autonome kunst maakt hij van hout en metaal; zijn werkruimte barst van de materialen, gereedschappen, objecten die af of half af zijn.

Na de middelbare school werd Elffers uitgeloot voor medicijnen en volgde in een tussenjaar een – inmiddels niet mee bestaande – kunstopleiding in Amersfoort. De kunstcollectie van het AMC intrigeerde hem meer dan de coschappen. Dat ene jaar kunstonderwijs heeft meer voor hem betekend dat die hele studie medicijnen. Dat hij zich niet toelegt op één vorm, leidt ertoe dat hij moeite heeft om objecten te verkopen. Kees Ellfers kan goed associëren en is kleurenblind.

 Je werkt in Oost. Waarom hier en hoe lang al?

‘Dat is nu acht jaar, daarvoor had ik een atelier in de Pijp, de buurt waar ik ook woon. We huren deze voormalige school van de gemeente. In de gangen hoor je de kinderstemmen van de school hiernaast, die staat in open verbinding met onze werkruimtes in BK49.’

Wat is het grootste voordeel van Oost?

‘De diversiteit aan mensen, die is volgens mij groter dan in andere delen van de stad. Het is levendig. Het Oosterpark is vlakbij, daar zie je van alles en dat is fijn voor kunstenaars. Zuid kent bijvoorbeeld mooie architectuur, maar vooral woningen en weinig levendigheid. Ik maak regelmatig een praatje met zwervers in het park, die op een andere manier kijken dan andere mensen. Mensen in Oost komen op mij opener over dan elders. Dat in het park veel bomen staan, werkt goed voor me. Van oorsprong ben ik hovenier, heb dus veel met hout en levend materiaal. Die wisselwerking tussen park en mensen is belangrijk voor me. Veel van mijn werk is op de natuur gebaseerd. Dat past bij mij.’

Wat kan er beter?

‘Voor mij mag er wel wat meer op het gebied van kunst en cultuur worden georganiseerd. Buiten de open atelierroute heb je niet zoveel in Oost. Het CBK was mooi en levendig en is nu weggemoffeld in een kleiner pand, waar ze zich opnieuw moeten leren bedruipen. Het zou goed zijn als er in Oost wat meer kleinschalige en diverse festivals plaatsvinden, die niet meteen uitgroeien zoals Appelsap, maar interessant en bescheiden blijven.’

.

Ben je tevreden met je werkruimte?

‘Ja, het is met 50 m2 ruim en licht – hoewel er nu wel veel voor de grote ramen staat… Het fijne is dat je hier met een aantal collega’s op een gang zit en met elkaar in gesprek kunt gaan. Er zitten ook wel wat maren aan: een paar keer per jaar komt de brandweer langs, omdat mijn laswerk gevaarlijk zou zijn en soms klagen de leerkrachten van beneden dat ik niet zo hard moet stampen. Schoolvakanties zijn wat dat betreft fijn, dan kan ik de hele dag doen wat ik wil.’

Is er sprake van een cultureel klimaat?

‘Lastig om te zeggen, ik vind het moeilijk om daar een vinger op te leggen. Zoals ik al zei, het is me niet kleinschalig en divers genoeg. En broedplaatsen worden onvoldoende gestimuleerd, maar dat geldt voor heel Amsterdam, vrees ik.’

Waar ben je momenteel mee bezig?

‘Met een serie wrok. Gewoonlijk bouw ik dingen op, zoals deze stam, daar voeg ik dan iets van metaal aan toe waardoor het groter wordt. Nu ben ik echter bezig om dingen af te breken. Aan de buitenkant zijn de objecten gaaf en mooi, maar het hout en metaal brokkelt van binnenuit langzaam maar zeker af. Alsof er iets in zit dat het van binnenuit opvreet. Dat maakt het contrast met de schil groter. In dit krukje zit Douglashout, Amerikaans notenhout, maar ook zwart mdf en multiplex. Ik kan het verlijmen, maar hout blijft leven. Het gaat dus werken. Daarom geef ik garantie op de objecten die ik verkoop, maar de afgelopen tien jaar is nog niemand ermee teruggekomen.’

Heb je contact met andere kunstenaars?

‘Hier op de gang natuurlijk, met schilders en een sieradenmaakster. Boven zit een schrijfster, maar omdat we niet op dezelfde gang zitten, heb ik daar minder contact mee. Je komt elkaar tegen, drinkt koffie met elkaar, treffen elkaar in het atelier. We vinden elkaar in de vorm, niet in de kleur.’

Wie bewonder je?

‘Dat zijn er een paar: Henk Visch, Armando, maar ook Carel Visser, die van waardeloze spullen door een bepaalde schikking en combinatie tot een vorm kwam. En Jacqueline de Jong, vanwege haar vitale levenslust. De afgelopen maanden toonde het Stedelijk een overzichtstentoonstelling van haar werk. Met haar heb ik werken geruild. Armando heb ik altijd interessant gevonden door zijn thematiek, zoals die van het schuldig landschap. Van hem heb ik er een paar thuis hangen, ook geruild. Ook beeldhouwers van het grotere werk als Chilida en Calder zie ik graag.’

.

Waar ben je in je vak het meest trots op?

‘Het feit dat ik persoonlijke, niet zelden negatieve emoties kan gebruiken en omdraaien tot iets positiefs. Zoals wrok – dat begint zwart en zwaar, maar eindig licht. Daar kan ik dan gelukkig van worden. Zo is ook het in elkaar stortende kaartenhuis van 12 mm dik staal ontstaan. Het heet verschuivende relaties, is in drie opeenvolgende stadia ontstaan. Een relatie donderde in elkaar en leverde dit op.’

Wat is je grootste wens?

‘Nog grotere dingen maken, maar dat kan hier niet, dan zou ik een grotere werkplaats moeten hebben, waarschijnlijk buiten de stad en dat geeft ook weer bezwaren. Dingen die Serra maakt, dat lijkt me wel wat. Imposant en dat dan in het landschap. Waar je omheen kunt lopen en waarop mensen reageren. Voor de Floriade van 2002 bij Hoofddorp maakte ik zeven stalen kogels van cortenstaal aan bomen – huisarrest. De kettingen waren zwaarder dan de kogels, die werden dus verplaatst. Een aantal heb ik na afloop verkocht en mensen sturen me dan foto’s waarop ik kan zien dat ze ermee spelen. Maar ik kom niet voorbij kunstcommissies. Die kijken niet naar je idee, maar naar wat je eerder maakte. Daarom vertik ik het een cv mee te sturen.‘

Tenslotte: wat wens je Oost toe? En Amsterdam?

‘Dat zal niemand verbazen: een zo divers mogelijke bevolking met rafelranden en yuppen. Zo’n gebied als Zuidas leeft niet, dat is veel te uniform.’

Check www.keeselffers.nl | www.bk49.nl | instagram keeselffers

Laat een reactie achter

Please enter your comment!
Please enter your name here