Dat had de oude dichter, die de wonderen van het leven zo veelzijdig heeft bezongen in een van de rijkste oeuvres in de Nederlandse literatuur, zich in zijn vermetelste dromen of zelfs in de roes van zijn alcoholische genietingen niet kunnen voorstellen. De aanblik had hem, mogen we hopen, verrukt om de ongedachte beduiding ervan.

Frans van Lier | Foto Eddy Ellert

In het perkje voor het Muiderpoortstation staat een aantal donkergroene stalen zitbankjes die elk uit drie stoeltjes bestaan. In een daarvan is ter herdenking van de jodentransporten vanaf dit station in de oorlogsjaren een kort gedicht van de joodse Victor van Vriesland (1892 – 1974) uitgestanst. Het luidt:

Muiderpoortstation
Tocht er door hun schimmen
Nog een stroom van lang,
Lang vergeten namen
Lang vergeten ogen?
Zullen wij nog weten
Dat we ons vergeten
Zijn vergeten

Verrast
De gemijmerde regels staan in het middelste stoeltje. Aan weerszijden ervan zitten op deze rustige vrijdagmiddag twee mannen in witte djellaba met witte kalotjes op het baardige hoofd. Ze zijn in gesprek, de tekst tussen hen in. De lang vergeten ogen lijken hen niet bezig te houden en de wijze Van Vriesland, filosofisch zo vertrouwd met de verrassingen des levens, zou verrast hebben vastgesteld hoe zijn overpeinzing in het Amsterdamse leven is geworteld. In goede overeenstemming zelfs met zijn woorden op een ander oorlogsmonument, in Zwolle:

Gedenkt het leed,
maar niet om stil te staan.
Gedenkt de schande,
maar om voort te gaan.

Bijbedoelingen
Het herdenkingsteken bij het Muiderpoortstation werd in 2002 door burgemeester Cohen onthuld ter nagedachtenis van de elfduizend joden die in de jaren 40 van die plek naar Westerbork zijn gedeporteerd en vandaar naar de Duitse vernietigingskampen. Ook zij doemen op in deze meimaand.

Het gedicht komt uit Bijbedoelingen, de laatste dichtbundel van Van Vriesland die in 1972 bij zijn 80e verjaardag verscheen, twee jaar voor zijn dood. Die collectie bespiegelingen over leven en dood wordt gezien als het poëtisch testament van deze pilaar van het literaire leven in ons land, auteur van talloze dichtbundels, essays, vertalingen, toneelstukken, beschouwingen, biografieën, bloemlezingen, studies, wijsgerige overpeinzingen en meer.

Een breder publiek zal zich wellicht zijn deftige schalksheden herinneren uit het speelse radioprogramma Hou je aan je woord met onder andere ook Hella Haasse en Harry Mulisch en onder leiding van de Vlaming Karel Jonckheere, die dan het woord gaf aan ‘Viectòòr’.

Gedenkteken
Tegenover het bankje op het Oosterspoorplein vermeldt een eenvoudig stalen paneel hoe tussen 3 oktober 1942 en 26 mei 1944 van daar elfduizend joden naar Westerbork vertrokken.

Het grove zwartijzeren beeldhouwsel Flowers van Karel Appel uit 1991, een paar meter verder, behoort niet tot het gedenkteken. Tenminste, laten we dat hopen.