Met wat horten en stoten is het Suriname Museum er gekomen. Met koninklijke goedkeuring wordt het dinsdagmiddag 25 november, precies 50 jaar na de onafhankelijkheid van Suriname, door Willem Alexander geopend. Aanleiding voor oost-online om in het voormalige schoolgebouw te gaan praten.
Anne-Mariken Raukema
Omdat museumdirecteur Jan Gerards betrokken is bij een ander groot museaal project in de stad – het miniatuur museum dat volgende maand open moet – spreek ik Vincent Soekra, bestuursvoorzitter. Deze dagen is hij vrijwel dagelijks in het museum te vinden.
Plannen voor Suriname Museum onder stof vandaan
‘Eind jaren tachtig was in het gebouw aan de Zeeburgerdijk al een bescheiden historisch museum gevestigd, een initiatief van Thomas Swanenberg. In 1997 had hier in het Hugo Olijfveldhuis – waar in de helft de vereniging Ons Suriname zat en zit – op de begane grond een museum ingericht. Het was de erfenis van wijlen Waldo Heilbron. De vereniging bestaat al ruim honderd jaar en zet zich in voor de Surinaamse gemeenschap in Nederland. Tijdens corona haalden we oude plannen voor een professioneel Suriname Museum weer onder het stof vandaan. We verkeken ons ook wel op wat een echt museum vraagt.’
Val uit het paradijs
De openingstentoonstelling ‘Meet Su, Meet Us’ leidt de bezoeker volgens een vaste route als een reis door de Surinaamse geschiedenis. Het begint in de regenwouden met zijn geneeskrachtige planten, opgezette dieren en verhalen van de inheemse volken. Abrupt is de overgang naar de volgende stap: die van de slavernij, contractarbeid, migratie en onafhankelijkheid. Van VOC, WIC, Zeeuwen, Amsterdammers en Joden. Letterlijk alsof je uit het groene paradijs wordt gemept.
De invloed van Surinamers in Nederland wordt belicht via sport, kunst en cultuur. Er zijn originele prenten uit achttiende en negentiende eeuwse reisbeschrijvingen van Stedman en Benoit te zien. Archiefstukken, foto’s, sculpturen, films en een levensechte reconstructie van een scheepsruim.
Aziatische diaspora
Chinezen, Marrons, Creolen en Boeroes komen we beneden tegen. Op de eerste verdieping gaat de tentoonstelling door met de Aziatische diaspora: hoe er Javanen en Hindostanen werden ‘ingehuurd’ als contractarbeiders. De voormalige schoollokalen aan de achterzijde worden later ingericht voor de terugkerende Black Archives. De oorlogsjaren en een bijna levendig lijkende Anton de Kom staat aan het eind van de gang bij de afschaffing (‘keti koti’) van de slavernij. Er zijn bruiklenen van het Rijksmuseum, de Rijkdienst voor het Cultureel Erfgoed en uit privé collecties.
Zwart hoekje over Bouterse
Op de zolderverdieping, waar ook de educatieve afdeling is en waar schoolgroepen worden ontvangen, is een letterlijk zwart hoekje ingericht over Desi Bouterse en zijn gewelddadige regimes. Alle namen van zijn directe slachtoffers staan vermeld. Op dezelfde zolderverdieping is de wisseltentoonstelling: ‘Reflectie op kunst bij Vereniging Ons Suriname’ te zien, samengesteld door Myra Winter en Jessica Oosthoek. Er hangen werken van onder andere Armand Baag, August Bohe, Nola Hatterman, John Lie A Fo, Marcel Pinas, George Struikelblok en Erwin de Vries.
Leer ons kennen
Lopend langs de grote hoeveelheid opgestelde voorwerpen, beelden, langs schilderijen, doeken, prenten, foto’s, kaarten, video’s en tekstborden, krijg je als bezoeker het idee dat alles voor het eerst wordt uitgelegd. ‘Maar’, zo verzekert Soekra, ‘dat is ook heel bewust gedaan. We gaan er van uit dat mensen niets weten, dat is ook onze ervaring.’ Soekra licht toe dat de geschiedenis van Suriname, zoals die tot nu toe tot ons gekomen is, steeds is verteld vanuit het koloniaal perspectief van de Nederlander. ‘Wat we met dit museum willen is: leer ons kennen vanuit een dekoloniaal perspectief. Heel basaal eigenlijk.’
Meer empathie
Die brug is nog altijd nodig en wel op alle niveaus. ‘Van staat tot straat zou wel wat meer inlevingsvermogen getoond mogen worden. De integratie is gelukt, maar we merken elke dag dat er weinig kennis en begrip is onder Nederlanders over en voor Suriname’, meent Soekra. ‘De handelsbetrekkingen, visumvrijreizen en stages van studenten uit Suriname hier, er kan nog zoveel beter. Bruggen moeten blijven, worden hersteld.
Soekra: ‘In het hele Caraïbisch gebied was tussen 1680 en1863 bekend dat de straffen in Suriname het zwaarst van alle landen waren. In die periode van bijna twee eeuwen zijn circa 300.000 mensen vanuit Afrika naar Suriname verscheept. Bij de afschaffing van de slavernij woonden er nog maar 35.000 mensen in Suriname. De sterfte was enorm.’
Suriname is geen slavernij, en slavernij is geen Suriname
Vincent Soekra vindt het een vreemde denkfout om te vragen of het Suriname Museum een slavernijmuseum ‘overbodig’ maakt. ‘De slavernijgeschiedenis is wereldwijd. Het gaat over de WIC én de VOC, over plantages in de West én dwangsystemen in de Oost. Suriname is slechts één hoofdstuk in dat verhaal, niet het hele boek. Een land met inheemse tradities, contractarbeid, migratie, emancipatie en een bloeiende cultuurgeschiedenis laat zich niet reduceren tot één systeem van onderdrukking.’
Volgens Soekra is het debat bovendien misplaatst. ‘Toen het Holocaustmuseum werd opgericht, vroeg niemand of dat dubbelop was naast het Joods Museum. Iedereen begreep direct dat het om een ander perspectief en een andere opdracht ging. Zo werkt het hier ook. Een slavernijmuseum vertelt het mondiale, systemische verhaal. Dit museum vertelt het verhaal van Suriname zelf, dat veel meer omvat dan slavernij alleen.’
En dan het ongemak. ‘De Holocaust vond hier plaats, zichtbaar, midden in Europa, en nog maar een mensenleven geleden. Slavernij speelde zich buiten het eigen blikveld af en eeuwen eerder. Dat maakt het voor Nederland makkelijker weg te schuiven: ‘ver weg, heel lang geleden’. Die afstand beschermt vooral het geweten. Maar geschiedenis wordt niet minder wrang doordat die misdaad tegen de menselijkheid aan de andere kant van de oceaan is uitgevoerd.’
Koninklijk bezoek bij opening
Soekra en Gerards zien het koninklijk bezoek als een moment van verbinding en waardering. ‘We merken hoe oprecht geïnteresseerd de koning is in de verhalen die we hier vertellen. Dit is geen dag voor discussies over herstelbetalingen; het gaat om erkenning en het vieren van vijftig jaar zelfstandigheid.’
Soekra wijst op de kracht van trots en veerkracht binnen de gemeenschap. ‘Kijk naar Natio: ze plaatsten zich dan niet rechtstreeks zoals Curaçao voor het WK, maar toonden karakter en vastberadenheid. Die positieve energie en dat gevoel van samen vooruit willen, delen we graag met de koning.’
Jan Gerards en burgemeester Femke Halsema spreken tijdens de opening. De koning verricht het officiële moment door een plaquette te onthullen. Maar eerst wordt het museum ritueel ingewijd door een inheemse groep. Zanger Jeangu Macrooy zingt ter ere van vijftig jaar onafhankelijkheid samen met ZO!Gospel Choir het Surinaamse volkslied.
De laatste puntjes worden voor dinsdag op de i gezet; zo liggen de nog ontbrekende tekstbordjes bij prenten, schilderijen, foto’s en meer nog bij de drukker om deze er op z’n laatst maandag bij te hangen.
Hopelijk kan iedereen met een Museumjaarkaart vanaf volgend jaar – op vertoon van deze kaart – gratis naar binnen. Dat geldt nu al voor stadspashouders.
Check surinamemuseum.nl Zeeburgerdijk 19-21
Hugo Olijfveldhuis en Ons Suriname
Het Hugo Olijfveldhuis was jarenlang de vestigingsplek van Vereniging Ons Suriname en The Black Archives. Galerie Nola Hatterman was er lange tijd in gehuisvest en tal van andere culturele ondernemers. De linkerkant wordt gebruikt door Ons Suriname en het museum is er gevestigd, op drie etages. The Black Archives komen binnenkort weer terug op honk, na jarenlang tijdelijk in Zuidoost te hebben gezeten.

Hugo Olijfveld was een zelfbewuste en strijdbare Surinaamse migrant van de jaren 50 van de vorige eeuw, een toegewijde secretaris van de vereniging Ons Suriname. Hij kwam als contractant van de Amsterdamsche Droogdok Maatschappij (ADM) naar Amsterdam. Van meet af aan wierp hij zich op als voorvechter van de belangen van zijn medearbeiders in een vakbond. Zo werd hij geschoold door kaders van de Eenheids Vakcentrale (EVC), die gelieerd was aan de CPN. Hij werkte steeds voor een menswaardig en welvarend leven voor alle werkende mensen van Suriname. Toen hij op 13 juni 1967 verongelukte, werd het centrum van de vereniging jaren in 1992 naar hem vernoemd.
De eerste Surinaamse immigranten trokken omstreeks 1900 naar Nederland voor studie of werk. Meestal waren deze vroege Surinaamse migranten welopgevoede studenten of hoogopgeleiden uit de betere klasse. In 1919 richtten enkelen van hen in Amsterdam de ‘Bond van Surinamers in Nederland’ op. Vijf jaar later werd de naam veranderd in ‘Vereeniging Suriname’ en na een fusie met ‘Vereeniging Nieuw Suriname’ in 1948 de ‘Vereniging Ons Suriname’.
Door lezingen, voordrachten en tentoonstellingen werd de verspreiding van kennis van Suriname, de inwoners, de cultuur en van sociale en economische toestanden vergroot. Omdat de vereniging was opgericht door intellectuelen, arbeiders en studenten kende de vereniging een breed publiek, een brede doelgroep en een brede politieke oriëntatie.
In de loop van de jaren 50 en 60 vindt een fusie plaats tussen Ons Suriname en de culturele beweging Wie Eegie Sanie die in 1951 in Amsterdam was opgericht. De missie van Ons Suriname is in de afgelopen eeuw aangepast aan de tijd. Waar eerst het accent lag op ontmoeting en uitwisseling, later werd dat politiek activisme en Surinaams nationalisme.
Toen grote groepen Surinamers na de onafhankelijk (1975) naar Nederland kwamen, brak een periode aan van actievoeren voor welzijn en inburgering, vestiging en integratie. Sinds 1975 zijn er veel Surinamers in Nederland geboren, die op een andere manier tegen Suriname aankijken. Zij verloochenen hun ‘roots’ niet en wil inhoud geven aan haar verbondenheid met zowel Suriname als Nederland.
De basis van Ons Suriname bleek in de jaren 90 te smal om de jonge Surinamers te bedienen. De vereniging moest zich actief inzetten om de nieuwe groep aan zich te binden, zonder de oude groep uit het oog te verliezen. Met de activiteiten moest een verbinding worden gemaakt tussen verleden en heden. Het Hugo Olijfveldhuis werd het podium. Drie jaar later, in 1997, werd de Stichting Galerie Nola Hatterman opgericht en toonde werk van jonge veelbelovende beeldend kunstenaars uit Suriname en het Caraïbisch Gebied. Veel culturele manifestaties, literaire meetings, boekpresentaties, boekenbeurzen voor nieuwe en antiquarische Surinaamse boeken, lezingen, debatten, filmvertoningen, exposities, vrouwenmanifestaties werden georganiseerd.







