Tussen de nieuwbouw van het Amstelkwartier staan nog verschillende gebouwen die herinneren aan de tijd dat hier de Zuidergasfabriek stond. Twee daarvan, het portiershuisje en de assistent-ingenieurswoning aan de Korte Ouderkerkerdijk, zijn door de gemeente overgedragen aan Stadsherstel. Daarmee is hun toekomst voorlopig verzekerd. Na restauratie krijgen beide rijksmonumenten een nieuwe functie.

Redactie

Als je tegenwoordig door het Amstelkwartier loopt, moet je soms goed kijken om het industriële verleden van het gebied te herkennen. Appartementengebouwen, horeca en nieuwe straten hebben het voormalige fabrieksterrein ingrijpend veranderd. Toch staan tussen al die nieuwbouw nog verschillende gebouwen van de Zuidergasfabriek.

Die overgebleven gebouwen vormen samen een bijzonder monumentaal ensemble. Het complex werd tussen 1907 en 1913 gebouwd naar ontwerpen van de gemeentelijke Dienst Publieke Werken. De gebouwen verschillen sterk van karakter. Er zijn invloeden van onder meer de jugendstil en verschillende historiserende bouwstijlen te herkennen. Juist die variatie had te maken met de verschillende functies die de gebouwen op het fabrieksterrein hadden.

De Oostergasfabriek. Foto Stadsarchief

Het totale rijksmonumentale complex telt negen onderdelen: de watertoren, het regulateurgebouw, de opzichterswoning, het directiegebouw, de ingenieurswoning, het portiersgebouw, de directeurswoning, het historische hekwerk en het meterhuis. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is het ensemble van belang vanwege zijn cultuurhistorische, architectuurhistorische en industrieel-archeologische waarde. Het is een relatief gaaf bewaard voorbeeld van een gemeentelijke nutsvoorziening uit het begin van de twintigste eeuw.

Gas voor een groeiende stad

De Zuidergasfabriek ontstond in een periode waarin Amsterdam snel groeide en de behoefte aan energie toenam. De fabriek werd aan de rand van de toenmalige stad gebouwd, strategisch gelegen aan de Amstel en nabij het spoor. Steenkool, de grondstof voor de productie van stadsgas, kon daardoor zowel over water als per trein worden aangevoerd.

Het gas werd onder meer gebruikt voor koken en verwarming. Het fabrieksterrein was destijds een wereld op zichzelf, met grote technische installaties, werkplaatsen en dienstwoningen voor personeel. Veel van die technische gebouwen zijn later verdwenen. Onder meer de stokerij, cokestransportbaan, zuiveringsinstallaties en gashouder werden gesloopt.

Toen Amsterdam in de jaren zestig overschakelde van kolengas op aardgas, verloor het complex zijn oorspronkelijke functie. De gemeente houdt 1967 aan als het jaar waarin de Zuidergasfabriek sloot. Wat resteert zijn vooral gebouwen waarin mensen werkten of woonden. Juist daardoor vertellen de monumenten niet alleen het verhaal van de energievoorziening, maar ook iets over de organisatie en hiërarchie van zo’n vroeg-twintigste-eeuws fabriekscomplex.

De portier bewaakte de toegang

Een van de meest zichtbare overblijfselen is het portiersgebouw aan de Korte Ouderkerkerdijk 47. Het dateert uit 1910. Vanaf deze plek hield de portier toezicht op iedereen die het fabrieksterrein betrad of verliet. Het kleine gebouw is veel rijker uitgevoerd dan je van een eenvoudig bewakingshuisje zou verwachten. Het heeft een vierkante plattegrond, bakstenen gevels en een hoge natuurstenen plint. Daarboven bevindt zich een opvallend overstekend tentdak met leien. In het metselwerk zijn decoratieve banden en een fries aangebracht. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschouwt het gebouw vanwege zijn architectuur en oorspronkelijke functie als een belangrijk onderdeel van de Zuidergasfabriek.

Foto Stadsarchief Amsterdam

Naast het huisje staat nog een deel van het oorspronkelijke toegangshek. Ook dat is afzonderlijk beschermd als rijksmonument. Het hek dateert uit dezelfde periode en is uitgevoerd in een jugendstilachtige vormgeving. De gemetselde pijlers, smeedijzeren hekken en lantaarnhouders maakten duidelijk dat bezoekers niet zomaar een fabrieksterrein opliepen, maar een belangrijk gemeentelijk complex betraden. Het portiershuisje wordt na restauratie betrokken bij het naastgelegen ’t Huis aan de Amstel. Wat er precies in komt, is nog niet vastgesteld. Wel is er ruimte voorzien voor een klein terras.

Een huis dat de rangorde laat zien

Aan de andere kant van de insteekhaven staat op nummer 55-57 de assistent-ingenieurswoning uit 1911. Het verschil met het bescheiden portiershuisje is aanzienlijk. Het royale woonhuis telt twee bouwlagen en een kapverdieping en heeft een hoog schilddak, gemetselde schoorstenen, dakkapellen, een erker en een loggia met balkon.

Ook binnen zijn sporen van de oorspronkelijke allure terug te vinden. Zo hebben de ramen van het trappenhuis glas-in-lood. De Rijksdienst noemt het pand van cultuurhistorische, architectuurhistorische en typologische betekenis. De architectuur vertelt daarmee iets over de verhoudingen binnen het bedrijf. Voor leidinggevend technisch personeel werd op het fabrieksterrein niet alleen een woning gebouwd, maar een representatief huis waarvan de uitstraling aansloot bij de positie van de bewoner.

Voor deze woning zoekt Stadsherstel een horecaondernemer. Het uitgangspunt is dat de nieuwe invulling past bij zowel het monument als de omgeving. Volgens de huidige planning wordt eind 2026 een ondernemer gekozen. De restauratie moet begin 2028 beginnen en eind dat jaar gereed zijn.

De watertoren, toen onderdeel van de Oostergasfabriek | Foto Stadsarchief

Watertoren als herkenningspunt

Het opvallendste monument van de voormalige gasfabriek is zonder twijfel de watertoren. Stadsherstel nam de toren in maart 2026 over. De toren is niet alleen beeldbepalend voor het Amstelkwartier, maar ook landelijk bijzonder: volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is dit de enige bewaard gebleven watertoren in Nederland die bij een gasfabriek hoorde.

Daarmee is de toren een van de laatste tastbare herinneringen aan de enorme technische infrastructuur die hier ooit stond. Waar vroeger fabrieksschoorstenen, gashouders en installaties het beeld bepaalden, staat de watertoren tegenwoordig vrijwel alleen tussen de bebouwing van de nieuwe stadswijk.

’t Huis aan de Amstel ging ze voor

Stadsherstel heeft al ervaring met de gebouwen van de Zuidergasfabriek. De voormalige directeurswoning aan de Korte Ouderkerkerdijk 45 werd eerder door de organisatie verworven en gerestaureerd. Sinds 2014 is hier café-restaurant tHuis aan de Amstel gevestigd.

Ook deze villa hoorde bij de hiërarchie van het fabrieksterrein. De directeur woonde met zijn gezin vlak bij zijn werk, maar zijn woning was met een hoog hek van het eigenlijke fabrieksterrein afgescheiden. De royale villa, gebouwd tussen 1907 en 1913, kreeg bij de restauratie een nieuwe publieke bestemming als horeca- en ontmoetingsplek. De restauratie laat zien hoe herbestemming kan voorkomen dat monumenten veranderen in historische decorstukken zonder functie. Het gebouw wordt weer gebruikt, terwijl belangrijke historische elementen behouden bleven.

Laatste monument wacht op koper

Met de overdracht van de watertoren, het portiershuisje en de assistent-ingenieurswoning komt de herbestemming van het oude fabriekserfgoed weer een stap verder. Eén belangrijk gebouw wacht nog op een nieuwe eigenaar: het voormalige directiegebouw. De gemeente wil dit monument via een openbare verkoop van de hand doen. Het pand zal daarvoor op Funda worden aangeboden.

Daarmee nadert een proces dat tientallen jaren na het verdwijnen van de gasfabriek begon langzaam zijn voltooiing. Van de grote technische installaties is weinig meer over, maar de overgebleven woningen, bedrijfsgebouwen, watertoren en het toegangshek vormen nog altijd een samenhangend geheel.

Zuidergasfabriek. Voormalige directeurswoning. Foto Stadsarchief Amsterdam

Juist nu het Amstelkwartier steeds verder wordt volgebouwd, krijgen die monumenten een nieuwe betekenis. Ze herinneren eraan dat dit stukje Amsteloever lang voordat het een woonwijk werd een plek was waar energie voor de stad werd geproduceerd. De watertoren, het portiershuisje en de oude dienstwoningen vormen zo de zichtbare schakels tussen het industriële verleden en het nieuwe Amstelkwartier.

 

Previous articleBuurtboerderij weg van Marineterrein
Next articleOost duikt een heel weekend de wetenschap in